Wat bezielde Jasper S.?

 

‘Deze advocaat heeft een aantal keren zijn geheimhoudingsplicht opzijgezet. Dat mag niet. Hij heeft uitgebreid verteld waarom de verdachte zo lang over zijn daad heeft gezwegen en gaf inzicht in het dna-onderzoek. Ook heeft de heer Vlug waarschijnlijk gedacht: mijn cliënt heeft een bekentenis afgelegd, dus dat kan ik op televisie bevestigen. Maar dat is niet zo. Het is jammer dat presentator Twan Huys niet vroeg: ‘Mag u dit allemaal wel zeggen van uw cliënt?’ Ik vermoed van niet, anders zou hij dat erbij hebben gezegd. Als hij dat had gedaan, was er niks aan de hand. Dan had u mij nu niet gebeld.’

Aldus hoogleraar advocatuur Britta Böhler gisteren in de Volkskrant, naar aanleiding  van het interview van Twan Huys met advocaat Jan Vlug in het programma  Nieuwsuur van afgelopen donderdag. Dat interview was top-televisie. Ik heb op het puntje van mijn stoel zitten kijken, want zoiets zie je niet zo vaak, een advocaat die volledig opening van zaken geeft, meedeelt dat zijn cliënt een bekentenis heeft afgelegd en zelfs allerlei privézaken vertelt die betrekking hebben op zijn cliënt. Zo kregen miljoenen kijkers opeens een beeld voorgeschoteld van de man die Marianne Vaatstra heeft vermoord. Niet dat dit beeld alle vragen wegnam, integendeel. Het raadsel werd er alleen maar groter door.

Twee vragen kamen bij mij op. Ten eerste hoe is het mogelijk dat een behulpzame, vriendelijke man, een hardwerkende boer,  gereformeerd, getrouwd en met twee kleine kinderen een dergelijke gruwelijke daad kan plegen? En ten tweede. Hoe is het mogelijk dat hij dit dertien jaar lang voor zich heeft kunnen houden, zonder in zijn directe omgeving geen enkele argwaan te wekken, en dat terwijl deze zaak nooit uit de publiciteit is weggeweest?

Op beide vragen werd eigenlijk geen bevredigend antwoord gegeven. Wat de eerste vraag betreft, liet advocaat Jan Vlug weten dat hij Jasper S. ten tijde van de moord gestrest is geweest en privéproblemen had (‘drukte en toestanden op de boerderij’). Hij ging die nacht fietsen in de omgeving om ‘onbelangrijke dingen kwijt te raken en belangrijke dingen op een rij te zetten.’ Hij had een mes bij zich, maar dat heeft iedere boer in die omgeving. Kortom, dit alles is geen verklaring, want dan zou niemand ‘s nachts meer alleen over straat kunnen. Er lopen immers in Nederland elke nacht mensen rond die gestrest zijn en privéproblemen hebben, maar dat is geen reden dat bij hen opeens de stoppen doorslaan.

Verder liet deze advocaat zich ontvallen dat je bijna op een religieuze verklaring moet terugvallen: ‘Het kwaad schuilt in ons allemaal.’ En even later: ‘Ook goede mensen doen beestachtige dingen.’ Nu wil ik best geloven, dat ieder mens geneigd is tot het kwaad. Wij zijn immers allemaal behept met de erfzonde, zoals de catechismus vroeger leerde. Toch waag ik het te betwijfelen dat ieder mens tot zo’n gruweldaad in staat is. Er moet in psychologisch opzicht meer aan de hand zijn. Maar wat? ‘Misschien dat psychologen en psychiaters hier anders over denken,’ zei Jan Vlug. Maar wat denken die psychiaters dan? Zijn het niet eerder theologen die in deze kwestie het verlossende woord kunnen spreken.  Ik moet er niet aan denken dat Jasper S. straks in het Pieter Baan Centrum onderzocht gaat worden door een volledig geseculariseerde psychiater die niets begrijpt van de religieuze achtergronden van Jasper S. en het gereformeerde milieu waar hij uit voortkomt.

