Fryske Kultuerried

1965: Kunstsintrum Prinsentún. Nei ôfrin fan de jiergearkomste prate in pear bistjûrsleden, leden 
fan de ried fan bystân en ynlieders noch efkes nei oer de tsien 
jier dy’t foarby binne. F.l.n.r .: drs. H. Oldenhof, pater H. Hettema o.f.m., J. Ypma-Wynia, 
G. G. Faber-Hornstra, dr. M. P. van Buytenen, Tsj. de Vries, 
ir. J. Swierstra, B. Tuinstra, ir. D. Tuinstra en dr. H. G. W. van der 
Wielen.

De Fryske Kultuerried was een orgaan dat gericht was op de opbouw van de provinciale cultuur in de breedste zin van het woord. Het was de eerste provinciale culturele raad van Nederland, werd opgericht in 1945 en kwam voort uit particulier initiatief.  Rapporten van de Rie fan de Fryske Beweging uit de oorlogsjaren vormden de grondslag voor de oprichting. In december 1965 vierde de Fryske Kultuerried haar twintigjarig bestaan en bij die gelegenheid werd haar voorzitter volop in de bloemetjes gezet. Dat was dr. H.G.W. van der Wielen, die bijna van het begin het voorzitterschap had bekleed.

Vanaf 1954 begon het ‘Keunstsintrum Prinsentún’ met zijn activiteiten. Onder de bezielende leiding van mevrouw Faber-Hornstra (1911-2004) –‘Moeke Faber’ zoals ze later in volksmond werd genoemd –  zou dit podium vooral voor de beeldende kunst een stimulerende rol gaan vervullen. Deze dame met zwierige mantel en grote hoed was niet alleen een kleurige verschijning het grijze stadsbeeld van Leeuwarden, maar ze had ook een tomeloze energie die in de jaren van wederopbouw heel wat uitwegen kon vinden. Niet alleen binnen Friesland, maar ook ver daarbuiten in het groeiende netwerk van de gewestelijke cultuur.  Haar streven was altijd gericht op een goede samenwerking tussen het beroeps- en amateurveld, maar vooral op een optimale integratie van de kunst in de samenleving. Daarnaast had ze een ruime visie op waar het in de Friese cultuur om moest gaan. Mevrouw Faber was directeur van de Fryske Kultuerried vanaf 1952. Dat bleef ze tot 1976. Bij haar vertrek kreeg ze een groot en feestelijk afscheid in De Harmonie in Leeuwarden, waar heel cultureel Friesland achte de présence gaf.  Dit gebeuren zou de opmaat worden voor de oprichting van de stichting Frysk Festival in 1978 door Jaap Castelein (1946-2001), destijds adjunct-directeur van de Fryske Kultuerried. Het eerste Frysk Festival vond plaats in 1980.

Mevrouw Faber- Hornstra, Prinsentuin, jaren vijftig

Het bekende gebouw in de Pinsentuin, waar nu het restaurant De Koperen Tuin is gevestigd, had in 1954 naar twee kanten zijn vleugels uitgeslagen. Naar rechts met de kantoren van Bureau Culturele Zaken en vervolgens het nieuwe Museum Pier Pander. Naar links met het restaurant en de aangrenzende zaal. In het geheel gerestaureerde middendeel was een ontvangstzaal ingericht met op de verdieping een tentoonstellingszaal met atelier. In 1975 werd het Kunstcentrum in de Prinsentuin opgeheven. De Kunstuitleen (SBK) ging van start en de Kultuerried verhuisde naar de Grote Kerkstraat. Op 19 september 1977 kwam ik hier in dienst als ‘stafmedewerker beeldende kunst en bouwkunst’.

We schrijven 1985. In de grote zaal van het bureau van de Fryske Kultuerried aan de Grote Kerkstraat vindt een stafvergadering plaats. Aan het hoofd van de tafel zit directeur Piet Hemminga. Rechts van hem Jaap Castelein. Vooraan op de rug gezien: Jimke Brandsma, stafmedewerker Fryske literatuer. De figuur links naast hem is mij onbekend. Aan de overzijde, v.l.n.r.: Sieb de Jong, hoofd Bureau Kultuerele Saken, Janny van der Luit, stafmedewerker vormings- en ontwikkelingswerk en Frederika Gepken stafmedewerker vrouwenemancipatie. Ondergetekende ontbreekt op de foto. Ik was weer eens de hort op.

