Hitler en de Romantiek

 

Gisteren kocht ik bij De Slegte in Leeuwarden de Hitler-biografie van Alain Bullock uit 1952. Ik heb me voorgenomen om voor 4 mei a.s., wanneer ik een lezing zal geven in Leusden over de Romantische wortels van het fascisme, zoveel mogelijk Hitler-biografieën te lezen. Niet om nog meer details uit zijn leven te weten te komen, want ik meen dat ik nu een redelijk volledig beeld heb van Hitler’s levensloop. Het gaat me vooral om de wijze, waarop dat leven wordt weergegeven en geïnterpreteerd. In dat opzicht heeft Alan Bullock al vroeg een klassieke biografie geschreven, waarin hij zich afzette tegen de benaderingswijze van zijn voorganger H.R. Trevor Roper, die in 1947 een boek over Hitler schreef: The last days of Hitler.

Hoewel Trevor Loper heel duidelijk de opzet had om Hitler te ontmythologiseren, raakte hij al schrijvend zo in de ban van zijn persoon, dat hij hem toch allerlei haast bovenmenselijke kwaliteiten toedichtte. Hij raakte gefascineerd door de irrationele kanten in Hitlers karakter. In feite romantiseerde hij Hitler als een demonische persoonlijkheid met een tomeloze energie, een man die oprechte geloofde zijn eigen roeping. Hij zag Hitler als een vreeswekkend mysterie dat in wezen onverklaarbaar is. Dat magische of romantische beeld van Hitler wilde Bullock corrigeren door veel minder aandacht te besteden aan de psychologische, pathologische en irrationele aspecten van Hitlers karakter, en hem vooral te analyseren als een uiterst bedreven politicus, maar ook als een geboren acteur.

Het onverklaarbare tegenover het verklaarbare, dat is de scheidslijn die loopt tussen deze twee benaderingen van het fenomeen Hitler. Deze tegenstelling zou exemplarisch worden voor alles wat er nadien over Hitler geschreven is tot op de dag van vandaag. De een wil hem buiten elke orde plaatsen, de ander wil hem invoegen in de bestaande orde. De een ziet hem als het ultieme kwaad, de ander als de acteur van het kwaad. De een als een spiritueel geïnspireerd of zelfs bezeten leiderstype, de ander als een koele en berekende demagoog, die heel materialistisch en rationeel dacht. Hitlers denken zou juist niet magisch en mysterieus zijn, maar eerder biologisch en sociaal-darwinistisch.

Kortom, de uitersten raken elkaar niet alleen in de persoon Hitler, maar ook in de wijze waarop hij na de oorlog door historici is benaderd. Je ziet wat je wilt zien. Je hoort de echo van je eigen stem terug in de bodemloze put van de geschiedenis. De ratio botst telkens weer op de Romantiek, misschien wel omdat Hitler een duivels complot wist te smeden tussen die twee uitersten.. Door het adjectief ‘duivels’ te gebruiken bezondig ik mij overigens aan het jargon van de romantische Hitler-verklaarders. Hoe dan ook, beide kampen zullen wellicht een deel van de waarheid hebben gezien. Misschien is het ook wel noodzakelijk om vooraf een positie in te nemen. De geschiedenis is als een Perzisch tapijt. Wil je het grillige totaalpatroon zien, dan zul je je eerst op het verloop één motief moeten richten en dat motief alleen moeten volgen tot het aan eind. Pas dan wordt een beeld zichtbaar, dat overigens nooit het totaalbeeld is. Deze metafoor heb ik niet van mezelf. Hij is van Thomas Hardy en werd door Mario Praz als motto gebruikt voor zijn standaardwerk over de Romantiek: The Romantic Agony. Letterlijk schrijft Hardy:

‘Zoals iemand bij het kijken van een tapijt wanneer hij een bepaalde kleur volgt een bepaald patroon ziet, en een ander wanneer hij een andere kleur volgt,  zo zou iemand, die het leven beschouwt, te midden van alle andere dàt patroon moeten bekijken, waarop hij krachtens zijn aard gericht is, en alleen dat moeten beschrijven.’

