De heilige oorlog van Jeanne d’Arc
Waren de stemmen die Jeanne d’Arc hoorde afkomstig van God of van de duivel? Anders gezegd: was zij een heks of niet? Die vraag stond centraal in het proces dat in 1431 door de Engelsen tegen haar werd gevoerd. Tegenwoordig lijkt het antwoord op die vraag niet meer zo interessant. Er is een ander probleem dat niet alleen historici, maar ook psychiaters bezighoudt: waren de stemmen van Jeanne het symptoom van een geestesziekte of was er iets anders aan de hand? Menig onderzoeker heeft geprobeerd de stemmen van Jeanne d’Arc te verklaren in psychiatrische of neurologische termen, zonder daarbij veel acht te slaan op de historische context.
Zo is gewezen op epilepsie, migraine, tuberculose en schizofrenie als mogelijke verklaring. Maar er bestaat geen consensus over deze kwestie. Hoewel hallucinaties en extreme religieuze gedrevenheid als symptoom kunnen gelden van allerlei psychiatrische ziektebeelden, zijn er toch ook andere aspecten van het leven van Jeanne d’Arc die daar strijdig mee zijn. Het zijn niet zozeer de gewijzigde opvattingen over geestelijke gezondheid, als wel haar uitzonderlijke militaire prestaties die de blokkade vormen om haar geestestoestand in eigentijdse psychiatrische termen te definiëren.
Maar als dit zo is, dan rijst vervolgens de vraag: kan iemand ook vandaag de dag een gedragspatroon laten zien dat overduidelijk pathologische trekken vertoont en tegelijk toch daden verrichten die de geschiedenis een andere wending geven? Hoe relevant zijn de diagnoses van psychiaters eigenlijk als het gaat om uitzonderlijke omstandigheden? Wordt de loop de geschiedenis juist niet bepaald door afwijkend gedrag? Moeten we de gekte niet koesteren? Of moeten we ons er juist voor hoeden? Is het voortbestaan of de ondergang van de beschaving juist niet afhankelijk van mensen met een borderline syndroom? In hoeverre leek Jeanne d’Arc op Hitler of Osama Bin Laden? Of je nu daadwerkelijk stemmen hoort of niet, als je direct gehoor geeft aan de stem van God of andere demonen beland je in het gekkenhuis of op het slagveld. In het laatste geval kunnen sommige mensen in extreem afwijkende mentale condities het kennelijk heel ver schoppen.
Ik heb iets met Jeanne d’Arc. Ooit schreef ik een hoorspel Herinneringen aan Rouen. In 1962 won een ik een declamatiewedstrijd op het Ignatiuscollege met het gedicht Rouen van Liane Bruylants. Het moet destijds veel indruk op mij hebben gemaakt, en ook op de toehoorders, met name vanwege de lang aangehouden stiltes, die telkens weer doorbroken werden door de dramatische regel…’Hier werd een vrouw verbrand..’ Na afloop van de wedstrijd werd ik door mijn klasgenoten op de schouders genomen en in triomf rondgedragen op de court. Het was alsof we de Europacup hadden gewonnen.
Het beeld van Jeanne d’Arc op de brandstapel moet zich diep in mijn brein genesteld hebben. Ik ben zelf nooit in Rouen geweest. Wel in Domrémy, het dorp waar ze geboren is. Ik was daar in augustus 1963, samen met mijn ouders. Drie jaar later begon ik net als Jeanne d’Arc plotseling stemmen te horen. Net als zij was ik 18 jaar oud. Ik meende dat ik dat ik van een opdracht te horen kreeg, die ik binnen een jaar vervullen moest. Toen ik ging dwalen door de stad, had ik niet alleen een zwaard bij me, maar ook een boekje op zak. Dans un mois, dans un an van Francoise Sagan. Wat mijn opdracht was, is uit mijn geheugen gewist. I was lost in France.
‘]eanne moest, door haar menselijke, al te menselijke loochening, gelijk aan ons worden, om ten slotte, als ze haar loochening weer ingetrokken heeft, de ondoorgrondelijke minnares van God te worden die de brandstapel verkiest boven de dood van een levende, levenslang gevangen gezette verraadster. Ze moet, zoals het evangelie-woord zo bars heeft gezegd, sterven om te leven. ‘
Aldus Willem Jan Otten in zijn essay Verberg de ideeën dat is opgenomen in de bundel Onze Lieve Vrouwe van de Schemering (2009). Otten schrijft vol bewondering over de filmregisseur Robert Bresson en met name diens film Proces de Jeanne d’Arc uit 1962. Bresson (1901-1999) maakte films over religieuze onderwerpen, ook in de jaren zestig en zeventig, toen iedereen gefocust leek op Vietnam of andere maatschappijkritische zaken. Bresson daarentegen was op een bijna absurde wijze theologisch geobsedeerd, en zou daarom als een reactionair cineast kunnen worden weggezet. Het vooroordeel ten aanzien van religie is sinds de jaren zestig wijd verbreid. Dat geldt zeker ook voor het seculiere Nederland.
