The boy in the bubble

Waarde lezer en tijdgenoot. U bent gewaarschuwd. Reageer niet op dit weblog. En zeker niet in de late avond. U die dit leest – en wellicht wilt reageren –  ik ken u niet, en toch ook weer wel. Op internet zijn wij allen… strangers in the late night. Wij begeven ons in duistere sferen en menen te weten wat we doen. Maar wij weten het niet. We doen net alsof we het weten, en alleen dàt weten we donders goed. Op internet zijn wij ‘beterweters tegen beter weten in’. Dat is het kenmerk van dit nog vormloze medium. Het brengt ons samen in de meest wonderlijke sferen niet alleen van de wereld, maar ook van onszelf. Internet is een nog onbekende ruimte naast ons, met ons, en zonder ons. Internet is een eindeloze schuimzee van bubbels. Wij zijn allen tezamen .. the boy in the bubble. Internet is een ruimte die ons uitdaagt en op de proef stelt. Een ruimte als een droom die echt is. Een ruimte die geen ruimte is. Een ruimte die tot nog toe alleen in het taoïsme beschreven is.

Gisteren las ik een paar teksten van Zuang Zi in het wonderlijke boek van Kristoffer Schippers over het taoïsme. Ik las over een droom die Zuang Zi ooit heeft had. Hij droomde dat hij een vlinder was, waarna hij niet meer wist of hij Zuang Zi was die droomde dat hij een vlinder was, dan wel een vlinder die droomde dat hij Zuang Zi was. Hij concludeert dan: ‘Tussen mij en vlinder bestaat noodzakelijkerwijs een onderscheid; dit is wat men noemt de transformatie van de vlinder. En even verderop:

‘O mijn Meester, mijn Meester, Die zonder geweld de tienduizenden schepsels verbrijzelt, die liefdeloos de tienduizenden generaties bevrucht. Die ouder is dan de oudste oudheid en nochtans niet oud. Die de Hemel bedekt en de Aarde draagt, die alle vormen heeft geschapen en nochtans niet bekwaam is. Dit is de vreugde van de natuur en daarom wordt er gezegd: ‘Voor hen die de vreugde van de natuur kennen, is leven een spontaan gebeuren en sterven de transformatie van de schepsels’.’

Wie regelmatig schrijft op internet meet zichzelf een nieuwe identiteit aan. Het ‘ik’ dat ik ben op het net is een soort gedroomd ‘ik’, dat een vreemde dubbele werkelijkheidsstatus heeft. Dit ‘ík’ is reëel en virtueel tegelijk, zoals ook een ‘ík’ in een lucide droom ‘reëel’ en ‘virtueel’ tegelijk is. In die zin heeft de alternatieve ‘ik-ruimte’, die internet te bieden heeft, iets taoïstisch. Toch is de internet-ruimte geen gedroomde werkelijkheid, maar een aparte werkelijkheid binnen de werkelijkheid zelf, een nieuw domein dat tot een andere dimensie behoort en tegelijk interfereert met de driemensionale , ‘normale’ werkelijkheid.

Deze psychologische ‘psycho-ruimte’ van internet is wat anders dan de pure virtualiteit, zoals de internet-ruimte doorgaans wordt benoemd. Het is in feite een hybride ruimte die tegelijk virtueel en psychologisch is, en in die zin zich elders ‘bevindt’, voorbij alle reële dimensies. Sloterdijk verkent in zijn boek Sferen voortdurend dit soort hybride psychologische dubbelruimtes, ruimtes die zich enerzijds in de normale realiteit bevinden en anderzijds niet onderworpen zijn aan de ‘normale’ fysische ruimte-beperkingen. Wat de complicaties zijn van deze nieuwe psycho-ruimte, die internet te bieden heeft, is nog lang niet duidelijk. Het zou een aardig idee zijn om vanuit de taoïstische filosofie de psychologische virtualiteit van internet eens nader onder de loupe te nemen.

De reguliere internet-filosofie oriënteert zich doorgaans op het historisch arsenaal van fysische ruimte-opvattingen. Zo zou de middeleeuwse ruimte-opvatting, waarin de fysische ruimte overkoepeld wordt door een spiritueel universum, enige gelijkenis vertonen met de nieuwe virtuele ruimte-opvatting van internet. Dit soort beschouwingen gaat echter voorbij aan de intrinsieke verwevenheid van de psyche en de internet-virtualiteit. Sloterdijk heeft het over de ‘Met-ruimte’ van de psyche.

Er is altijd iets ‘met mij” iets wat het ‘ik’ in diepste wezen omgeeft, een soort restant-ruimte van de baarmoeder, een virtueel embryo dat als een gebroken eierschaal achter blijft bij de – tot een ‘ik’ geboren – psyche. Die embryonale eierschaal – of kosmische achtergrondstraling van de psyche – keert vreemd genoeg in een andere gedaante terug als je jezelf een nieuwe identiteit aanneemt op internet. Dit nieuwe ‘ik’ blijft dan met een vreemde navelstreng met het oude ‘ík’ verbonden. Zo leef je tegelijk binnen en buiten het oude embryo, dat wil zeggen: in de echte wereld en tegelijk ook niet. Terwijl ik dit schrijf, zweef ik in een oneindig universum, terwijl ik tegelijk met beide benen op de grond sta.

Toch blijf ik zitten met de gedachte dat ik u niet ken en u niet mij. Wie zegt dat ik niet uit mijn nek klets en hier op dit weblog een fake-wereld creëer. Achter het scherm van je computer kun je heel iemand anders worden. Een monster. Een goeroe. Een priester. Een klootzak. Internet is een nieuwe psychologische ruimte, daar helpt geen lieve moeder aan. Wie bent u eigenlijk ? Een kantoorklerk? Een captain of industry? De hoofdredacteur van het Friesch Dagblad? Een gefrustreerde Fransoos die in Friesland een doorstart zoekt voor zijn gestrande carrière? Een opener die niet opent. Een dichter die niet dicht? Een mens zoals ik? A stranger in the late night? Laten wij gedenken dat wij nietige schepselen zijn, ooit zwemmend in de kloten van onze vaders en nu dwalend in deze onbestemde ruimte. Wij zijn allen alleen. Wij zijn allen samen. Wij zijn allen. … the boy in the bubble.

.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)