2000

simmer 20000001.jpg

Ja daar sta je dan, midden op de Dam. Het is op een zaterdagmiddag in mei. Om me heen staan allemaal kunstkoeien, maar die kun je gelukkig niet zo goed zien. Een ideetje van Rindert Algra. Wat een gladjakker was dat. We maakten reclame voor de Simmer die in aantocht was. Later op de dag zou Tsjêbbe Hettinga nog optreden bij de Friese Ambassade aan de Leliegracht. We haalden het Journaal ermee en dat was precies de bedoeling. Het werd een raar jaar met al dat Simmergedoe. Gaandeweg begon het me steeds meer tegen te staan. Er ging ook van alles mis. John Körmeling kwam niet opdagen in de Ecokathedraal van Louis Le Roy. Ik kreeg ruzie met Rimmer Mulder die een interview met kolonel Sjaarda uit de krant liet verwijderden toen de persen al zowat draaiden. Met die andere hoofdredacteur – Sybe van der Meulen – kreeg ik het ook aan de stok. Hij strooide nog wat zout in de wond door het project van kolonel Sjaarda compleet af te kraken in een hoofdredactioneel commentaar. Al die opgeklopte liefde voor it heitelân begon bedenkelijke trekjes te krijgen. Simmer 2000 ontaardde uiteindelijk in een soort massapsychose. Bij het slotfeest in het FEC kreeg ik het spaans benauwd. Op het laatst sprongen mensen op de tafels om uit volle borst Friese liederen te gaan zingen. Het deed me denken aan een bierhal in München waar ik ooit eens gillend ben weggelopen. De coördinator van de Simmer, Jaap Castelein, maakte er het jaar daarop er een eind aan. Hij was de gangmaker op het verkeerde feest. Ik ook trouwens. Als artistiek leider van het Frysk Festival zat ik op een stoel die van hem was geweest. De zelfmoord van Jaap heeft me behoorlijk geraakt.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)