Het geldt zelfs voor Willem Jan Otten, die door menigeen na zijn bekering tot het katholicisme niet echt serieus meer wordt genomen. Ik vind het onbegrijpelijk dat Otten nog nooit is uitgenodigd voor het programma Zomergasten. Niemand in Nederland kan zo helder en boeiend schrijven over films. Het zou een verademing zijn om zijn geselecteerde filmfragmenten eens te zien, in plaats dat eindeloos geouwehoer in de quasi diepte-interviews die we tegenwoordig in Zomergasten voorgeschoteld krijgen. Maar zo’n religeius geïnspireerd auteur als ‘zomergast’? Dat trekt de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep (zonder puntjes) niet. Het moet wel serieus blijven. Dus een professor met ideeën over ons brein of een acteur met een bekende kop van de tv, dat willen de mensen.
Maar terug naar de film Procès de Jeanne d’Arc, want daar hadden we het over. Willem Jan Otten vergelijkt die film met een andere klassieker uit de filmgeschiedenis: La Passion de Jeanne d’Arc van Carl Dreyer uit 1929. De vergelijking valt ontegenzeggelijk uit in het voordeel van Bresson. Bij Carl Dreyer staat Jeanne d’Arc onophoudelijk en niet aflatend ‘onder Gods stroom’. Het is de mystieke extase van het lijden die hier in zwijgende beelden wordt verbeeld. Maar zo wordt Jeanne ‘het meest zielloze wat een personage kan worden: een slachtoffer’, aldus Otten.
Bij Bresson daarentegen blijft het gezicht van Jeanne het ondoordringbare oppervlak, waar geen enkele camera doorheen kan breken. Behalve in die ene scene dan, die volgens Otten ook de mooiste is uit de hele film. Na haar veroordeling krijgt Jeanne de keuze. Als ze haar stemmen afzweert, krijgt ze levenslange gevangenisstraf in plaats van de brandstapel. Jeanne zweert de stemmen af. Een dramatisch moment, die het moment suprême van de Mattheuspassie in herinnering roept, waar Christus zich van God verlaten weet.
De film van Bresson beperkt zich vrijwel uitsluitend tot de rechtszaak die aan de veroordeling voorafgaat. Bresson laat de angst van rechters zien. Als Jeanne werkelijk de genade van het geloof deelachtig is geworden, kan zij weliswaar worden verbrand, maar niet worden gedood. Otten maakt de vergelijking niet, maar deze angst doet onwillekeurig denken aan de behoedzaamheid, waarmee de rechters in ‘De zaak Geert Wilders’ te werk gingen. Ook zij waren bang. Stel je voor dat Wilders geen ketter zou zijn, maar terecht zijn ‘beledigende’ uitspraken had gedaan. Dan zou een ketter ten onrechte veroordeeld worden, met alle rampzalige gevolgen van dien.
Je zou Jeanne d’Arc ook als een voorloper kunnen zien van de hedendaagse terrorist. Ook zij claimen vaak te handelen in opdracht van God. Jeanne d’Arc meende letterlijk dat zij een instrument van God was. Haar stemmen waren echt. Juist om die reden moest zij en plein public ontmaskerd worden . Zij was – zoals Otten opmerkt -‘de Jomanda van haar tijd, die zo stupide was om Bin Ladentje te willen spelen.’ Maar in feite was zij verwikkeld in een intense liefdesaffaire met God. Het bewaren van haar maagdelijkheid was ook de enige manier om God te beminnen. De heilige oorlog van Jeanne d’Arc was een christelijke jihad. Ze was de Anders Breivik van de late Middeleeuwen. Absoluut en ongenaakbaar in haar doen en laten. En daarom fascinerend voor ieder die het contact met de alledaagse werkelijkheid verloren heeft.

Michel van Overbeek
16 augustus 2011 op 00:02
Ja, Huub, ik ben er ineens weer.
Hoe gaat het met je?
Rouen en Huub Mous zijn voor altijd in mijn geheugen gegrifd. Vooral de stiltes , die je nam, bij je voordrachten in 1962 en 1963 , dat heeft indruk gemaakt op velen.
Een voorbeeld voor wereldleiders…
Het wordt na 50 jaar gvd wel eens tijd, dat we elkaar weer gaan zien en spreken.
Anders wordt het in de hemel, en ik weet 1. niet, of die bestaat en 2. niet, of ik daar wel inkom, ondanks eerdere toezeggingen van de ‘portier’, mijn naamgenoot de aartsengel Michael..
Hor graag van je.
GrMichel van Overbeek
Huub Mous » Jeanne d’Arc in Het Dolhuys
20 oktober 2011 op 00:12
[...] zijn as in dezelfde plaats, waar de oertekst ooit in vlammen is opgegaan. Hoe kan het mooier. Als Jeanne d’Arc, de figuur die zo’n belangrijke rol speelde in mijn psychotische waan [...]