Een kaars in de zonneschijn

Wat men als waarheid aanneemt, zo stelde William Blake, berust slechts op het geloof in die waarheid. Waarheid kan niet zo worden verteld, dat zij wordt begrepen en niet wordt geloofd. Maar de menselijke waarheid hoeft helemaal niet waar te zijn. Zij is slechts ‘een beeld’ zoals het geloof in goed en kwaad, in hemel en hel. Elk beeld kan niet zonder een tegenbeeld, een achtergrond, een reliëf. Waarheid is iets wat oplicht tegen een achtergrond, waarna de achtergrond doorgaans verduisterd en verketterd wordt. Maar het tegenbeeld hoort intrinsiek bij het beeld, zoals de Duivel hoort bij God of zoals een kaars hoort in de duisternis. Een kaars brandt niet als de zon schijnt.

Het is  het dualistische denken in beeld en tegenbeeld dat het bewustzijn van de mens in de weg zit. ‘Maar mijn zintuigen’, zo stelt Blake, ‘ontdekten het oneindige in elk ding.’ Dit soort radicale ideeën komen aan het licht in zijn hoofdwerk The Marriage of Heaven and Hell dat in 2001 door Sylvia Koetsier in het Nederlands is vertaald en van een uitgebreid commentaar is voorzien. Dit fraaie boek ligt tegenwoordig voor nog geen 6 Euro bij de Slegte. De hoogdrukken van Blake zijn in integraal in kleur afgedrukt. Beeld, tekst en handschrift zijn bij hem tot een tot een unieke eenheid verweven.

Religie is volgens Blake verbonden met het hoogst persoonlijke geestesleven van het individu en uit zich in particuliere visioenen en complexe symbolen. Het goddelijke manifesteert zich bij uitstek in de vrijheid van de menselijke verbeelding, waardoor religie en kunst op één lijn komen te liggen: de bottomline van de Romantiek. Lust, dood en duivel komen bij hem voor het eerst bijeen. De seksuele drift wordt door Blake gezien als een der meest wezenlijke zaken van het leven. ‘De weg van het exces leidt naar het paleis van de wijsheid,’ zo schrijft hij. ‘Prudentie is een rijke oude meid verleid door Onbekwaamheid. Hij die begeert maar niet handelt, verwekt de pest.’

Het huwelijk van hemel en hel is in feite een reactie op gedachten die de Zweedse spiritist Swedenborg had ontvouwd zijn boek Heaven and Hell. Swedenborg wilde een nieuwe religie stichten op basis van de Rede. Hij beweerde dat de menselijke geest een strikt mechanisch evenwicht kende en richtte een Nieuwe Kerk op. William Blake ontmaskert Swedenborg als een kwakzalver. ‘Mechanische talenten,’ zo stelt hij.’ kunnen uit de geschriften van Paracelsus en Jacob Böhme tienduizend boeken produceren die evenveel waard zijn als die van Swedenborg, maar ze voegen niets toe aan wat reeds lang bekend is.’

In 1969 kocht ik voor 15 gulden een antiek exemplaar van Swedenborgs  The Apocalypse Revealed bij een boekenstalletje in de Oudemannenhuispoort in Amsterdam. Het had een fraaie blauwe band van leer, met een gemarmerd schutblad binnenin. Het boek was gedrukt in 1911 of 1912, ik dacht in Washington. Ik heb het boek nooit gelezen. Het heeft 10 jaar in mijn boekenkast gestaan. In 1979, vond ik het welletjes. Ik heb het toen met een grote boog in het Van Harinxmakanaal gegooid, ter hoogte van de Froskepôlle. Acht jaar later zag ik niet ver van deze plek, op een stille zondagochtend een kaars branden, zomaar in het gras, midden in de Froskepôlle. Het is daar soms niet pluis. Vreemde geesten komen dan los uit het water en nemen bezit van de omgeving. Ik zag een schip varend onder vreemde vlag. Een vliegtuig vloog over. Later op de dag sprak een man op de radio over een passage die hij gelezen had in Montaillou van Le Roy Ladurie.

Het ging over een eenvoudige boerenvrouw die zichzelf vrijpleitte van seksuele omgang met de pastoor op grond van woorden als : ‘Als ik voel dat het goed is kan het nooit slecht zijn’. Een heidense traditie die door de Middeleeuwen heen in tact was gebleven. Het verband tussen al deze zaken ontging mij ten ene male. Het was een conjunctie van absurde feiten die zich die dag aaneenregen. Paranoia religiosa, een bijna uitgestorven ziektebeeld, voer voor psychiaters die met hun positivistische wereldbeeld de grenzen tussen waanzin en religie maar al te graag willen verkennen. Rutger Kopland beweerde eens dat hij precies de pagina kan aanwijzen in het boek Knielen op een bed violen, waar de vader van Siebelink medicijnen nodig had om uit zijn waan verlost te worden. Het Godvisioen is door de hedendaagse psychiatrie gereduceerd tot een ontbrekende pillendoos.

Ik heb Swedenborg altijd een fascinerend fenomeen gevonden, ook al zal mijnheer Van den Hoofdakker wel precies kunnen aanwijzen waar, met welke pillen en in welke dosering dit allemaal keurig verholpen had kunnen worden. Sinds Freud is de mystieke wereldliteratuur met terugwerkende kracht een obligate casestudie geworden voor aankomende zielenknijpers. Freud heeft elke transcendentie aan de psyche ontzegd, terwijl het verlangen naar het absolute toch zo overduidelijk de grondmatrijs vormt van het menselijk brein. Deze spagaat wordt door de pathologie van de religie in de kern geraakt. Of beter gezegd gemist.

Het goddelijke is volgens Swedenborg aanwezig in alles wat leeft. Er zijn twee werelden, dacht hij: de natuur en de geest. Alles in de natuur heeft zijn tegenhanger in de geest, zoals het oppervlak van een meer al onze stemmingen kan weerspiegelen. In zijn boek The Apocalypse revealed had Swedenborg – mede op basis van zijn eigen visioenen – omstandig uit de doeken gedaan hoe het einde der tijden zich zou voltrekken. Het jaar 1757 was niet alleen het tijdstip waarop hij had voorspeld dat het Laatste Oordeel zou plaatsvinden, maar toevalligerwijs ook het geboortejaar van William Blake, die zo met de ideeën van Swedenborg geworsteld heeft. Wat hij miste bij hem, was de eenheid der tegendelen, de uitersten die elkaar raken. Er was geen tweedeling tussen geest en materie. Alles is energie, zei hij, en de seksualiteit is een sacraal gebeuren. In zijn boek Het huwelijk van Hemel en Hel schrijft Blake: ‘Swedenborg houdt alleen een kaars in de zonneschijn.’

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)