2003

appelscha20030001.jpg

Augustus in Appelscha. Even een dagje de bossen in. Het was bloedheet die zomer. Ik was een paar weken weer aan het werk. Vier maanden was ik uit de roulatie geweest. Na een tweede astma-aanval in februari was ik wederom in het ziekenhuis beland. De conclusie werd onontkoombaar. Ik had een burn-out. En bovendien ook nog eens een arbeidsconflict. Naar de bedrijfspsycholoog dus van de ARBO. Eén ding werd me duidelijk: vertrouw nooit een bedrijfspsycholoog van de ARBO. Ze worden daar betaald door je werkgever en zullen je – als het puntje bij paaltje komt – altijd achter je rug om belazeren. Gewoon aan het werk dus maar weer. Mijn ziekte had me niet milder gemaakt. Eerder strijdbaarder. Dit zou me geen derde keer overkomen, zo had ik mezelf beloofd. Ik schreef Het stille afscheid van de pijn. Keunstwurk was inmiddels verhuisd neer de Infirmerie, waar het CBK van start moest gaan. Mijn directeur nam plotseling ontslag. Hij had zoveel plannetjes op elkaar gestapeld dat hij er uiteindelijk zelf onder bedolven werd. Ik organiseerde een aantal excorcistische rituelen op om de boze geesten uit het pand te verdrijven. Dat leverde nog een relletje op, want de christenen in de politiek dachten dat ik de duivel aan het bezweren was. Sjoerd de Vries plakte een plakkaat op de voordeur: HUUB MOUS, ELITAIRE MISLUKTE KUNSTPAUS EN BERUCHTE DUIVELUITDRIJVER. Dat plakkaat hangt nog steeds bij mij thuis op de plee. Ik voelde me weer herboren. Toen ik uit het ziekenhuis kwam, kocht ik meteen de nieuwe single van Robbie Williams die een grote hit werd dat jaar.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)