De economie van de spreadsheet

 

Er was eens een econoom die heette Pen. Die zei dat alles wat economen zeker weten op één briefkaart kan worden geschreven. Met een pen, neem ik aan, maar dat doet er nu even niet toe. Ik heb die wijsheid altijd onthouden. Jammer genoeg ben ik vergeten wat op die briefkaart zou moeten staan. Dat is nou wat je noemt echt dom. Maar één ding is zeker: een wetenschap, die op één briefkaart past, is geen wetenschap. Van de huidige economische crisis snap ik ook geen ene biet. Als ik ergens geen verstand van heb, dan is het economie. Dat is altijd ook zo geweest. Op de middelbare school al, maar dat was niet zo moeilijk, want je kreeg destijds onderricht in alle vakken die je maar kon bedenken (er waren zelfs uitslovers die in hun vrije tijd Hebreeuws erbij deden), maar economie, ho maar. Dat gold in die tijd als een minderwaardig vak. Op een gymnasium werd je opgeleid voor de wetenschap en niet voor de handel. Dan had je maar voor de HBS moeten kiezen, maar dat deed je alleen als je te dom was voor het gym.

Maar de tijden veranderen. Tegenwoordig denk ik wel eens dat ik te dom ben voor economie. Dit gebrek in de opvoeding heeft me dan ook aardig opgebroken. Niet dat ik niet met geld om kan gaan. Dat lukt me meestal heel aardig. Als ik met een groot budget moest werken, dan maakte ik altijd een staatje van een half A4, waar ik de inkomsten en uitgaven tegen elkaar wegstreepte. Ik was dus mijn eigen spreadsheetmanager. Dat woord zag ik laatst voor het eerst. Spreadsheetmanager, nooit van gehoord, maar toen ik het las, had ik er meteen een beeld bij. Wat is een spreadsheetmanager? Volgens Wikipedia luidt de definitie als volgt:

‘Een spreadsheetmanager is een manager die slechts op meetbare cijfertjes (de spreadsheet) stuurt, hierbij weinig of geen rekening houdend met het werkelijke succes of falen. De manager stuurt slechts op omzet en winst waarbij de tevredenheid van klant en werknemer niet meer van belang is. Deze managementstijl vindt men voornamelijk terug in tijden dat het economisch minder gaat.’

Of deze definitie inderdaad juist is valt te betwijfelen. Ook Wikipedia twijfelt eraan getuige de waarschuwing die boven dit lemma te lezen valt: ‘De neutraliteit van dit artikel wordt betwist’. Geef dan een betere definitie, denk ik dan, maar zo schijnt Wikipedia niet te werken. Sinds ik heb vastgesteld dat Wikipedia soms ook als bronvermelding naar mijn weblog verwijst, ben ik sterk gaan twijfelen aan de betrouwbaarheid van Wikipedia. Maar los daarvan, wat is betwistbaar in deze definite van de spreadsheetmanager? Ik denk op de eerste plaats de constatering dat men deze managementstijl voornamelijk terug vindt in tijden dat het economisch minder gaat. Volgens mij is precies het omgekeerde het geval. De spreadsheetmanager zie je vooral opduiken als het economisch goed gaat. Maar los daarvan rijst de vraag: wie was er eigenlijk eerder, de spreadsheetmanager of de spreadsheet? Ik denk de spreadsheet. De spreadsheet is inmiddels al zo’n dertig jaar oud. De uitvinding van de spreadsheet heeft de economie langzaam veranderd en uiteindelijk slechte managers voortgebracht: spreadsheetmanagers.

