De eclips van het kwaad

 
View more presentations from Huub Mous
Woensdagavond zag ik de documentaire over Karremans op tv. Twee dingen vielen mij op. Ten eerste: een streng hiërarchisch systeem als het leger is niet in staat om de uitzending te voorkomen van een commandant die niet op zijn taak berekend is. Vooraf bestonden er twijfels over de leiderscapaciteiten van Karremans, maar ingrijpen van bovenaf had een breuk in zijn carrière betekend, en een tussenstap was er niet. Ten tweede: Karremans zelf kon nog altijd niet onder ogen zien, dat hij het kwaad op zijn beloop had gelaten. Hij leefde in feite in twee werelden: zijn eigen werkelijkheid en de feiten. Zo was het kwaad van Srebrenica voor alle betrokkenen onzichtbaar geworden. Niet alleen voor Karremans zelf, die zijn falen niet kon erkennen, maar ook voor zijn superieuren, die hun eigen falen op Karremams af konden schuiven. Dit was wat je noemt een dubbele eclips van het kwaad. Het gaf mij met terugwerkende kracht een Karremansgevoel in het kwadraat.
Sinds het falen van Karremans is het Karremansgevoel een begrip geworden met een veel ruimere betekenis. Het Karremansgevoel heeft ook betrekking op kunst en cultuur. Boze tongen beweren dat de kunst tegenwoordig methadon is voor het volk. Kunst zou een laatste vluchtweg bieden uit de postideologische maatschappij. Dat wil zeggen, een samenleving zonder grote verhalen en zonder samenhang. Waarheden lossen zich op in een stroom van verbrokkelde informatie, helder en stompzinnig tegelijk, als een filmlus die zich eindeloos herhaalt. In die mediale maalstroom lijkt iedereen te hunkeren naar een extatische vorm van zelfverlies. De esthetische ervaring wordt zo een instant-roes,  poëzie een nepmedicijn. Kunst is alleen nog uit op bevestiging, geruststelling en verzoening, in plaats van ontkrachting, verontrusting en het zaaien van tweespalt.
Het Karremansgevoel heeft ook betrekking op de economie. Boze beweren dat we in een casino leven. Het mondiale kapitalisme is stuurloos geworden. Ons lot is overgeleverd aan een horde van graaiende bankiers en gokkende speculanten die rondrijden in goudkleurige Mercedessen. Een kleine elite krijgt de mogelijkheid om zich schaamteloos te verrijken ten koste van een allengs groeiende wereldmassa van kanslozen. Geld is niet een zekering voor de voortwoekerende begeerte van de mens, maar een  virtueel domein waar die begeerte zich ongebreideld kan uitleven. Het geld is het labyrint waar de hedendaagse mens doelloos in ronddwaalt in zijn verlangen naar surrogaten. De mens heeft de wijsheid verloren om de hopeloosheid van zijn onderneming in te zien. De matiging van zijn eigen verlangen is onmogelijk, omdat dit niet in de bedrading van zijn brein zit ingesoldeerd. Een mens wil per definitie altijd meer. Dat is de erfzonde waarvan het bestaan door menigeen niet meer erkend wordt. Zelfs rijkdom kan het verlangen van de mens niet stillen. Juist rijke mensen krijgen steeds meer begeerte naar nog meer geld.
Het Karremansgevoel heeft ook betrekking op de samenleving. Boze tongen beweren dat onder onze ogen een narcistische samenleving zonder mededogen is ontstaan, een wereld van walkmanego’s, doorgesleten zintuigen en openbare bekentenissen van de meest intieme drama’s. Niemand voelt nog een schok, iedereen lijkt in hypnose. Internet biedt een embryonale ruimte van gelukzalige vergetelheid. We zouden een tijd beleven van het oceanisch Utopia in gefragmenteerde ogenblikken. Boze tongen beweren dat er iets grondig mis is met het levensgevoel van de hedendaagse mens. We leven onder een glazen stolp, afgesneden van onszelf en overgeleverd aan een repeterende breuk met de echte wereld om ons heen. Die gewichtloze toestand is macaber en fascinerend tegelijk.
