Voor een briefkaart op de eerste rang

Elke tekst heeft een incubatietijd gehad in het brein van een schrijver en is een tijdlang onzichtbaar aanwezig geweest in een onwerkelijk
schemergebied. Een architect kent achteraf het gelukkige gevoel zijn eigen ideeën in steen verwerkelijkt te zien, zoals een schrijver spreekt 
van ‘la joie de se voir imprimé’. Telkens weer voel ik mij als een kind zo blij als ik een tekst van mezelf in druk terugzie. Gisteren was het weer zover. Ik kreeg ik de digitale ‘drukproef’ van een nieuw boek in mijn mailbox. Het verschijnt in oktober a.s., dus nog ruim voor Sinterklaas. Ik ben overigens de enige auteur. Er zijn nog twee coauteurs en ook de uitgever heeft er nog een nawoord aan toegevoegd. Inhoudelijk kan ik verder nog niets over zeggen. Nader bericht volgt zogezegd. Een en ander had wel tot gevolg dat ik gisteren de hele dag bezig was met de laatste correcties. De tekst is nu zeker vijf keer gecorrigeerd en toch zaten er nog wat kleine foutjes in. If anything can go wrong, it will.

Mijn vader had de wet van Murphey als lijfspreuk. Hij was een Pietje precies en dacht altijd dat als er ooit ergens iets mis kon gaan, dat ook inderdaad mis zou gaan. Dat ging het dus ook, want hij kreeg een zoon die de grootste sloddervos zou worden die het geslacht der Mousen heeft voortgebracht. Kennelijk zat er één chromosoom verkeerd in het zaad van mijn vader. Er zat een drukfout in mijn DNA. Dat ene foute chromosoom werd het noodlot van de wet van Murphey. Ik werd, ik was en het is gedaan. Ik ben letterlijk de belichaming van die fatale wet, waarin mijn verwekker heilig geloofde toen ik nog rondzwom in zijn kloten. Ik ben de zoon waarin alles mis ging, omdat er iets, iets iets ….. mis kon gaan en dus ook….  Ach, alles is voorbeschikt. alsof alles  al ergens gedrukt staat voor het gedrukt is. Er is niet nieuws onder de zon.  ‘La joie de se voir imprimé… dat is het intense genoegen om je eigen drukfout telkens weer in druk bevestigd te zien.

Ik heb eens een verhaal geschreven dat als titel droeg Over de grondslagen van een drukfout. Het ging over de wet van Murphey: ‘Als er ergens iets mis kan gaan, dan gaat het ook mis’. Dat is een wet die oorspronkelijk in de praktijk van het boekdrukken is ontdekt. Elke drukker weet dat de zetduivel opduikt op de meest onverwachte momenten. Als je alles drie keer gecontroleerd denkt te hebben, zit er toch nog een drukfout (typefout). Gisteren had ik het met iemand over ‘hakfouten’. De grafsteen van mijn schoonmoeder bevat een hakfout. Dat is geen goedkope zaak om die te herstellen. De steen is van Portugees Rosselino marmer, maar dat terzijde. Er is iets raars aan de hand met druk- en typefouten. Er zijn fouten waar de schrijver zelf een blinde vlek voor heeft. Je kijkt er soms wel drie of vier keer overheen. Laatst zag ik een boek waarop een woord op de voorzijde anders was gespeld dan op de rug. Nu was het niet een alledaags woord, Cybiont of Cybyont. Het scheelt maar één letter, maar toch, het staat niet netjes.

Tot voor een paar jaar terug had je aan weerszijde van de Oosterstaat in Leeuwarden een beddenzaak. Aan de ene kant hing een lichtreclame aan de muur met het woord WOONCOMFORT. Aan de andere kant een vergelijkbare lichtreclame. Maar nu anders gespeld als WOONKOMFORT. Gelukkig is inmiddels een van de twee panden door de beddenzaak afgestoten. Het rare is dat je eigen verblinding voor een type- of drukfout voor anderen niet opgaat. Het gebeurt me geregeld dat ik in een stuk getypte tekst meteen de drukfout zie die anderen was ontgaan. Het is alsof je oog dan de tekst niet leest maar ‘scant’, en je zo in één opslag de onregelmatigheid in het patroon signaleert.

Er zijn mensen die deze eigenschap in sterke mate bezitten. Ze hebben een bijzonder talent om een druk- of typefout in één oogopslag te herkennen. Ik heb ooit een directeur gehad die uiterst begaafd was in deze tak van sport, het zogeheten typefouten-scannen. Je hoefde hem maar een brief of tekst voor te leggen en zijn vinger ging onmiddellijk met een razende snelheid naar de plek waar de typefout zich bevond. Soms verdacht ik hem ervan dat hij de vinger al bewoog nog voordat hij de tekst überhaupt gezien had. Zo’n beetje als het beroemde drukknopje in de parodie van Gerard Cox en Frans Halsema op de filmquiz Voor een briefkaart op de eerste rang van de TROS . Maar dat is wel een heel belegen associatie, weinigen zullen zich dit nog herinneren vrees ik.