1985: Het bureau van de Fryske Kultierried, Grote Kerkstraat 41.43 en 47

De organisatiestructuur van de Fryske Kultuerried in 1985

De lade die ik opentrek maakt deel uit van de beeldende kunst documentatie van de Fryske Kultuerried, dat nauwgezet werd bijgehouden door Afke Hoekstra, destijds de documentaliste. De kaart, die ik achteloos naar boven trek, laat de foto zien van een keramisch kunstwerk. Zo te zien een vaas van Kees Hoogendam. Ik draag een zwart colbert boven een blauwe spijkerbroek. Zoals gewoonlijk heb ik me slecht geschoren. Mijn bril heeft kleine ronde glazen en een schildpadmontuur. De diakast lijkt uit een prehistorisch tijdperk. Er zaten van die mooie sleden in, die je heen en weer kon trekken. Van achteren werden de dia’s belicht door neonlampen achter wit glas. Alle dia’s waren beplakt met stickertjes, waarop je de naam van de kunstenaar en de titel van het werk kon lezen. Die waren daar keurig opgetypt. De kast kon zo’n 5000 dia’s bevatten en die zaten er ook in. De laden met foto’s waren op techniek geordend. In de grote laden daaronder zaten de hangmappen met krantenknipsels. Elke kunstenaar had een map. De kranten waren al decennialang geknipt. Ouwe knipsels, nieuwe knipsels, mooie knipsels, lelijke knipsels…..

Vier redactieleden van Boud, v.l.n.r. Coen Huese, Piet Timans, Allaard Hidding en ondergetekende, 1984.

De sectie beeldende kunst en architectuur van de Fryske Kultuerried was een actief gezelschap van vooral kunstenaars en architecten. Veel initiatieven kwamen hieruit voort zoals het architectuurtijdschrift BOUD, architectuur en vormgeving in Friesland  dat in 1984 werd opgericht. Dit tijdschrift heeft vijf jaar bestaan, voordat het in 1989 ter ziele ging. Het waren de jaren tachtig, de tijd van grote bestuurlijke veranderingen. Zo was het Rijk druk bezig met het invoeren van de Kaderwet Specifiek Welzijn, waarmee de decentralisatie van overheidstaken definitief zijn beslag moest krijgen. Gemeenten mochten voortaan zelf plannen opstellen voor hun welzijnsbeleid, waarbij zij voor een periode van vier jaar konden aangeven hoeveel geld ze respectievelijk aan lantaarnpalen en kinderdagverblijven wilden besteden. Daarvoor werden dan weer speciale functionarissen aangetrokken die gemeentelijke ambtenaren moesten instrueren. Zo hielden we elkaar bezig in de nadagen van de verzorgingsstaat die overigens al flink  aan het wankelen was.

Begin jaren tachtig moest er flink bezuinigd worden. Alles moest efficiënter en effectiever. Kortere lijnen en minder inspraak, dat was de nieuwe mantra. Alle onzin uit de tijd van Joop den Uyl moest op de helling, zo ook het ingewikkelde stelsel van sectorale adviesorganen dat ten behoeve van de provinciale overheid werkzaam was – en waar de Fryske Kultuerried deel van uit maakte. Ook daar werd door de Provincie een heel circus van ambtelijke voorbereiding opgezet, dat samen met de vertegenwoordigers van de betrokken instellingen moest zien te bereiken dat deze instellingen op een pijnloze wijze werden gesaneerd. Je mocht altijd meepraten, zelfs over je eigen sterfbed.