Het Karremansgevoel heeft ook betrekking op de tijd zelf. De tijd loopt voortdurend in cirkels rond. Er is geen uitzicht meer op een laatste waarheid en geen herinnering maar aan een eerste begin.  ‘Help ik voel niets’ zou de noodkreet zijn van deze schizofrene tijd. In zo’n wereld gaan kunstenaars koeien doorzagen en op sterk water zetten. Ze laten zich fotograferen liggend op de vloer van parfumafdeling van de Bijenkorf.  Ze bouwen concentratiekampen na in legosteentjes en schilderen een gaskamer met impressionistische verftoetsen. Ze keren prullenbakken om in een tentoonstellingsruimte, vertonen een filmpje van een zich eindeloos douchende man of een schaap dat voor eeuwig in onmacht ligt. Dit is het Karremans-gevoel in de cultuur. Er zijn geen good guys en bad guys meer. Boze tongen beweren dat er straks geen boze tongen meer zijn.
Kortom, we beleven de eclips van het kwaad. Het kwaad heeft zijn gezicht verloren en is een anonieme macht geworden: de gerechtelijke dwaling, de terreur van de bureaucratie, de dwang om normaal te zijn, in het verbod om je bewustzijn niet te drogeren. Het kwaad is inherent geworden aan het systeem van de tijd. Monotheïsme was verbonden met een bepaalde ‘organisatie van het zelf’ en structurering van macht in een maatschappelijk systeem. Het hedendaagse kwaad is de Big Brother van de anonieme macht. Maar het kwaad  is ook een tijdelijke verstandsverbijstering. Het kwaad duikt op in de verwarde geestestoestand, in alle redenen tot TBS. Het kwaad sluimert in de liefdeloosheid van het eeuwige consumptieparadijs. Het kwaad kan zomaar de kop op steken in zinloos geweld, in de amok van een psychotische puber, in het brein van een rücksichtsloze fanaat.
Het kwaad is langzaamaan van zijn mythische en religieuze dimensie ontdaan. Het offer is uit de religie verdwenen, maar heeft een groot gemis achtergelaten. Zonder het rituele offer van de religie raakt de cultuur op drift. De vlucht vooruit van de techniek heeft de vraag naar de oorsprong van het kwaad uit beeld doen verdwijnen. De opkomst van het nationaalsocialisme was  een direct gevolg van de teloorgang van de conventionele religie met zijn offer-ritueel van de zondebok. Waar het offer verdwijnt, verwildert het volk. Het collectieve geweld zoekt dan zijn uitweg in een nieuwe zondebok: Joden, homo’s, zigeuners negers en moslims worden dan de slachtoffers. De eclips van het kwaad heeft slachtoffers nodig.
Na de religie zijn ook de ideologieën verdwenen. We leven nu in de tijd van het Karremansgevoel. Dit is een tijd waarin er geen beelden, mythen of verhalen meer bestaan om het kwaad een plaats te geven in de collectieve beleving van de menigte. De duivel is op de vlucht. Hij vraagt om asiel in een de verweesde samenleving die geen plaats meer voor hem heeft, laat staan een ritueel kan bieden om hem te bezweren.  De eclips van het kwaad voltrekt zich geruisloos, bij klaarlichte dag en onder onze ogen. Hoe meer we te weten komen over de wereld, des te minder grip we krijgen op ons leven. Niet door onwetendheid wordt het kwaad onzichtbaar, maar door een teveel aan kennis. Of zoals Don DeLillo schreef in zijn roman White Noise: ‘The greater the scientific advance, the more primitive the fear’ . 