Een speadsheetmanager heeft in de verte wel iets weg van een ouderwetse boekhouder, maar het grote verschil is dat hij niet boek-houdt, maar ‘maneget’ (to manage = hanteren, leiden, besturen). Dat managen heeft een boekhouder nooit eerder gedaan. Leidinggevenden waren voorheen ook geen boekhouders. Daar hadden ze boekhouders voor. Boekhouders heten tegenwoordig ook anders. Dat zijn nu controllers, of anders gezegd: assistent-spreadsheetmanagers. Er is dus wel degelijk sprake van en verschuiving. Ik kan me nog goed herinneren dat zo’n twintig jaar geleden de directeur van het museum het Princessehof in Leeuwarden afscheid nam. Zij heette mevrouw Barbara Harrison. Dat was een ouderwetse directeur. Beslist geen spreadsheetmanager. Die bestonden in die tijd ook nog niet. In haar afscheidsspeech liet zij zich ontvallen dat zij geen verstand had van ‘muntjes’. Zij was ook heel blij dat ze daar geen verstand van had, want daar hoorde een museumdirecteur ook geen verstand van te hebben.

Dat was een beetje extreem, die uitspraak, maar wel tekenend. De huidige directeuren van musea en culturele instellingen hebben vaak alleen maar verstand van muntjes. Er is zelfs een nieuwe lichting museumdirecteuren die helemaal geen verstand van musea heeft. Een goed museumdirecteur moet tegenwoordig verstand hebben van soaps, paaldansen, lifestyle of wildwatervaren, maar niet van kunst of cultuur. En natuurlijk moet hij of zij vooral verstand hebben van spreadsheats en muntjes.

Onlangs las ik een interview met een goeroe op economisch gebied. Hij had de crisis al heel lang zien aankomen. De belangrijkste oorzaak was volgens hem de opkomst van de calculerende mens, de ‘homo economicus’ is ‘homo calculus’ geworden. Op de beurs worden tegenwoordig nauwelijks risico’s meer genomen. Elk risico kun je van tevoren immers berekenen met zeer uitgekiende modellen. Iedereen gebruikt die modellen, dus niemand weet meer wat echt risico nemen is. Daarvoor zijn inzicht, visie, instinct, intuïtie en vooral durf nodig. Die kwaliteiten worden echter steeds zeldzamer. Waarom zul je nog vertrouwen op zulke vage begrippen als visie en durf, wanneer het berekenen het risico in de praktijk veel beter werkt?

Iedereen doet het immers zo en alleen al om die reden moet het dus wel een betere methode zijn, want met iedereen gaat het ook steeds beter. Zo ontstaat dus ook de spreadsheetmanager. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat het goed gaat. Die mentaliteit van de spreadsheetmanager is inmiddels ook buiten het bedrijfsleven diep in de samenleving ingedaald. Nederland wordt gerund door spreadsheetmanagers. Het onderwijs, de gezondheidszorg en ook de culturele sector draait op dit type manager. Waarom ook niet, het gaat prima zo. Voor de overheid is dit ook veel makkelijker, want de spreadsheetmanager doet precies wat de overheid verlangt. Dit type manager past in een top-down aangestuurd systeem dat zonder enige hapering functioneert. Tenminste als het economisch goed gaat. Kortom, spreadsheetmanager is het product van een cultuur van de berekening, niet een cultuur van visie en durf. Het is een cultuur waarin alles goed gaat.

Het gevolg van de spreadsheetmanager is dat visie en durf ook steeds minder op prijs worden geteld. Wie onderaan de hiërarchie belandt, moet geheel binnen de lijnen gaan functioneren, die op de spreadsheet zijn uitgestippeld. Wie buiten de lijntjes gaat lopen frustreert het systeem en krijgt dus een reprimande. Die controle wordt echter niet door de spreadsheetmanager uitgevoerd, want hij of zij is alleen aangesteld voor het ontwerpen van spreadsheets die middels een PowerPointpresentatie aan het personeel getoond kunnen worden. Voor de controle van het personeel wordt een projectmanager aangetrokken. Die functie is bedacht door de spreadsheetmanagers. Projectmanagers zijn er niet alleen om projecten te coördineren maar ook om de organisatie te stroomlijnen volgens de richtlijnen van de spreadsheets, die door de spreadsheetmanager zijn opgesteld.

