Identiteit bestaat niet
In het voorjaar van 1965 zag ik op televisie het toneelstuk Hendrik IV van Pirandello. Het maakte een verpletterende indruk op mij. Ko van Dijk speelde de hoofdrol, dat weet ik nog goed. Hendrik IV gaat over een existentieel probleem. Hoe is het om in het schemergebied te leven tussen waan en werkelijkheid? Waar ligt de grens tussen het normale bewustzijn en de waanzin? Is die grens absoluut of wordt hij alleen bepaald door een relatief verschil in beleving van binnenuit en van buitenaf? Allemaal vragen, die uiteindelijk uitkomen bij de laatste vraag. Wat is de identiteit van een mens? Een essentie, een constructie of een illusie?
Voor het schrijven van dit stuk werd Pirandello geïnspireerd door de persoonlijke ervaringen die hij had opgedaan met zijn vrouw, die twee jaar eerder in een gesticht was beland. Het proces van het langzaam wegglijden in de waanzin had hij zich dus onder zijn ogen zien voltrekken. Hij moet gezien hebben dat die grens gradueel is en uiteindelijk bepaald wordt door de omgeving. Er zijn geen absolute verschillen tussen waan en werkelijkheid. Integendeel, we hebben met ons allen ooit afgesproken dat het gezonde verstand overeenstemt met de wereld. Maar wie zegt dat een waanzinnige niet veel meer recht van spreken heeft? Waanzin kan soms een toevluchtsoord voor het bewustzijn vormen, een comfortabele binnenwereld die veruit te verkiezen is boven de dorre eenzaamheid van het alledaagse bestaan.
Het verhaal van het stuk is intrigerend. De hoofdpersoon, een depressieve jongeman, valt tijdens een historische optocht, waarin hij de rol van Hendrik IV speelt, van zijn paard en wordt krankzinnig. Hij denkt dan dat hij werkelijk Hendrik IV is, de Duitse keizer uit de 11de eeuw die barrevoets de gang naar Canossa moest maken naar de Paus. In plaats van zijn waanzin te behandelen, besluit zijn welgestelde neef om hem in zijn waan te laten en hem op te sluiten in een middeleeuws kasteel, waar alles is ingericht als het hof van de historische Hendrik IV. Daar verblijft hij twintig jaar lang, letterlijk in een burcht van illusies.
Als het stuk daadwerkelijk begint, komt een groepje oude vrienden bij hem langs. Onder hen bevindt zich zijn oude geliefde Mathilde die opeens de hoop blijk te koesteren om hem te genezen, hoewel ze hem jarenlang aan zijn lot heeft overgelaten. Op advies van een psychiater besluiten men een poging te wagen om ‘Hendrik IV’ met een schok uit zijn waanwereld te laten ontwaken. De dochter van Mathilde trekt de kleren aan die haar moeder twintig jaar tevoren had gedragen toen het ongeluk gebeurde.
Uiteindelijk blijkt dat Hendrik al acht jaar eerder genezen was, maar al die tijd zijn waanzin is blijven simuleren om niet te hoeven terug te keren in de wereld van het gezonde verstand. Hij verkoos het geruststellende comfort van zijn historische identiteit boven de trieste werkelijkheid van zijn eigen verspilde leven. Maar als de burcht van illusies dreigt te bezwijken, kan alleen een wanhoopsdaad nog uitkomst bieden. Het stuk eindigt dramatisch met een moord, waarmee de hoofdpersoon alsnog zijn waanzin voor zijn directe omgeving onomstotelijk bevestigt.
Maar de vraag die natuurlijk blijft hangen is: wat stelt die waanzin nog voor? Hendrik IV is waanzinnig, maar in relatie tot welke werkelijkheid? Zijn eigen bewustzijn? De leugen van zijn geliefde? De historische schijnwereld die zelfs zijn directe omgeving twintig jaar lang in stand heeft gehouden? Een absolute grens is verdwenen. Er bestaat geen waarheid meer, geen werkelijkheid en geen waanzin. Een half jaar nadat ik het stuk op TV had gezien belandde ik zelf in een gesticht. Ik heb daar nog vaak aan het stuk van Pirandello teruggedacht. Ik speelde met de gedachte om voortaan net te doen alsof.
Soms denk ik wel eens bij mezelf, dat ik nog altijd doe alsof. Ik doe alsof ik ‘ik’ ben, maar dat ben ik niet. Ik doe alsof ik ‘Fries’ ben, maar dat ben ik niet. Ik doe alsof ik ‘Huub Mous’ ben, maar dat ben ik niet. Ik doe alsof ik ‘gek’ ben, maar dat ik ben ik niet. Of anders gezegd, de ware gekte is de werkelijkheid zelf. We houden met zijn allen de illusie in stand dat de werkelijkheid de normaalste zaak van de wereld is. We trekken een geruststellend decor overeind van een historische of existentiële identiteit, waarin we ons niet alleen als groep, maar ook als individu heel veilig wanen.
