God only knows

Waarom is er nooit een roman over geschreven of een film over het Ignatius college gemaakt? Maar dan zonder valse sentimenten en zoals  het werkelijk was?  Met deze retorische vraag besloot ik op 22  maart j.l. mijn log In de knapenbunker over mijn herinneringen aan het Ig.  Gisteren ontving ik een mailtje van Jos Heitmann die wel eens vaker op mijn site reageert. Hij is oud-ignatiaan en heeft hij een ‘ABC van het Ig.’ geschreven, waarop veel informatie is te vinden over oud-ignatianen en Jezuïeten op het Ig. Hij liet me weten dat Antoine Bodar al na één jaar door de paters op het Ig van school is gestuurd. Zoiets had ik al eens eerder gehoord, maar ik wist niet dat het al na één jaar is gebeurd. Ik  had me al eens afgevraagd waarom ik nooit iets van Bodar vernomen heb, toen ik zelf op het Ig zat. Ivo Niehe liet laatst bij Pauw en Witteman weten dat hij bij Bodar in de klas had gezeten.  Ivo zat twee klassen hoger dan ik, maar hij was op het Ig redelijk bekend. Mede door zijn band Ivo and the furies.

Bodar heeft op het Ig voor zover ik kan nagaan geen sporen nagelaten. Ook in de bloemlezing die verscheen bij het vijftigjarig bestaan van het het schooltijdschrift De Harpoen is niets van hem te vinden. In 1966 heb ik nog aan die uitgave meegewerkt. Pim Merlijn, een klasgenoot van mij, was eindredacteur. Ik verzorgde de illustraties. Er staat ook een verhaal van mij in: De mythe van een golfbal, naast bijdragen van onder meer Bernard Delfgauw, Wim Zaal, Huub Oosterhuis (zijn debuut als dichter), Ton Regtien, Henk Terlingen en Pieter Nieuwint. Ik heb als auteur wel eens in een minder gezelschap verkeerd. Hoe dan ook, Bodar moet in dat ene jaar op het Ig een ‘dromer’ zijn geweest, zo laat Jos Heitmann weten. Misschien is hij dat nog wel.

Bodar moet inmiddels een gruwelijke hekel aan de Jezuïeten hebben gekregen, want ook bij de Jezuïeten-parochie van de Amsterdamse Krijtberg hebben ze hem eruit gegooid. Bij de Sint Jan in Den Bosch heeft hij het daarna ook niet lang uitgehouden. Als je het goed beschouwt, functioneert Bodar alleen goed als televisie- en society-priester. Op bovenstaande foto is hij in lichtelijk  aangeschoten toestand te zien bij de presentatie van het nieuwe boek van Thiery Baudet, dat gaat over conservatisme. De foto stond zaterdag j.l. op de roddelpagina van de NRC. Zo te zien gaat het niet zo goed met Bodar. Of misschien juist wel en zet hij nu eindelijk eens echt de bloemetjes buiten. God only knows…. Verder schreef Jos Heitmann me nog het volgende:

 ‘Ergens schreef je in diplomatieke bewoording het vermoeden op of Jezuïeten het zelf wel geloven. Ik heb aanwijzing van niet maar de goede gelegenheid dit te schrijven moet nog komen.’

Ik denk dat hij doelt op een bewering van mij – die ik ooit uit de mond van Bodar heb opgetekend – dat een katholiek in wezen niet hoeft te geloven in het bestaan van God. Bodar was weliswaar geen Jezuïet, maar ik heb een dergelijke opvatting altijd als een jezuïtische vorm van katholicisme beschouwd. In januari 2004 sprak ik Bodar in zijn woning in Amsterdam. Het gesprek ging over Gerard Reve en met name het zogeheten colloquium doctum dat de theoloog Ben Hemelsoet Reve heeft afgelegd in het voorjaar van 1966, alvorens Reve tot katholiek werd gedoopt ( zie: hier). Op mijn vraag aan Bodar of het eigenzinnige godsbeeld van Reve eigenlijk wel te rijmen viel met de officiële geloofsleer van de Kerk, gaf hij mij het opmerkelijke antwoord, dat het in diepste wezen er niet toe doet wat je werkelijk gelooft, laat staan of het waar is wat je gelooft.