Het zijn mooie woorden, maar toch valt er iets op af te dingen. Het patroon dat je ziet is afhankelijk van de tijd waarin je leeft, en de eigen tijd heeft zo zijn beperkingen. In de sterk geseculariseerde  jaren zestig en zeventig bijvoorbeeld had men weinig oog voor de spirituele, magische, theologische of zelfs occulte kanten van het fenomeen Hitler. De meest omvangrijke Hitler-biografie, het standaardwerk van Joachim Fest uit 1973, had de verdienste dat het beeld van Hitler nu definitief van zijn mythe leek ontdaan. Maar juist deze nuchtere en objectieve benadering riep ook weer zijn reacties op, bijvoorbeeld in het Hitler-boek van de Nederlander Piet Fontaine ( zie: De onbekende Hitler), die van de weeromstuit vooral de theologische en spirituele kanten van Hitler ging belichten. Overigens kwam Alan Bullock later enigszins terug op zijn nuchtere benaderingswijze in zijn eerste Hitler biografie van 1952. In een latere boek over Hitler en Stalin (Hitler and Stalin: Parallel lives, 1991) gaf hij veel meer ruimte aan de irrationele aspecten van Hitlers persoonlijkheid en leek hij lichtelijk te zijn opgeschoven naar het kamp van de ‘romantische Hitler-verklaarders’.

Maar de hamvraag blijft natuurlijk: hoe romantisch was Hitler zelf? Dat is ook de vraag die Rüdiger Safranski stelt in het begin van zijn boek Romantiek. Een Duitse affaire (2007): ‘Hoe romantisch was het nazisme? Was het toch niet eerder geperverteerd rationalisme dan verwilderde Romantiek?’ In de tijd van de Romantiek raakte het denken voor het eerst betrokken in de stroom van de geschiedenis en het worden. Het was die maalstroom van de tijd die alles uit elkaar dreef, zelfs het klassieke verbond tussen het goede, het ware en het schone. Maar om daarmee nu te zeggen  dat Hitler een romanticus was? Hoe zat dat dan precies?

De Romantiek bracht de aandacht voor de nachtzijde van het bestaan. Men durfde zich te laten meevoeren op de oceaan ven het onbegrijpelijke. De gedachte kwam op, dat de wereld niet gefragmenteerd, beredenbaar en beheersbaar is, maar bijeen wordt gehouden door een natuurlijk en bezield geheel. Zo werd de natuur een broedplaats voor de waarheid met alle gevaren van dien. Het schone werd een les voor de mensheid, maar wat is het schone, als ook het afzichtelijke esthetisch kan zijn? In wezen was de Romantiek de  voortzetting van de religie met esthetische middelen en veel daarvan is in de politiek van de nazi’s terug te vinden. In die zin is het nazisme de voortzetting geweest van de Romantiek, maar dan met politieke middelen.

Het nazisme was de secularisering in het kwadraat, die opnieuw religieus werd in het andere uiterste van het spectrum. In de tijd van de Romantiek werd de massa ontdekt, de ziel en typologie van de volkeren, maar ook het holisme, de dweepzucht en een hang naar het radicale en het ziekelijke. Toch bracht de Romantiek ook de romantische ironie voort, die juist waakte over de  toegang tot allesomvattende, het alles begrijpen en beheersen, kortom: het totalitaire. De romantische ironie stond juist haaks op alles wat met het totalitaire van doen had. Haaks ook op alles, waarvoor de nazi’s  waren bezweken. De Romantiek is puur menselijk. De nazi’s waren onmenselijk.

Misschien is het wel het meest on-romantische van Hitler geweest, dat hij de romantische ironie heeft willen annexeren om zijn eigen totalitaire doelen te kunnen verwezenlijken. Die annexatie van de  ironie in dienst van het totalitaire was per definitie een hopeloze onderneming. In die zin is Hitler stukgelopen in zijn eigen beeld van de Romantiek. Hitler wide de verbeelding aan de macht. In die zin verschilde hij niet wezenlijk van de romantische wereldverbeteraars van the sixties, zoals Safranski terecht opmerkt. Maar het verstand heeft ook het vermogen om de verbeelding te ondervragen, ironisch te ondergraven, of cynisch voor gek te zetten. Aan die erfenis van de Romantiek had Hitler geen boodschap. En juist dat werd zijn ondergang.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)