1997

boot0001.jpg

Er gebeurde heel wat in 1997. Zo meende ik er goed aan te doen om te solliciteren naar de vacante directeursfunctie bij mijn eigen organisatie. Dat soort dingen moet je dus nooit doen. Ze moeten je vragen, anders benoemen ze iemand anders. Iemand die ze vooraf al in beeld hadden. Dat gebeurde nu dus ook. En toch, als ik het niet had gedaan, dan was het mij eeuwig nagedragen. Toen ik werd afgewezen, had ik het gevoel dat ik voorgoed mijn onschuld had verloren. Van nu af aan zou alles beladen zijn. Wat ik ook deed, ik was gefrustreerd, zo zou de conclusie luiden. Die conclusie heb ik dan ook heel wat keren moeten horen. ‘Ach, wat zielig toch, dat hij zich met dit baantje in Friesland tevreden moet stellen.’ Zelfs Bertus Mulder schreef het een keer in de krant: ‘In man mei de talenten fan Mous fertsjinnet better as Fryslân.’ Nou, dat kun je dan in je zak steken. Binnen een jaar had ik een uiterst kritische functiebeoordeling van mijn nieuwe directeur aan mijn broek. Ik probeerde mij te verweren, maar dat gaf alleen maar meer heibel. Eén van de kritiekpunten was, dat ik teveel de polemiek opzocht in de publiciteit. Dat zou niet te verenigen zijn het bemiddelende karakter van mijn functie. Ik gaf aan dat ik het recht had om in het openbaar mijn mening te uiten over zaken van algemeen belang. Dit soort conflicten met mijn werkgever zouden in de komende jaren gaan terugkeren. Vrijheid van meningsuiting is in Nederland slechts mogelijk voor zover je werkgever dat toestaat, en voor zover je zelf geen acht slaat op pogingen van hogerhand om je de mond te snoeren. Op 15 december overleed een vriend: Lode Pemmelaar. Ik had hem 20 jaar gekend, haast sinds mijn eerste dag in Friesland. Met de kerst gingen we een weekje naar Terschelling en op de boot terug viel ik in slaap. Ik was een beetje moe. De Kast gaf dat jaar Fries taalonderwijs aan niet-Friezen.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)