Het geweten van de nazi’s

Eergisteren was in de uitzending van Pauw & Witteman een militair te zien die aan vijf uitzendingen naar Bosnië en Afghanistan een Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS) had overgehouden. Hij had een ‘hulphond’ die hem hielp zijn oude leven weer op te pakken. Voor Nederland, zo begreep ik, is het fenomeen ‘veteranenhond’ een nieuwe ontwikkeling, maar in Amerika worden deze getrainde honden al langer ingezet bij de verwerking van oorlogstrauma’s. Ik vroeg me af of er in de Tweede Wereldoorlog soms ook oorlogstrauma’s zijn opgelopen door Duitse kampbewaarders. Zij zagen immers dagelijks afschuwelijke taferelen in de vernietigingskampen waar honderden of zelfs duizenden gevangenen die de dood in werden gejaagd. De foto’s van de massagraven in Auschwitz zijn bekend. Hebben de bewakers dan nooit last gehad van psychische klachten toen de oorlog voorbij was?

In 1943 hield Heinrich Himmler een toespraak voor SS-officieren, waarbij hij openhartig sprak over de massamoord op de Joden. Claudia Koonz beschrijft dit gebeuren in haar boek The nazi conscience (2003). Himmler sprak bij die gelegenheid de volgende woorden: ‘Dit doorstaan te hebben en daarbij – afgezien van uitzonderingen van menselijke zwakheid – fatsoenlijk te zijn gebleven, dat heeft ons hard gemaakt.’  Het is een wonderlijke zin, vooral door die combinatie van de woorden ‘fatsoen’ en ‘hardheid’ in verband met een massamoord. Hadden de nazi’s dan echt geen geweten? Of wisten ze dat volledig te verdringen? Waar Himmler in zijn toespraak op doelde is een vermogen om niet alleen je geweten uit te schakelen, maar ook de natuurlijke neiging geschokt te worden door de afschuwelijke daden die je moet doen. Uit ‘fatsoen’ nota bene. Kennelijk moet je je bewustzijn dan afsplitsen van de onverdraaglijke werkelijkheid. ‘Splitting’ heeft dat in de psychologische vakliteratuur. Ook chirurgen kennen dit fenomeen. Je sluit je psychisch af voor het afschuwelijke wat je te zien krijgt, anders kun je dit werk niet doen. Ook terroristen leren zich aan om hun bewustzijn op te splitsen bij het uitvoeren een terroristische actie.

Het is dus mogelijk om volkomen onaangedaan de meest verschrikkelijke dingen te doen of onder ogen te zien. Maar hoe komt het dan dat militairen, die juist hierop getraind worden, toch achteraf last krijgen van een post-traumatisch-stress-syndroom? Wellicht is angst een bepalende factor. Angst kun je een tijdje onder controle houden, maar niet continu. Het te lang bloot staan aan extreem gevaar voor eigen leven brengt kennelijk psychische beschadigingen teweeg. Maar is daar alles mee gezegd? Een paar jaar geleden raakte ik in een Amsterdamse kroeg aan de praat met een ex-militair die destijds had deelgenomen aan een vredesmissie in Libanon. Hij was daar zwaar getraumatiseerd geraakt, vooral door het zien van massagraven. Het gevoel van onmacht, dat hem daarbij was overvallen, kon hij niet meer van zich afzetten. Daarom sliep hij nog altijd slecht en was hij niet in staat om een normaal leven te leiden. Ook een diep gevoel van onmacht kan dus traumatiserend zijn.

Na mijn lezing afgelopen zaterdag over de ‘Romantische wortels van het fascisme’ ontstond er enige discussie over het fenomeen ‘de verblinding van het geweten’. Hoe is het mogelijk dat de nazi’s niet beseften dat wat zij deden het ultieme kwaad was. Anders gezegd, hoe is het mogelijk om een massamoord als een daad van ‘fatsoen’ op te vatten?  Als een klinische zuiveringsoperatie, iets dat nu eenmaal gedaan moet worden, omdat het algemeen belang dit vereist. Iemand moet het vuile werk doen. Die vraag is misschien wel het grootse raadsel dat het nazisme heeft achtergelaten. Waren nazi’s zich bewust van het kwaad? Of was er bij hen helemaal geen sprake van een besef iets fundamenteels verkeerds te doen?