Maar identiteit bestaat niet. Het is een blinddoek die ons behoedt voor een gigantische leegte. Wie de moed heeft om die blinddoek af te doen ziet de waanzin recht in de ogen. Die horror dekken we af met de illusie van een gezond verstand. Hendrik IV is een soort Elckerlyc. Het gaat over iedereen. Ieder mens leeft immers in een burcht van illusies.

Ernst Bruinsma
23 december 2011 op 11:17
Beste Huub,
Heb je het in 2011 dan toch voorelkaar gekregen, ik reageer op je blog. Wat een mooi stuk heb je geschreven, dank daarvoor. Ik voel me gesterkt, al was dat ongetwijfeld niet de bedoeling. En ik ga deze dagen het verhaal ‘De psychiater’ van Machado de Assis herlezen. Als je het nog niet kent, zoek het op een lees! en anders maak ik met genoegen een kopie voor je.
best wishes
Ernst
Peter Bastiaanssen
23 december 2011 op 11:40
“Het is een blinddoek die ons behoedt voor een gigantische leegte.”, schrijf je Huub, maar waarom een gigantische leegte, misschien zorgt de blinddoek eerder voor een bescherming tegen een overweldigende volheid, een totaliteit.
En is de illusie waarin wij leven gewoon een onvolmaakt her-creëren,een vormgeven van een ‘verschraalde’ realiteit die ons in staat stelt te kunnen functioneren?
Ik zet, zomaar, zonder enige onderbouwing de volheid, de totaliteit op de plek die jij horror en leegte noemt.
Tis niet voor nix bijna kerst…
Recidive
23 december 2011 op 12:08
@ E. Bruinsma. Het “kopiëren” zit u kennelijk in het (Afûk)bloed, maar dat was intussen al bekend.
Huub Mous
23 december 2011 op 12:22
@ Ernst.
Thanks. Ik zoek het op
@ Peter
Ik zag gisteren Herman Finkers op tv. Die sprak – in navolging van Reve – over een ‘angstwekkende majesteit’. Is dat niet hetzelfde als de ‘horror vacui’. Ofwel: een ‘angstwekkende leegte’?
burgher
23 december 2011 op 12:35
nergens om hjer, fjierders, mar wat hat dit no wer mei KH2018 te meitsjen?
Huub Mous
23 december 2011 op 12:40
Alles, dombo ! De pikefelfaktor!
Huub Mous
23 december 2011 op 12:46
Aldous Huxley
Robert Musil
chickenburgher
23 december 2011 op 12:47
ok
Peter Bastiaanssen
23 december 2011 op 12:56
@huub
toevallig heb ik die ook gezien gister.
Volgens mij ging het juist niet over de horror vacui.
Eerder het tegenovergestelde.
Wat wij steeds weer proberen is proberen vorm te geven aan de volheid, waarin we weliswaar tekort schieten, maar dat wil niet zeggen dat daarachter een leegte zit, juist het tegenovergestelde. Onze onuitroeibare drang naar metafysica die we proberen vorm te geven, het ‘geheim’, zoals Finkers dat noemde, zoals we dat doen in religie, in kunst, kan net zo goed wijzen op een ‘totale volheid’, die hoewel we niet weten wat dat is, zich steeds blijft opdringen aan ons. Betekenis geven vanuit een gevoeld mysterie, als onze basisbehoefte, kan net zo goed wijzen op een zinvol zijn als op een horror vacui, dacht ik.
Volgens mij zat Finkers ook een beetje op die lijn, terwijl witteman er geen snars van begreep…
van buyten
23 december 2011 op 13:04
binnenwerelden moeten het altijd weer hebben van leerzwakte
Huub Mous
23 december 2011 op 13:20
Mijn vraag was: is een ‘angstwekkende majesteit’ niet hetzelfde als een ‘angstwekkende leegte’? Je kunt je ook afvragen: waarom is er ‘iets’ en niet ‘niets’? ‘Niets’ was logischer geweest, zou Johan Cruijjf zeggen. De vraag ‘waarom is er iets en niet niets?’ staat aan het begin van alle verwondering. Er bestaat geen antwoord op die vraag. Je kunt altijd twee kanten op. Ook al zeg je, dat ‘iets’ hetzelfde is als ‘niets’. Anders gezegd, ook al zeg je dat ‘volheid’ hetzelfde is als ‘leegte’, dan nog kan ‘leegte’ volheid zijn, maar tegelijk kan ‘volheid’ ook ‘leegte’ zijn. Je kunt zeggen: dit is dus een mysterie. Maar dat is een uitvlucht naar de onderbuik. Je kunt ook zeggen: Dit gaat mijn pet te boven. Ik denk dat we het daarop moeten houden.
Piet Pikefel
23 december 2011 op 13:31
Er is metafysica genoeg in denken aan niets.
Peter Bastiaanssen
23 december 2011 op 14:19
Ik snapte je vraag, Huub
…toch lijkt mij, voor hoe jij het leven ervaart, het uitmaken of je het mysterie een volheid noemt of een niets, wat Johan Cruijjf daar verder ook over te melden heeft.
