Tornado boven het IJsselmeer

Rare droom. Ik liep langs het water vannacht. Het was een vreemde kust en tegelijk ook niet. Er waren heuvels en bossen en het zonlicht glinsterde op het wateroppervlak. In de verte joeg een golvend hete wind. Opeens besefte ik dat dit de kust van Gaasterland moest zijn.  Het was de eerste dag van het nieuwe jaar, dus het kon haast niet anders. Helemaal in de verte, op het eind van de zeedijk, zag ik een kleine gestalte. Naarmate hij dichterbij kwam, werd hij langzaam groter en groter. Ik zag dat het mijn vader was. Hij liep recht op mij toe, helemaal vanaf de andere kant van de dijk. Ik versnelde mijn pas en struikelde zowat. Vreemd genoeg leek mijn vader mij niet te zien. Hij liep langzaam en onverstoord verder. Ik begon te roepen…. maar hij hoorde het niet. De wind begon aan te zwellen en de lucht betrok. Donkere wolken pakten zich samen boven het IJsselmeer. De koeien werden onrustig. Er was storm op komst. Ik zag een tornado naderen in de verte. De lange zwarte slurf trok over het water en bewoog zich in richting van de kust. Opeens hoog boven de wolken zag ik een gestalte. De lucht zwaaide open. Het was mijn moeder. Ze leek te glimlachen, maar zeker wist ik het niet. Om haar heen vlogen alle vogelen uit de lucht en graasden alle dieren uit het veld. Haast ongemerkt begon ik te zingen. Wat is een mens? zo vroeg ik me af. Er klonk een stem uit een wolk die zeide: ‘Voorwaar voorwaar ik zeg u: Een mens is het enige dier dat zijn reet afveegt.’ De tornado kwam steeds dichterbij en tilde alles op wat op zijn weg kwam. Zelfs de steen van Warns moest eraan geloven. Hij zweefde weg in de lucht haast zo licht als een veertje…

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)