Hoe dan ook, die woorden van Jan Vlug gaven aan, dat deze advocaat zijn verdediging juist op dit punt zal toespitsen. Een punt dat zich bevindt op het snijpunt van psychiatrie en theologie. Wat betekent schuld? Of concreter geformuleerd, was Jasper S. toerekeningsvatbaar op het moment dat hij zijn daad beging? Dat is de hamvraag hij het proces dat hem te wachten staat. Al kan hij zich alles tot in detail herinneren –  er is geen zwart gat in zijn geheugen – de mogelijkheid blijft kennelijk bestaan, dat hij buiten zijn vrije wil om gehandeld heeft. Advocaat Jan Vlug verklaarde dat ook zijn vrouw en kinderen er zo over denken. ‘Het kan niet zo zijn dat jij dit bij volle bewustzijn hebt gedaan,’ zouden ze hebben gezegd, toen de vader ook tegenover zijn gezin zijn bekentenis had afgelegd.

Op mijn tweede vraag kwam er eigenlijk helemaal geen antwoord. Hoe speelt iemand het klaar om zo’n daad dertien jaar lang geheim te houden en dat in deze omstandigheden? Daarvoor moet een enorme hoeveelheid psychische energie nodig zijn geweest. Jasper S. moet psychisch gesloopt zijn. Of hij heeft geen geweten hebben, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk, gezien de informatie over zijn karakter, die tot nog toe naar buiten is gekomen. Maar hoe speel je dit dan klaar? Dostojevski had er een roman over kunnen schrijven. De hele affaire doet mij trouwens toch erg aan een Russische roman denken. Het zijn waarschijnlijk de meest duistere uithoeken van de menselijke psyche waarin dit alles zich heeft afgespeeld.

En wat te denken van de streek waarin dit gebeurde? Zwaagwesteinde en omgeving staan niet bekend als de minst criminele regio in Nederland. Hoe komt dat? Ik kan me herinneren dat er in 1988 door het plaatselijk belang het initiatief werd genomen om een standbeeld op te richten voor Salomon Levy, de Joodse koopman die zich in achttiende eeuw in deze regio gevestigd heeft. H. de Haan schreef in 1961 een dik boek over deze wonderlijke figuur die een bijzondere betekenis heeft voor deze omgeving. Voor Rink van der Velde stond hij model voor de roman In fin maear as in bears (1995). In mijn functie van provinciaal kunstadviseur raakte ik destijds betrokken bij dit plan voor een standbeeld voor Salomon Levy. Dit initiatief stuitte destijds op grote weerstand bij de bevolking.

Salomon Levy, zo ging het verhaal, zou vele tientalen buitenechtelijke kinderen hebben verwekt in Zwaagwesteinde en omgeving. Genetisch gezien zou deze koopman verantwoordelijk zijn voor de hoge criminaliteitscijfers die deze streek sindsdien heeft. Je zou de nakomelingen van Salomon Levy zelfs kunnen herkennen aan de doorlopende wenkbrauwen, die volgens de theorie van Lombroso kenmerkend zijn voor een genetische aanleg voor criminaliteit. Het plan voor een standbeeld resulteerde uiteindelijk in een ontwerp van Suze Boschma Berkhout voor de ‘Westereinder keapman‘, een nogal knullig beeldje waarvoor de Provincie Friesland, op advies van de Provinciale adviescommissie beeldende kunst (waarvan ik destijds secretaris was), geen subsidie verleende.

Kortom, de figuur van Salomon Levy ligt gevoelig in de Westerein. Je kunt je zelfs afvragen of in de zaak Vaatstra genetische factoren in het geding zijn, die met deze figuur te maken hebben. Vijf jaar gelden werd er nog aan getwijfeld of een grootschalig Y-chromosaal DNA-onderzoek wel zin had, omdat veel Zwaagwesteinders en mensen uit de omgeving afstammen van Salomon Levy (zie: LC van 30.4.2007). Kan het misschien zo zijn dat een ‘crimineel gen’ van Salomon Levy bij Jasper S. plotseling opspeelde toen hij zijn daad beging? Het lijkt absurd, maar toch zou over deze kwestie graag eens de mening van een criminoloog willen horen. In de tijd van ‘de affaire Buikhuisen‘ was het in linkse kringen een taboe om te beweren dat bij criminaliteit erfelijke factoren in het geding kunnen zijn.