Het idee dat het logischer is dat er eerder niets is dan iets, lijkt mij moeilijk te funderen.
Ook de onderbuik of, met minder negatieve connotatie, je ‘gut-feeling, je instinct, of je intuïtie kan je wijzen op iets wezenlijk en het daarop afgaan hoeft dan ook niet altijd een uitvlucht te zijn. Rationaliseren kan net zo goed een ‘vluchten van’, zijn. Zo kan je het mysterie weg rationaliseren en dan is er inderdaad al snel ‘niets’ meer. Ruimt natuurlijk wel lekker op. De vraag blijft of je zo het kind niet met het badwater weggooit?
En zelfs als de mens de metafysica zelf creëert,vastlegt in religieuze rituelen, of in bv. kunstuitingen, dan nog wijst dat niet naar een onderliggend niets.
Huub Mous
23 december 2011 op 15:09
Mijn logisch instinct zegt dat ‘niets’ meer voor de hand had gelegen dan ‘iets’. Einstein vond dit universum ‘vreemd’. Ik ben geen Einstein, maar dat gevoel heb ik ook. Mijn logisch instinct zegt eveneens, dat het meer voor de hand ligt, dat er na de dood ‘niets’ is, dan dat er ‘iets’ zou zijn. Maar in dit vreemde universum is niets uitgesloten (en zelfs dat niet).
Peter Bastiaanssen
23 december 2011 op 15:42
Oei, die is ingewikkeld; ‘het logisch instinct’.
Maar Einstein, toch een beetje de Cruijff onder de wetenschappers, vond het universum dus vreemd. Mysterieus, dus. Een mysterie.
En dat is het, lijkt mij ook.
Net als het leven zelf.
Ook al mysterieus.
En aan dat mysterie moeten wij op een of andere manier vorm te geven, dat doen we door betekenissen en waarderingen te geven aan van alles en nog wat.
Het logisch rationele dominante denken (ook al beheerst bijna niemand deze tak van sport) richt zich dmv de technologie tot het begrijpen en kopiëren van materiële structuren, de natuur slimmer en sneller gebruiken dan ze zelf doet.
Dat is mooi en soms een beetje link, maar dit denken reikt niet verder dan fysieke zaken. Het feit dat ons technologisch denken verder niets kàn met het mysterie van niet-materiële zaken, leidt inderdaad al snel tot het idee dat er grond is om aan te nemen dat er niets ís.
Ik zie die grond niet.
Net zomin ik een grond zie dat het mysterie gevuld zou zijn.
Maar misschien verandert dat nog eens…
Feike
23 december 2011 op 16:12
“Ik doe alsof ik ‘Fries’ ben, maar dat ben ik niet.”
Je hebt het steeds over één persoon.
Maar hoe zit het met een groep, die zegt ik, ik doe alsof ik ´Fries` ben. Of veel overtuigender: Ik ben Fries.
Wordt dan niet een individuele waanzin, die nog gemakkelijk te plaatsen is, een collectieve waanzin, waar geen kruit meer tegen gewassen is en een hele samenleving, politiek bestel en algemeen menselijke culturele evenementen gaat overheersen?
Fetzje V.
23 december 2011 op 16:21
Eerst was het nog my home is my castle.
Voor zo´n groep wordt het al gauw, my home is my headsted of Europe. Of nog wat fanatieker, my home is the headsted of the universe.
Waar gaat zoiets mis in het collectieve bewustzijn van zo´n groep?
Huub Mous
23 december 2011 op 16:29
@ Peter
Hoezo de grond niet?
In deze donkere dagen voor de kerst zie ik de lucht niet.
@ Feike
Ik denk nooit dat ik wij ben.
Wij denken ook nooit dat wij ik zijn.
Peter Bastiaanssen
23 december 2011 op 17:08
@Huub
Lucht, ook voor de kerst, moet je gewoon ruiken.
eenzame nietser
23 december 2011 op 18:11
( waar gáát dit over …)
Peter Bastiaanssen
23 december 2011 op 18:47
Uiteindelijk gaat het allemaal over jou, eenzame nietser…
Sterkte ermee.
En fijne dagen, natuurlijk.
tweezame ietser
23 december 2011 op 19:08
‘ermee’ …
he thx!
Peter Bastiaanssen
23 december 2011 op 19:18
Wel fijn dat je zo kritisch blijft, twee samen!
Wiepie d J.
23 december 2011 op 20:55
Die meneer Mous kan nou wel beweren dat indentiteit niet bestaat, maar dat is onzin.
Ik weet zeker dat de enige indentiteit die altijd blijft de Friese indentiteit is.
J.A. Heitmann
24 december 2011 op 01:41
Breivik vond de hedendaagse wereld krankzinnig waardoor hij door een team van psychiaters voor gek wordt verklaard. Gelukkig dat het een eenling is, met wellicht een paar sympathisanten in zijn ambiance maar als het 1000 man waren geweest staat voornoemd team toch machteloos.