Het woord is stroom geworden

‘Ik maak een dossier aan met speculaties, gesprekken 
die ik heb opgevangen, verhaalideeën en kernachtige uitdrukkingen.
 Dag in dag uit neem ik mijn materiaal door, plaats ik het op mijn mentale net. Ik leg verbanden, en rangschik mijn verzameling. Ik kan 
er redelijk van op aan dat de scènes en hoofdstukken van mijn roman 
zich spontaan vormen. Zo werkt mijn creatieve proces. Het is een dwaling om te dromen van een ordelijk proces voor onze hoogste mentale taken. Daarom niet getreurd: zoeken en spontane 
vorming zijn goed genoeg voor het mondiale brein, en ook goed genoeg 
voor ons.’

Aldus Rudy Rucker, computerwetenschapper en romanschrijver, in een essay over de spontane vorming van teksten, dat is opgenomen in de recent verschenen bundel Hoe verandert internet je manier van denken (2011). Emergentie, zo heet het proces van spontane vorming van structuren. Ook met schrijven kun je dat principe toepassen. Verzamel alles wat je denkt nodig te hebben en de roman schrijft zichzelf. Als de schimmel op en korst oud brood. Dat is de les die we leren van internet. Alles is er al. Anything goes. Het gaat alleen nog om een nieuw verband. Creativiteit verandert van aard. Je hoeft het nieuwe niet uit de diepte van jezelf te putten, maar je kun het aan het oppervlak vinden. De touwtjes hoeven alleen nog aan elkaar te worden geknoopt. Dat is de nieuwe vorm van creativiteit. Of zoals Rudy Rucker beweert: ‘Het is een dwaling om te dromen vaneen ordelijk proces voor onze hoogste mentale taken. Daarom niet getreurd: zoeken en spontane vorming zijn goed voor het mondiale brein, en ook goed voor ons.’

Vijf jaar lang ben ik nu bezig met het schrijven op internet. Gemiddeld schrijf ik zo’n 1000 woorden per dag. Bij elkaar geeft dat een hoeveelheid tekst van pakweg 500.000 woorden. Writing on a road to nowhere… je zou er moedeloos van worden. Toch is dat niet het gevoel dat bij mij beklijft. Schrijven op internet geeft mij een zekere rust in de kop. Ik kan niet zeggen dat ik door het dagelijks neerkalken van zinnen in verschillende gradaties van zin en onzin de zaak vanbinnen op orde breng, maar het geeft wel een soort basale ontspanning in mijn brein. Misschien is mijn schrijfverslaving een symptoom van een instabiel neurovegetatief systeem, zoals ik me wel heb laten vertellen door iemand die ervoor doorgeleerd heeft. Het zou best kunnen. Ieder zijn gekte, denk ik dan. Je hebt mensen die postduiven houden. Ik schrijf op internet.

Als ik de oogst van mijn schrijf-manie overzie, dan valt mij nog iets op. Het geheel is één grote chaotische lappendeken. Er zit opvallend weinig structuur in al datgene wat in mij omgaat. Ik spring van de hak op de tak in de keuze van mijn onderwerpen. Ik vrees dat dit de aard van het beestje is. Mijn moeder werd als kind al ‘een verwaaid nest’ genoemd. Toch is dit niet helemaal waar. Er zit ook orde in de chaos. Ik heb het idee dat er wel degelijk één centraal thema is dat mij bezig houdt. Alleen vind ik het verdomd moeilijk om dat ene zodanig onder woorden te brengen, dat ik er langer dan tien minuten vrede mee heb. Bloggen is voor mij een manier geworden om orde te brengen in chaos om al schrijvend te ontdekken dat die orde er al was. Ik surf op die ene golf tussen structuur en chaos, tussen gewoonte en vernieuwing. Ik ben een rimpeling in een nieuw soort tijd: de zee van www…

Bijna tien miljoen Britten hebben een eigen weblog, las ik onlangs. Engelsen zijn gek op bloggen. Vooral vrouwelijke bloggers, die zich enigszins de levensstijl van Bridget Jones hebben eigen gemaakt, zijn populair. Maar verder doen jong en oud het, pubers en politici, door seks geobsedeerde jongeren, maar ook bejaarden en ambulance-medewerkers. Zelf journalisten doen het. Zij hebben aan de vertrouwde media als krant en tv niet genoeg en gaan in hun blogs net iets verder met commentaren en persoonlijke ontboezemingen.