Maar in ons tijdperk van DNA- determinisme en hersenwetenschap is de balans tussen nature en nurture compleet doorgeslagen naar de andere kant. De vrije wil bestaat niet meer, als we de neurosofen moeten geloven. Wij zijn ons brein en we doen wat we doen. Dat wil zeggen, we doen wat onze genen en hersenen zeggen wat we genoodzaakt zijn om te moeten doen. De predestinatieleer van Calvijn is na vijf eeuwen terug van weggeweest. Heb mededogen met de misdadiger, want hij wilde niet wat hij wilde, en hij wist niet wat hij deed. (zie ook mijn log: Psychiatrie en religie)

Maar er is nog iets. Het hedendaagse Zwaagwesteinde is tot op zekere hoogte te vergelijken met de vooroorlogse situatie in het Brabantse plaatsje Oss. Het is jammer dat Willem Nagel (J.B. Charles) niet meer leeft. Hij schreef al in 1949 een dissertatie over de criminaliteit in Oss. Nagel ging bij zijn onderzoek niet uit van de vraag, door welke interne oorzaak mensen tot een criminele daad komen, maar welke rem bij hen voor het plegen van de daad is weggevallen. Hij zocht de verklaring voor de hoge criminaliteitscijfers in Oss dan ook niet in de erfelijke factoren van de betrokken families, maar in de sociale gevolgen van de opkomende industrie. Maar wat betekent dit voor Jasper S.? Zijn er omgevingsfactoren of sociale factoren bij hem überhaupt van invloed geweest? Is in zijn geval niet eerder sprake van een anomalie, een absoluut en onbegrijpelijk unicum, zoals ook zijn advocaat suggereert?

Nogmaals, een factor, die in dit geval een bepalende rol kan hebben gespeeld, is de gereformeerde achtergrond van Jasper S.. Hij was niet zomaar een gelovig christen, maar ook lid van de zendingscommissie van zijn kerk. Elke zondag ging hij ter kerke in de gereformeerde kerk in Kollum. Dat is een van de mooiste kerkgebouwen van Friesland (ik schreef er ooit een boekje over). In hoeverre heeft die gereformeerde achtergrond bij hem een rol gespeeld? Het zondebesef, de predestinatieleer, de onderdrukking van de seksualiteit? Het zijn natuurlijk omstandigheden waar miljoenen mensen mee leven, zonder dat er ongelukken gebeuren. Maar toch blijft het een raadsel hoe iemand dertien jaar lang kan leven met zo’n daad op zijn geweten?

Wat zijn de religieuze gedachten geweest van Jasper S? Dacht hij misschien dat hij voorbestemd is geweest om deze misdaad te begaan? Dat hij bezeten was door de duivel? Dat hij so wie so verdoemd was en na zijn dood zou branden in de hel? Dacht hij daarom soms dat hij voor de rest van zijn leven er maar het beste van moest zien te maken. Hij wilde zijn eigen gezin met destijds nog jonge kinderen in bescherming nemen, zo liet advocaat Jan Vlug weten. Mogelijk heeft Jasper S. erop gegokt dat hij het grote geheim tot zijn dood met zich mee kon dragen en dat hij bij het Laatste Oordeel pas zijn vonnis te horen zou krijgen. Een gereformeerde kent tijdens zijn aardse leven geen biecht en geen vergeving, alleen uitverkiezing door genade en verlossing. En dat laatste is maar voor zeer weinigen weggelegd. Wellicht is die gedachte voor Jasper S. een schrale troost geweest in het onmenselijke leven dat hij dertien jaar lang moest leiden. Of moest lijden, beter gezegd. ‘Marianne is geen dag uit zijn gedachten geweest,’ verklaarde zijn advocaat.

Ik vraag me af of we ooit te weten zullen komen wat Jasper S. werkelijk heeft bezield. Maar één ding is zeker, wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Dat is ook het signaal dat de gereformeerde gemeenschap van Kollum heeft afgegeven, de gemeenschap waar Jasper S. deel van uitmaakt. God mag dan uit Jorwert zijn verdwenen, uit Kollum en omstreken is hij nooit weggegaan. Dit is een ware gemeenschap in de religieuze zin van het woord, een gemeenschap die een ander licht werpt op wat Friezen van oudsher óók onder het begrip ‘mienskip‘ hebben verstaan. Dat wil zeggen, een zeer hechte, religieus gewortelde, bijna tribale clan, zonder wrok, wraak of drang naar vergelding, zeker als het de eigen gemeenteleden betreft. Een gemeenschap, waarin ook de grootste zondaar nooit wordt uitgestoten.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)