Tegeltjeswijsheid van Pake

Gisteren belde mijn oudste zus Mariet. Ze had het boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose gelezen. Dat riep heel wat herinneringen op. Ook dingen die ik niet wist. Over mijn vader bijvoorbeeld en over het gezin waarin wij zijn opgegroeid. Ze had  veel waardering voor het boek. Dat was voor mij een hele geruststelling, Het is een hachelijke zaak om over je eigen jeugd te schrijven, omdat die niet alleen jezelf aangaat. Er zijn heel wat schrijvers die op deze wijze gebrouilleerd zijn geraakt met hun eigen familie. Het is ook niet zo dat ik omzie in wrok. Integendeel. Het was niet de gezinssituatie die volgens mij de primaire oorzaak was van mijn psychose, maar de snelle teloorgang van het katholicisme in de jaren zestig. Maar genoeg hierover.

Mariet vertelde me iets, wat ik al eens eerder heb gehoord. Mijn Pake uit Bakhuizen, die ik zelf nooit gekend heb – hij overleed 1943 – heeft ooit een bekende Friese spreuk bedacht: ‘Wês in sinnestriel, in oar hat der ferlet fan.’ In goed Nederlands:Wees een zonnestraal… een ander heeft er behoefte aan.’ Het is een van de meest favoriete Friese tegeltjeswijsheden. Mariet had jarenlang zo’n tegel zelf in huis, maar hij is ooit stuk gevallen. Ze vroeg of ik misschien voor een nieuwe kon zorgen.

Ik zal vandaag eens even op onderzoek uitgaan. Ik zag al op internet, dat zelfs de VVV ze tegenwoordig als souvenirs verkoopt, dus dat moet niet zo moeilijk zijn. Ik vroeg Mariet of zij ook kon bewijzen dat Pake die spreuk ook echt zelf bedacht heeft. Ze vertelde mij, dat zij het Beppe vroeger vaak heeft horen vertellen. Mariet verbleef tijdens de hongerwinter in Bakhuizen, een jaar dus na het overlijden van Pake. Hij zou deze woorden ooit hebben gezegd tegen een verpleegster in het ziekenhuis. Deze heeft ze toen opgetekend en zo zijn ze een eigen leven gaan leiden. Pake had wel meer van die gevleugelde uitspraken. Voor de oorlog was hij de postkantoorhouder van Bakhuizen (zie ook mijn log Mister Postman).

Deze nalatenschap van mijn Pake schept natuurlijk verplichtingen. Ik realiseer mij dat ik zelf ook een gevleugelde uitspraak zal moeten nalaten in die aloude Friese taal, een wijsheid die tot ver na mijn dood op een tegeltje zal kunnen voortleven en bij de VVV zal worden verkocht. ‘Geeft aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt,‘ zei Jezus tegen de Farizeeërs. Ik heb dat altijd als een mooie oproep tot verdraagzaamheid gezien. Misschien moet mijn wijsheid voor de Friezen zoiets zijn als dit:

Praat Frysk,

mar lit in oar de frijheid van syn eigen taal

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)