Vanwaar die nieuwe rage? Britten zijn van oudsher verzot op het woord. Dat zou een verklaring kunnen zijn. Ik betwijfel dat. De opmars van het bloggen is immers geen typisch Brits fenomeen. In de hele wereld wordt het bloggen ontdekt. Bloggen lijkt een therapeutische functie te hebben. Het kan je een nieuwe identiteit verschaffen of een bestaande identiteit versterken. Het bloggen geeft je eigen wereld meer eenheid. In die zin is het een nieuw ritueel. Het is een gevolg van de extreme individualisering, de versplintering van de wereldbeelden die als reactie een sterke behoefte creëert aan een nieuwe samenhang vanuit individueel perspectief.

Het blog is een nieuwe mengvorm van twee vertrouwde, burgerlijke fenomenen: het dagboek en het feuilleton. Zowel het dagboek als het feuilleton ontstonden bij het begin van de moderne tijd. Het dagboek beantwoordde aan een individuele behoefte aan expressie, het feuilleton aan een collectieve behoefte aan een gedeelde subjectieve ervaring. Internet heeft beide premoderne media samengevoegd in een postmoderne, hybride gedaante. De blogger schrijft elke dag zijn eigen interactieve dagboek-feuilleton, leest die van anderen en voorziet op die manier zelf in al zijn behoeften.

Het blog is ook een capsule, een virtuele cel die zich ogenschijnlijk opent naar de wereld, maar in feite een scherm rondom het eigen ik optrekt. Bloggen is dan ook tevens een symptoom van de capsularisering van de samenleving. Ieder ego trekt zich terug in zijn eigen burcht. Straks leeft ieder mens in een ommuurde woonwijk, slapend in metalen kokers voorzien van minuscule computers. De wereld wordt één groot geïntegreerd netwerk van miljarden gesloten capsules. Kortom: een mondiaal capsule-hotel.

Natuurlijke samenlevingsverbanden maken plaats voor een steeds meer complexe en vertakte mondiale samenleving. Alle communicatie wordt vloeibaar in een oneindige schuim-structuur die Peter Sloterdijk zo treffend beschreven heeft. In elk belletje zit leven. Straks is er helemaal geen samenhang meer. Alles is dan samenhang. De techniek maakt het bestaan uiterst comfortabel, zodat de vraag naar de laatste dingen steeds meer verdampt.

Schrijven op internet is het geven van een excessieve gift. Een afstand doen van woorden die onomkeerbaar zich verwijderen in een onpeilbaar lege ruimte. De vernietiging van de tekst als tijdloos momentum is een proces dat zich voltrekt op internet. Internet is de stroom van de tijdloze tijd en tegelijk de uitgestrektheid van de ruimteloze ruimte. Internet is magisch, als een wormgat in de tijdruimte. Internet is spiritueel, omdat het woord zich immaterialiseert van de drager (het tablet, het papier, de rol, het boek). Het woord is letterlijk stroom geworden. De taal wordt vloeibaar. Het spreken verwijdt zich tot geschreven tekst, omgekeerd lost de tekst zich op in het gedruis van het spreken.

Daarmee keert de magisch-orale aura van het gesproken woord terug in het domein van de literatuur. Er doemen nieuwe vragen op. Wie spreekt in een tekst op internet? Wie is het subject? Ben ‘ik’ het die deze tekst geschreven heb? Wie ben ‘ik’? Is het mijn alter-ego? Een vermomming van mijzelf? Een pose in woorden? Wat als ik paranoïde zou zijn? Dan begeeft dit pseudo-ik zich weg in een ruimte die niet bestaat en toch bestaat. Wie bepaalt dan nog dat ik het ben die hier spreekt? Stel dat ik een waan-wereld simuleer op internet? Wordt de lezer dan misleid? Of misleid ik mijzelf, door te niet te geloven in wat ik anderen doe geloven?