Bodar was, zoals bekend, enige tijd nauw bevriend met Reve. Hij heeft ooit eens aangekondigd een boek te zullen schrijven over het godsbeeld van Reve, maar dat is nooit verschenen. Twee jaar geleden heb ik Bodar mijn manuscript over Reve (Gods Koninkrijk in  Greonterp) toegestuurd. Hij heeft daar nooit op gereageerd. Een deel van dat manuscript is onlangs gepubliceerd in Tegen de tijdgeest, terugzien op een pychose. Mijn bijdrage aan dat boek is min of meer een verslag van wat ik in 1965 en begin ’66 op het Ignatiuscollege heb meegemaakt, voorafgaande aan mijn opname in de St. Willibrordus-stichting in Heiloo op 16 januari 1966. In januari a.s. zal de VPRO in het zondagochtendprogramma Boeken een half uur lang aandacht besteden aan dit boek. Ik ben daar zelf helaas niet bij. Eindredacteur Wim Brand heeft gekozen voor de oudste en de jongste auteur: Egbert Tellegen en Daan Muntjewerf, maar mijn bijdrage aan het boek zal zeker ter sprake komen zo is mij verzekerd.

Bodar heeft zich de laatste jaren nogal dubbelzinnig uitgelaten over het katholicisme van Reve. Zo beweerde hij onlangs dat Reves boeken provocerend waren voor het kerkelijk gezag en ook hemzelf als katholiek pijn hebben gedaan. Ook over de seksuele ontsporingen van priesters in seminaries en internaten heb ik Bodar nog nooit op een eenduidige uitspraak kunnen betrappen. Hij is de verpersoonlijking geworden van de dubbele moraal van het katholicisme. Het ideaal is één, maar de praktijk is wat anders, en bovendien kun je als katholiek altijd nog biechten, en daarna begin je gewoon van weer opnieuw. Als gehuwd priester kun je ook niet naar de rechter stappen, als je door Het Vaticaan uit het ambt wordt gezet. Godfried Bomans heeft het ooit eens als volgt geformuleerd: ‘Sinterklaas in functie valt onder het kerkelijk recht, en is als zodanig niet te bekeuren als hij door een rood licht rijdt.’ Katholicisme is een geloofsleer die in wezen gaat over naastenliefde en barmhartigheid, maar de praktijk ontaardt dit Roomse redeneren weldra in hypocrisie.

De mediagenieke Antoine Bodar is in Nederland het boegbeeld bij uitstek geworden van dit soort schaamteloze schijnheiligheid. Het celibaat is een ziekmakende instelling. Dat was in de jaren zestig al voor velen duidelijk ook binnen de katholieke kerk. Het katholicisme heeft niet alleen zijn geloofwaardigheid, maar ook zijn toekomst verloren. Het begin van dat proces kondigde zich aan op het moment dat Gerard Reve zich bekeerde. Die samenloop van omstandigheden vind ik nog altijd intrigerend. Ik zou er graag nog eens wat meer over willen schrijven, omdat hier een breuk in het geding is die ook in mijn eigen leven is terug te vinden. De afgelopen decennia zijn voor mij niet zozeer een gepasseerd verleden, maar in zekere zin ook een verloren toekomst. Het katholicisme is ver weggezakt inmiddels. Dat proces is begonnen in Nederland en ik zat er destijds met mijn neus bovenop.

2 Reacties »

  1. nand braam

    12 december 2011 op 09:23

    @ Huub
    Het gaat in de RK-kerk niet om de kwaliteit maar om de kwantiteit. Dat in West-Europa het aantal rooms-katholieken terug loopt is voor Rome geen probleem. In Afrika en Azië groeit het aantal katholieken behoorlijk. En wat te denken van de groeimarkt China, die beschikbaar begint te komen! Nee, de RK-kerk moet je niet te snel afschrijven. Vraag alleen de gemiddelde katholiek niet wat hij/zij verstaat onder katholiek zijn. Er zal dan veel acadabra te horen zijn.

  2. Huub Mous

    12 december 2011 op 09:49

    If you should ever leave me
    Well life would still go on believe me
    The world could show nothing to me
    So what good would living do me

    Beach Boys, God only knows

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)