Hoe dan ook, mijn verhaal  Over de grondslagen van een drukfout ging over een drukfout in de dissertatie van L.E.J. Brouwer, Nederlands meest beroemde wiskundige. De eerste druk van deze dissertatie, die in 1907 verscheen en als titel draagt Over de grondslagen der wiskunde, bevindt zich in de Provinciale Bibliotheek van Tresoar. De drukfout in dit boek was ik op een eigenaardige wijze op het spoor gekomen, maar dat terzijde. In mijn verhaal citeerde ik uit een artikel van Hans Freudenthal dat verscheen in de Groene Amsterdammer van 17 december 1966. Freudenthal was een leerling van Brouwer en zijn artikel in De Groene was geschreven als een in memoriam na het overlijden van Brouwer bij een auto-ongeluk kort tevoren in Baarn. Ik kende die hele Freudenthal niet. Zijn in memoriam had ik gevonden door het lezen van een artikel van Gerrit Krol dat gewijd was aan Brouwer.

Wat wil het toeval, want nu kom ik to the point. Even later zag ik bij boekhandel De Tille, waar Michael Zeeman destijds nog de schappen vulde, een boek staan dat zojuist was verschenen. Het was een autobiografie van Hans Freudenthal en had als titel  Schrijf dat op Hans, knipsels uit een leven (1987). Ik sloeg het boek open en u zult het geloven of niet, maar mijn oog viel op een passage die geheel was gewijd aan het blindelings herkennen van drukfouten. Het kostte me enige moeite de passage nu nog terug te vinden, maar ik heb hem gevonden. Hij luidt als volgt:

‘Van negen tot vijf in de bibliotheek zitten, dacht Sjaak, jongen, jongen, zou je dat vroeger hebben gedaan? Er waren er nog meer die geregeld daar kwamen werken, maar geen zat daar zo lang als hij – vertelde Sander – bijvoorbeeld een erratoloog (zo noemde Sander hem voor de grap), dat wil zeggen iemand die drukfouten en dergelijke verzamelde al bouwstenen voor een diepgaande en wijdvertakte psychologie van zetters en stenotypisten. Hij hoeft een boek maar even open te doen en hij ontdekt meteen de drukfout- Nederlandse of Spaanse – of wat dan ook; het deed er niet toe – en verklaarde de drukfout volgens een schema dat tot nu toe nooit gefaald heeft. Sinds een maand of drie had de erratoloog het Huis der Beelden als werkterrein gekozen en daar werkte hij alle boeken in tijdschriften door die hij niet reeds elders onder handen had gehad. Op de afdeling redactie zijn ze verguld met hem, want hij neemt hun hele correctiewerk waar. Kort geleden heeft hij toen hij een stuk in handen kreeg dat net naar de zetter moest. De drukfouten voorspeld (onder voorwaarde dat één bepaalde zetter het stuk moest zetten, en die zetter kreeg dan ook de opdracht). Zijn voorspellingen zijn vrij aardig uitgekomen.’

U kunt zich voorstellen, beste lezer, dat ik na deze bizarre ontdekking destijds in boekhandel De Tille, waarbij het toeval drie keer om zijn eigen as tolde, even stil voor mij uit heb zitten staren. Nu ik de betreffende passage herlees, merk ik dat ik in de aanloop van mijn verhaal iets verteld heb dat in verkapte vorm ook in de passage zelf te vinden is. De errataloog als voorspeller van drukfouten komt overeen met mijn herinnering aan mijn voormalige directeur. Mogelijk is dit een specifiek geval van ‘cryptomnesia’, het fenomeen dat je zelf iets denkt te verzinnen wat je in feite eerder elders gelezen hebt. Cryptomnesia staat aan de basis van veel gevallen van vermeend plagiaat. Mijn verhaal Over de grondslagen van een drukfout verscheen in november 1986 in het tijdschrift BOUD, architectuur en vormgeving in  Friesland. Het boek van Freudenthal verscheen in 1987. Dit gebeuren moet dus een andere verklaring hebben. Wellicht was hier sprake van ‘morfogenese’, een fenomeen dat ook bij het blindelings herkennen van drukfouten mogelijk een rol kan spelen.. Elke zin die bestaat heeft ooit niet bestaan, behalve deze:

Elke tekst heeft een incubatietijd gehad in het brein van een schrijver en is een tijdlang onzichtbaar aanwezig geweest in een onwerkelijk 
schemergebied.’

(RETURN, RETURN, RETURN…)

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)