Het is 8 april 1983. Mevrouw Faber neemt afscheid als lid van de BKR-commissie. Ze heeft daar zowat dertig jaar in gezeten, vanaf het begin eigenlijk. Er staan bloemetjes op tafel en even later worden er tompoezen gegeten. Ik kijk wat gespannen. Dit was ook een nieuwe omgeving voor mij, want het was de eerste keer dat ik hier zat. Ik volgde mevrouw Faber op. Afscheid nemen, daar had ze altijd wat moeite mee. Ze had een mooie stem en sprak heel deftig Fries. Tegen mij was ze altijd heel aardig. Al die verhalen, dat het zo’n kenau was, begreep ik nooit zo goed. Ik zou nog vier jaar in deze commissie zitten. Toen was het gedaan met de BKR. Mooie tijd, dat wel. Jan de Boer maakte van elke vergadering een feest. Hij geloofde in een basisinkomen voor iedereen. Samen met secretaris Joop Sierkstra vormde hij een fraai duo.

Jaap Castelein en Piet Hemminga in 1985

1985 was een druk jaar voor de Fryske Kultuerried, het jaar ook van het veertigjarig jubileum. Het werd gevierd met een groot feest in de discotheek Vat 69 in Leeuwarden. 1985 begon met een grote rel. Vermeende malversaties bij de provinciale kunstaankopen. Wekenlang stonden de kranten er vol van. Ik kwam in een lastig parket. Uiteindelijk liep het allemaal goed af. Daarna de voorbereidingen voor de beeldende kunst in het kader van het Frysk Festival. Triënnale van Noord Nederland. Stront aan de knikker met het containerproject. Toen het zomer werd was ik bekaf, maar wel met een voldaan gevoel. Ik kreeg eindelijk het idee dat ik wat kon. Meteen solliciteren dus naar een functie in Den Haag bij de Rijksdienst voor Beeldende Kunst. Dat werd dus niks. Zoals ook al die tientallen pogingen die in de jaren daarop nog zouden volgen. Friesland werd mijn noodlot. Toch zat ik daar niet mee. Nooit eigenlijk. Zo beroerd was het hier nou ook weer niet.

Ik begon me in 1985 zelfs een beetje thuis te voelen in Friesland. Dat mocht ook wel na acht jaar. De wereld veranderde. De kroegen kregen andere kleuren. Postmodern heette dat. In Moskou kwam Michail Gorbatsjov aan de macht. De jaren tachtig die zo stormachtig waren begonnen na de grimmige kroning van een nieuwe koningin, keerden zich langzaam om naar een tijd van yuppies in het Westen en Glasnost in het Oosten. Elton John had dat goed door toen hij verliefd werd op Nikita, de nieuwe Nathalie. Het ijs was nog niet gebroken, maar de koude oorlog was bijna voorbij. Op dinsdag 8 april 1988 werd besloten om de Fryske Kultuerried op te heffen. Het zou nog drie jaar duren voor het echt zo ver was, maar dit was een onheilsdag. Black Tuesday. De Fryske Kultuerried heeft bestaan tot 1991. In dat jaar viel het doek voor deze organisatie als gevolg van de reorganisatie van de provinciale adviesraden, waarna een deel van de taken van de Fryske Kultuerried werd voortgezet door het Frysk Keunstynstitút, dat als provinciale organisatie voor kunst en cultuur de voorloper was van het huidige Keunstwurk, dat in 1993 werd opgericht.

 Documentatiecentrum Beeldende Kunst van de Fryske Kultuerried, Grote Kerkstraat 47 (1987)

Grote Kerkstraat

Cultuur is om je reet mee af te vegen
En dan wat is cultuur nog in dit Friese land?
Een halve pagina in de Leeuwarder Courant
Een Culturele Hoofdstad, maar iedereen is tegen

Geef mij de grauwe Ljouwerter asfaltwegen
Het met een dood museum opgepimpte Zaailand
De wolken nooit zo fraai dan dat ze omrand
Door neonstrepen langs de lucht bewegen

Alles is shit voor wie teveel verwacht
Leeuwarden houdt zijn hondendrol verborgen
Totdat, opeens, de diepe putlucht je vergaat

Dit heb ik bij mijzelve overdacht
Bezopen op een godvergeten morgen
Met een kater in de Grote Kerkstraat

 

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)