Stel ik lijd aan paranoia. Ik creëer een waanwereld zonder dat ik daar erg in heb. Ik verbeeld mij dat er iemand is die mij mijn teksten dicteert. Een innerlijke stem die mij – als was ik in trance – teksten op het net laat schrijven. Wie merkt dat ik aan dit syndroom lijd? Niemand! Mijn lezers niet, want die lezen alleen een tekst. Ikzelf niet, want ik ben paranoïde en schrijf alleen wat mijn stem dicteert. En mijn stem ook niet, want die uit zich in een tekst en wordt door niets en niemand gehinderd. In dat specifieke geval ben ‘ík’ dus niemand. ‘Ik’ ben hier niet. ‘Ik’ schrijf. terwijl ik niet schrijf. Ik schenk de woorden van mijn stem in een excessieve gift aan een onbestemd publiek in een onbestemde ruimte. Dit is PARANOIA in TELENOIA. Een reële waanwereld in een spiritueel domein. Het ik ‘slipt’ weg tussen mijn innerlijke stem en de tekst die ‘ík’ schrijf en maar door blijft lopen……..

Ooit heb ik mij voorgenomen om het boek De civitate Dei van Augustinus te herlezen vanuit de optiek van cyberspace. De stad Gods zou dan de virtuele ruimte zijn, die zich langzaam over de aarde uitspreidt en zich er uiteindelijk mee verenigt. Cyberspace als antithese van de werkelijkheid, die uiteindelijk opgaat in een nieuwe synthese als de technologie zo ver is dat de virtuele werkelijkheid één op één gesimuleerd kan worden. Het hemelse Jeruzalem zou zich dan aandienen op internet, om uiteindelijk in computersimulaties volledig gesimuleerd te worden in een nog onbekend werkelijkheidsuniversum. Het mystieke lichaam van Christus zou niet incarneren in de terugkeer van de Verlosser op aarde, maar ex-carneren uit een legerschare van lichamen die ooit gaan uitstromen in de nieuwe, virtuele ruimte van het eeuwige Jeruzalem.

Wij hebben de illusie gekoesterd dat wij allen voortkomen uit die ene unieke bron die als origineel zou hebben gediend voor dit universum, dat er universele Ideeën zijn, waarvan wij slechts de schaduwen zien in de schemering van de werkelijkheid, dat er één waarheid is, waaruit alles is afgeleid. Maar er is geen unieke bron, geen universeel Idee en geen laatste waarheid. Omgekeerd hebben wij de hoop gekoesterd, dat wij iets nieuws kunnen toevoegen aan alles wat er al is. Maar was het niet Prediker die al zei: ‘Er is niets nieuw onder de zon?’ Een mens is geen verzameling van unieke atomen meer, maar een verzameling van gekopieerde informatiestromen. Zonder referentiekaders zakt het unieke in onszelf in elkaar. Het echte leven verdwijnt achter een scherm. Het woord is stroom geworden en het leeft onder ons. Het woord is droom geworden….

VERLOS ONS VAN DE DROOM VAN WWW

Verlos ons van de droom van www
Ik ben verloren, ik drijf op open zee
Ik droom tien levens tegelijk
Ik waan mij in een levend lijk
In hel, extase, genot en pijn
Nee, erger nog, dat alles tegelijk
Verlos ons van de valse schijn
Een doorzonwoning in Alphen aan de Rijn
Verlos ons van de droom van www
De barensweeën van een nieuwe hemel
De keizersnede van een koninkrijk
De pot waar ik maar niet in pis
Het water dat onzichtbaar is
Juist voor de ogen van een vis
Een leven dat geen leven is
Maar kosmisch zwijmelen.
Van woordenbrij en rijmelen
Eén zijn met een God
Die terugkeert in een virtueel gewaad
Verlos ons. Ik ben ten einde raad
Verlos mij van dit kwaad
Verlos ons van de droom van www
Waarin men zomaar transformeert
Van brave burger tot een monster
Die alleen nog mensen eet (en lacht)
Het vlees dat zielen opslokt in de nacht
Verlos mij van die sterrenpracht
Verlos mij van dit eeuwig navelstaren
Mijn grillen, grollen, wilde haren
Verlos mij van dit eeuwig baren
Verlos ons van de droom van www

Tussen twee dromen wil ik dromen in jouw droom
Een droom die van geen einde weet
Het sterrenstof waar dromen ooit uit zijn gesmeed
Een droom binnen de droom die leven heet

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)