4 Reacties »

  1. nand braam

    12 november 2011 op 05:29

    @ Huub
    Ik heb nu het boek “Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose” gelezen. Jouw kritiek op de “bulkpsychiatrie” is duidelijk. Aan zoiets belangrijks als “geest” wordt geen aandacht besteed en zoveel mogelijk in de “slaapstand” gezet met behulp van medicijnen. Zo verdwijnt ook het nadenken over “het kwaad”, waar dit blogstukje over gaat.
    Als ik nu naar de website kijk van de Nederlandse Associatie voor Analytische Psychologie (een vereniging van Jungiaanse analytici in Nederland) en van de Jungiaanse Vereniging voor Analytische Therapeuten Nederland, krijg ik het idee dat daar veel meer rekening gehouden wordt met het begrip “geest” ,veel meer in ieder geval dan in de moderne “bulkpsychiatrie/-psychologie””. Jij hebt daar vast wel een mening over . Die lees ik dan graag.

  2. Huub Mous

    12 november 2011 op 10:49

    Dank voor je reactie. Daar heb ik iets aan.

    Tot het midden van de jaren zestig is het proces van secularisering gelijk opgegaan met een implosie van transcendentie in het steven naar vooruitgang. Midden jaren zestig barstte de bom. Sindsdien is het van tweeën één: of je bent seculier en de religie is een restant van een overwonnen wereldbeeld; of je bent religieus en niet meer van deze tijd. Reve’s bekeringsproces in de eerste helft van de jaren zestig viel exact samen met de laatste fase van ‘de verwereldlijking van het heilige’ in het proces van de secularisering. Na zijn bekering kon Reve hij alleen nog maar een reactionair katholiek zijn. Voortaan waren alleen de marxisten nog ‘op weg naar het einde’.

    In de discussie bij de boekpresentatie van Tegen de tijdgeest het Dolhuys werd mij gevraagd wat ik vooral gemist had in mijn behandeling in 1966 en daarna. Ik heb toen gewezen op de psychiater J.C. Schuurman, die Gerard Reve in de jaren veertig behandelde, toen Reve – destijds nog vroeg in de twintig – met psychische problemen kampte. Schuurman was een jungiaan en herkende toen al in Reve de homo reliogiosus. Hij zette Reve aan tot schrijven, een wijs advies, waar we De Avonden aan te danken hebben.

    Mijn antwoord op de vraag in het Dolhuys was: ‘Ik heb destijds uitstekende psychiaters gehad, maar ze waren allesbehalve jungiaan. Ik zou willen dat ik de psychiater van Reve had gehad. Niet dat ik dan een boek als De Avonden had kunnen schrijven, maar ik had wel iets meer begrepen van wat er destijds in mezelf om ging. Religieus welbevinden is een van de voorwaarden voor geestelijke gezondheid, en religieuze begaafdheid is de blinde vlek van deze seculiere tijd.

  3. J.A. Heitmann

    12 november 2011 op 11:13

    Een wellicht enige met gezond verstand is de schoonmaakster in een Duits museum die viesvuilafval van een kunstwerk heeft opgeruimd.

  4. Huub Mous

    12 november 2011 op 12:22

    Het vernietigen van moderne kunstwerken door schoonmaaksters heeft een lange traditie. Het meest bekend is de vernietiging van een kunstwerk van Wolf Vostell. Hij had in de jaren zestig een conceptueel werk vervaardigd bestaande uit een plaat van één vierkante meter, met daarop stof van de Autobahn. Die plaat had hij boven op zijn auto gemonteerd en zo 100 kilometer op de Autobahn gereden. De schoonmaakster veegde het stof eraf. Weg kunstwerk. Ook in het voormalige Coopmanshûs in Franeker is ooit een kunstwerk van een Duitse kunstenaar door de schoonmaakster vernietigd. Het was een hoopje zaagsel in de vensterbank, een kunstwerk van Benno Reichhart. Dat hoopje zaagsel had hetzelfde gewicht als de houten balkje in de andere vensterbank.

    In het Provinciehuis van Leeuwarden is ooit een zeefdruk van Fritz Rahmann uit de lijst gevallen. Dat kunstwerk hing op de gang bij de voormalige provinciale drukkerij. Men dacht dat deze zeefdruk een misdruk was en zo eindigde het in de papierversnipperaar. Een oude stoel met een gipsafdruk van een oude vrouw (met geluidsopnamen op bandrecorder) – een kunstwerk van Silvia Steiger – is ooit met het grof vuil meegegeven. Ik zou een boek kunnen schrijven over de vernietiging van kunstwerken door niets vermoedende ambtenaren.

    Eigenlijk is zo’n vernietiging elke keer weer een kunstwerk op zichzelf. The Large Glass van Duchamp is ooit gebarsten bij een transport. Duchamp vond daarna dat de barsten bij het kunstwerk hoorden. Er zijn kunstwerken die de neiging hebben om zichzelf te vernietigen. Tinquely maakte in de jaren zestig machines die zichzelf vernietigden. Wim Schippers stelde voor om voorgedeukte auto’s op de markt te brengen. Dan merk je die eerste deuk niet meer. Een mooi kunstwerk is een kunstwerk dat door de kunstenaar al beschadigd is.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)