Zo nu en dan duikt die vraag weer op. Destijds in Sebrenica bijvoorbeeld. Waren de Serviërs onder leiding van generaal Mladic compleet gewetenloos? En zo niet, hoe kun je dan denken dat een massamoord noodzakelijk of misschien wel ‘fatsoenlijk’ is, zoals ook Himmler beweerde?  Zoiets als ‘een moraal’ of ‘een geweten’ zijn kennelijk betrekkelijke begrippen en sterk afhankelijk van omstandigheden. Gisteren ben ik mij nog eens gaan verdiepen in het werk van Nietzsche, vooral ook omdat ik na mijn lezing van afgelopen zaterdag een kritische vraag kreeg over mijn bewering dat Nietzsche wel degelijk uitspraken heeft gedaan, die vooruitliepen op de wreedheden van de nazi’s. Zelfs antisemitische uitspraken. Vaak wordt dit ontkend. Zelfs Safranski beweert in zijn Nietzsche-biografie dat de ‘filosoof met de hamer’ onmogelijk van antisemitisme kan worden beticht. Die mallotige zuster van Nietzsche, die later naar Paraguay is gegaan, zou ervoor gezorgd hebben dat Nietzsche salonfähig werd voor de nazi’s.

Dus ben ik nog maar eens gaan lezen in de twee laatste boeken die Nietzsche schreef: De Antichrist en Ecce homo. Wat je daar tegenkomt laat weinig ruimte voor misverstand. In Ecce homo worden de Joden niet expliciet genoemd, maar in sommige passages, waar Nietzsche spreekt over ‘de meedogenloze vernietiging van alles wat degenereert en parasiteert’ kun je in feite elke gedegenereerde etnische minderheidsgroep invullen die voor deze zuiveringsactie in aanmerking komt. Of zoals Nietzsche schrijft: ‘De fysioloog eist wegsnijden van het degenerende deel, hij zegt nee tegen elke vorm van solidariteit met wat degenereert, hij is zover als maar kan verwijderd van medelijden in die richting.’

Medelijden, dat was iets waar Nietzsche niets van moest hebben. Medelijden was christelijk, decadent, vijandig aan de wil tot leven, de wil tot macht. Medelijden was iets ziekelijks. Medelijden was – en nu komt het – iets onfatsoenlijks. Het staat er niet met zoveel woorden, maar het komt er wel op neer. Zo schrijft Nietzsche in Ecce homoIk verwijt de medelijdenden dat bij hen de schaamte, de eerbied, het fijne gevoel voor distantie al gauw zoek is. De beaming van ondergang en vernietiging, doorslaggevend in een dionysische filosofie, het ja zeggen op tegenstelling en oorlog, het worden met radicale afwijzing zelfs van het begrip ‘zijn’ van alles wat er tot nu toe gedacht is moet ik daarin hoe dan ook het meest met mij verwante herkennen.

En wat de Joden betreft windt hij er in zijn boek De antichrist ook geen doekjes om, al is zijn antisemitisme zorgvuldig verpakt in zijn haat tegen de christenen, dat wil zeggen, zijn haat tegen ‘de eeuwige Jood Paulus’, die zich bekeerde tot het christendom:

‘En Epicurus zou gezegevierd hebben, elke achtbare geest in het Romeinse rijk was epicurist – maar toen verscheen Paulus op het toneel … Paulus, de vleesgeworden, tot genialiteit verheven haat 
der paria’s tegen Rome, tegen ‘de wereld’, – de jood, 
de eeuwige Jood par excellence … Als geen ander voelde 
hij aan, dat je met behulp van een kleine, sektarische chistenbeweging los van het jodendom een ‘wereld
brand’ kon stichten, dat je met behulp van het symbool  ‘god aan het kruis’ alles wat het onderspit delft, 
alles wat heimelijk oproerige gevoelens koestert, heel 
de nalatenschap van anarchistische woelingen in het 
rijk bijeen kon trommelen tot een macht zonder weerga. ‘Het heil komt van de joden. – Het christendom 
als formule om alle mogelijke culten van de onderwereld, bij voorbeeld die van Osiris, die van de grote 
moeder, die van Mithras, te overtroeven – en samen te voegen; dit inzicht is de essentie van Paulus’ genialiteit.’

Tja, zo hoor je het eens van en ander. De christenhonden waren fout, maar de eeuwige Jood was het uitschot bij uitstek. De Joden hadden het geweten uitgevonden. De tien geboden waren een uitvinding van Mozes. Ook Christus was een Jood geweest, dat wist Hitler maar al te goed. Zo bezien was wat de nazi’s deden heel fatsoenlijk. Zij wilde een God die het leven beaamde voorbij goed en kwaad. Zij wilden geen God die de levenswil ontkende door zoiets als een ‘geweten’ de vooronderstellen. ‘Het geweten’, zo schreef Nietzsche in Ecce homo, ‘is niet de stem van God in de mens, maar het is het instinct van de wreedheid dat zich naar binnen keert, nadat het zich niet meer naar buiten kan ontladen.’

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)