Gelijktijdig met de opkomst van de spreadsheetmanagers heeft de overheid een nieuw systeem ingevoerd namelijk de productbegroting. Dat is een vorm van begroten waarbij een gesubsidieerde instelling aan de overheid producten aanbiedt, die de overheid zelf op een spreadsheet heeft bedacht. Die producten worden dan begroot door het invullen van uren op een spreadsheet. De medewerkers van een instelling zijn dan ook geen mensen meer, maar ‘pakketten uren’ die met producten moeten worden ingevuld. De spreadsheetmanager is ook niet geïnteresseerd in mensen. Dat zou zijn functioneren alleen maar belemmeren. De spreadsheetmanager is met hele andere dingen bezig. Beleggen bijvoorbeeld, of het financieren van een tweede of derde huis. Hij leeft in heel eigen wereld die geheel los gezongen is van de echte wereld waarin hij werkt. Hij leeft in de wereld van de spreadsheetmanager, waarin alles voor de wind gaat. De spreedsheetmanager speelt altijd een win-win spel. Hij of zij kan nooit verliezen, zolang tenminste alles goed gaat.

Maar terug naar de productbegroting. Het opstellen van de productbegroting doet dus de spreadsheetmanager, door middel van een spreadsheet dat jaarlijks op de muur van zijn kamer wordt geprojecteerd. Elke medewerker mag dan even op zijn spreadsheet kijken en zeggen wat hij er van vindt. De projectmanager controleert vervolgens of de producten worden geleverd op de afgesproken wijze en de medewerker is een groot deel van zijn werktijd bezig met het invullen van urenstaten die vervolgens door de projectmanager urenlang worden gecontroleerd. Het is een systeem dat prima werkt, tenminste zolang alles goed gaat. Zo’n wereld moet je dus niet veranderen, tenzij het systeem opeens niet meer blijkt te werken. Dan dondert het allemaal als een kaartenhuis in elkaar.

Opeens blijkt dan dat er allemaal dingen niet meer kunnen. Grote organisaties bijvoorbeeld kunnen geen producten meer leveren die niet op het spreadsheet staan. Dat zijn producten bijvoorbeeld die meer uren vergen dan je vooraf precies kunt aangeven. Organisaties die geleid worden door een spreadsheetmanager hebben functionarissen in dienst die geen stap méér verzetten dan het vooraf berekend aantal uren per project dat op het spreadheet staat. Anders krijgen ze een reprimande van de projectmanager die wordt aangestuurd door de spreadsheetmanager. Langzaamaan verschraalt niet alleen de economie, maar ook het culturele klimaat. De spreadsheetmanager creëert benauwde mensen in een wereld waarin alles goed gaat. For the time being, wel te verstaan.

Er is één schrale hoop. Langzaamaan groeit het besef dat de werkelijkheid van de spreadsheet niet de echte werkelijkheid is. Er ontstaat een soort dubbelspel, waarin iedereen net doet alsof hij gelooft in de speadsheet, maar in feite weet hoe het werkelijk zit. De spreadsheetmanager wordt dan een toneelspeler, een figuur uit de Commedia del Arte. Hij speelt zijn rol, maar iedereen weet dat het slechts een rol is en niets meer.  ‘Als jij zo graag spreadsheetmanager wilt zijn, dan doe ik net of jij mijn spreadsheetmanager bent.’ Beiden zetten hun pruik op: de speadheetmanager en degene die hij managet. Zo zingt de wereld van de spreadsheet zich definitief los van de ware wereld. Het klavecimbel laat zijn eerste klanken horen voor de laatste wals van de spreadsheet. Dan zal het woord van Nietzsche in vervulling gaan, die ooit de profetische woorden schreef:

‘Maar de mens zelf vertoont een niet te overwinnen neiging 
om zich te laten misleiden en is als het ware betoverd van geluk 
als de rapsode hem epische sprookjes voor waar vertelt of als de 
toneelspeler op het toneel de koning nog koninklijker vertolkt 
dan de werkelijkheid hem toont. Het intellect, die meester in 
het veinzen, is zo lang vrij en van zijn anders te vervullen slavendienst ontheven als hij kan misleiden, zonder schade te 
berokkenen en viert daarna zijn saturnalia; nooit is het 
weelderiger, rijker, trotser, behendiger en vermeteler.’

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)