De oude kustlijn

De vuurtoren van Scheveningen moet weer over het dorp schijnen en niet alleen over de zee, zo las ik gisteren in de NRC. Er is een actiegroep die een petitie heeft ingediend bij de gemeente Den Haag. Bij een kustdorp hoort een vuurtorenlicht, zo stellen zij. Het hoort bij de cultuur en identiteit van Scheveningen. ‘Het mag niet zo zijn dat vanwege nieuwe ontwikkelingen zoals flats cultuur en identiteit verloren gaan.’ Daarom moeten gordijnen aan de achterkant van de vuurtoren verwijderd worden. Als ik zoiets lees, word ik bevangen door een onbestemd gevoel van melancholie. Het geheugen is een bevroren zee. Wat voor een weer zou het zijn in Den Haag?

Ik heb iets met vuurtorens. Als kind tekende ik ze vaak, maar ik was er ook als de dood voor. Ooit heb ik midden in de nacht aan het voeteneind van mijn bed een vuurtoren zien staan. Ik schreeuwde het hele huis bij elkaar. Mijn moeder liet me zien dat er geen vuurtoren was, maar toen zij het licht uit deed en de kamer uitging, stond hij er weer met zijn ronddraaiend licht in de nacht. Later is die angst nooit meer teruggekeerd gelukkig. Ik weet ook niet wat Freud hiervan gedacht zou hebben. Voor de surrealisten was de vuurtoren het symbool voor het onbewuste verlangen. Zoiets moet het zijn, angst voor het verlangen.

In oktober vorig jaar heb ik drie dagen in Den Haag gelogeerd. Ik sliep in een Hotel Sebel aan het Prins Hendrikplein. ‘s Avonds had ik tijd voor mezelf en heb ik wat door de stad gelopen. Ik hou ervan te dwalen door een stad die ik niet zo goed ken. Zo was ik benieuwd waar mijn ouders ooit gewoond hebben. Zij trouwden in 1931 en betrokken toen een woning in Den Haag. Ik ben de naam van de straat vergeten, maar het moet ergens in de buurt van de Laan van Meerdervoort zijn geweest. Ze hebben er maar een paar jaar gewoond voordat ze naar Amsterdam verhuisden. Mijn moeder had het er nog vaak over. Ze hield van Den Haag. Vooral van Scheveningen, waar ze met mijn vader wel ging wandelen langs het strand of op de pier. Ze verlangde terug naar de kust.

De postuum verschenen bundel van Vasalis moest De oude kustlijn heten, zo had ze aan haar kinderen laten weten. Ze vertelde dat haar vader haar vroeger eens tijdens een strandwandeling wees op een vlucht vogels boven de zee: ‘Die volgen de oude kustlijn.’ In de biografie van Vasalis las ik dat zij in Den Haag geboren is. In de Marconistraat, nummer 94. Later verhuisden haar ouders  naar de Kranenburgweg nummer 24, dicht bij Scheveningen. De geluiden van dat huis komen terug in een aantal van haar gedichten. De misthoorn bijvoorbeeld die zij ‘s avonds hoorde. Die schijn je inmiddels allang niet meer te horen in Scheveningen. Ik ben benieuwd of ze die nu ook terug willen, net als die vuurtoren.

De geluiden van je vroege jeugd behoren tot de eerste herinneringen die wellicht ook het langst bewaard blijven als het geheugen vervaagt in de ouderdom. Ikzelf herinner me vooral het de roep van de voddenjood die eens per week bij ons in de straat langskwam. Het was eigenlijk geen roep maar een aanhef tot een onverstaanbaar gezang: ‘Voddejaajaoaah….’

En ‘t avondland na’t avondeten
- de vaders in het gras gezeten
aan het kanaal dat nauwlijks stroomde
maar zachtjes smakte langs de kant.
En dat het stil werd over ‘t land,
de zee zich meer en meer liet horen
soms overstemd door kinderkoren
‘blijf zitten waar je zit en verroer je niet!’
Een ijl en toch doordringend lied -
het einde van een zomerdag.

Gewassen, haar gekamd, in bed gelegd
nog één verhaaltje, nog en nóg een kus,
raam open en gordijnen bijna dicht
en buiten in de straat nog lokkend licht,
voetstappen, af en toe helder gelach
‘t gerekte roepen van een kindernaam
die eenzaam zoekend in de lucht bleef hangen
en ons benauwde tot een antwoord kwam -
ons fluistrend praten, lang, van bed naar bed
dan ‘t stille kijken naar ‘t vuurtoren-licht
dat streek langs het nu donkere plafond.
De witte, zachte vingers, regelmatig
draaiend en dovende en keer op keer,
wisten de dag en veegden ons in slaap
- swish, swish-

M. Vasalis. Uit: De oude kustlijn (2002)

1 Reactie »

  1. Beroepspuber

    21 augustus 2011 op 11:57

    Die voddenjood kan ik me ook herinneren, maar nog meer de roep van de visboer in Volendammer kostuum: “Schol, lekkere schol……” o.i.d. riep hij. Nauwelijks te verstaan, maar het geluid was uit duizenden te herkennen. Hij bewoog zich voort op een open bakfiets en sneed de vis ‘vers van het mes’ op zijn karretje.
    En dan had je nog de schillenboer, de scharensliep, de melkman de bakker, maar die zeiden in mijn beleving niets en belden gewoon aan. Van het portiek werden alle bellen gelijktijdig ingedrukt! De bakker was van de firma Hoeve en op z’n kar stond: ‘Ho-eve’. Een leuke woordspeling.
    Af toe liep er een muzikant door de straat. Meestal een trompetist, want dat geluid was het beste te horen. Nou ja horen, eigenlijk niet om aan te horen. Het grappige vond ik als de man al blazend omhoog keek of er iemand genegen was geld te doneren. Je keek dan recht in de toeter en ik had dan de neiging om iets in dat donkere gat te werpen (iets Freudeaans?).
    De orgelman kwam weinig bij ons in de buurt. Maar bij school kwam hij wel regelmatig. Een van de broeders was dol op orgelmuziek en als de orgelman voor de school stond kreeg een van de leerlingen een kwartje (een redelijk bedrag in die tijd) met de opdracht dit aan de orgelman te geven die dan nog een kwartiertje bleef staan (door)draaien.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)