1993

vilnius0001.jpg

Vilnius, juni 1993. In het mdden staat Augustinas Savickas. Anne Feddema staat rechts en ik links. We waren in Vilnius vanwege een culturele uitwisseling, georganiseerd door de Stichting Balticum Trajectum. Zo gingen we op atelierbezoek bij allerlei kunstenaars. Deze was van de oude garde. Een expressionist in hart en nieren, maar wel met heel mooi werk. Anne en ik kochten beiden een schilderijtje. Bij mij thuis hangt het nog steeds boven de schoorsteen. De reis verliep nogal chaotisch. Er was een heel programma van muziek, film en beeldende kunst. De groep Post uit Friesland was mee en de film De Noordelingen werd gedraaid. Ik had een tentoonstelling samengesteld: Het schilderij als privédomein. In de plaatselijke kunstenaarssociëteit zou ik een lezing geven. Maar een of andere mongool had de carrousel met mijn dia’s in de kast gezet en de deur op slot gedaan. Sleutel weg. Geen dia’s dus. Dan maar zonder plaatjes in mijn eigen steenkolen-Engels. Een gruwelijke ervaring. Verder veranderde er van alles dat jaar. Het Frysk Keunstynstitút ging ten onder. De wraakzucht van frou Liemburg was nog steeds niet bevredigd. De kop van de directeur moest rollen. Thom van der Goot speelde een Judasrol. Namens de Friese culturele centra schreef hij eerst een brief, die de ondergang van het Frysk Keunstynstitút inluidde. Prompt daarop liet hij zich – met droge ogen – benoemen tot bestuursvoorzitter van Keunstwurk, de opvolger van het Frysk Keunstynstitút. Ik heb die jongen nooit vertrouwd. Een oud priesterstudent, dat rook je van verre. Hij had de wierrooklucht nog om zich heen hangen en kon op zalvende wijze zo mooi spreken, dat je bijna geloofde dat het de waarheid was. In dat jaar kwam Bjørk met haar eerste album uit met een mooi nummer: Big time sensuality.

7 Reacties »

  1. jp

    5 oktober 2007 op 09:06

    20 oktober 2007
    2008 (aflevering 25)
    Helaas, ik moet mijn lezers teleurstellen, de mijne verslapte op slag. Met zulk klein grut in de buurt is seks wel het láátste waar je aan denkt. Bovendien wordt ik altijd een tikkeltje agressief als ik tijdens het neuken wordt gestoord. Het kind daarentegen kraaide het uit van plezier. ‘Wil jij het voor mij halen?’ vroeg de vrouw. ‘Het is tijd voor de laatste voeding.’
    Ik wentelde mij van haar af, verbaasd bekeek ik haar volle borsten. Hier voltrok zich een schouwspel dat ik sinds lang niet meer had gezien: de melk leek inderdaad toe te schieten. Weldra parelde het witte vocht uit de tepels. Vol ongeloof liet ik een vinger langs haar tepel gaan en proefde een druppel, warm en enigszins zoet.
    ‘Toe,’ zei ze zachtjes. Het kind hiel op met spelen, trok een pruillip en reikte met zijn handjes naar de vrouw.
    Ik hurkte neer bij het kind, een blakend gezonde baby met bolle wangetjes en zachte blonde krulletjes, op het ruggetje voelde ik de vleugels. Juist toen ik het wilde optillen, verdween het in het niets. Ik stond met lege handen. Verbouwereerd keek ik om mij heen. Waar was het zo ineens gebleven?
    Ontzet keek de vrouw mij aan. ‘Je hebt mijn zoon vermoord, je hebt mijn zoon vermoord,’ gilde ze hysterisch, ‘en hij was nog niet eens geboren.’ Woedend vloog ze mij aan.

    Even later stond ik buiten, ik hield een zakdoek tegen mijn linkerwang dat flink rood moest zijn. Toen ik enigszins was bekomen, stapte ik weer op de fiets.
    Het begon al te schemeren. In de verte klonk het geluid van duizenden vogels, meeuwen, eenden en scholeksters. Gelukkig hoefde ik niet ver meer. Ten zuidwesten van Moddergat, aan de Meinsmawei vond ik een rustig gelegen pensionnetje. Het seizoen was nog niet begonnen, op het parkeerterrein stonden maar een paar auto’s.
    Ik belde aan, er klonken voetstappen, iemand slofte naar de deur. Ik hield mij zoveel mogelijk in de schaduw.
    ‘Wolle jo in keemer of in bungalow.’
    Ik koos voor het laatste, dan was de kans andere gasten tegen te komen het kleinst. Met een ‘Kom moorn mar even del om jo yn te skrjieuwen,’ werd mij een sleutel overhandigd. De eigenaar zou naar buiten komen om mij de weg te wijzen, maar met een ‘Ik fyn it wol. Bedankt’ lukte het mij hem tegen te houden. Gelukkig was men in deze contreien nog ouderwets als het gaat om vertrouwen.
    ‘Moornsiten van acht oont olve.’
    ‘Oont moorn!’

    Ik kieperde mijn fietstas leeg op de bank, aha, daar was de oplader, ik stak de stekker in het stopcontact, morgen zou ik mijn contactpersoon bellen voor de juiste tijd en de juiste plaats.
    Hongerig, koud en moe kroop ik onder de dekens.

    Er klonk geroezemoes van stemmen. Vele bekenden stroomden de kerk binnen. Bedrukte gezichten.
    ‘Moeder,’ zei ik.
    ‘Ben jij er al, jongen? Jou had ik nog niet verwacht.’
    ‘Het spijt mij dat het zo gelopen is, moeder…’
    Naast haar liep mijn vader. Ook hij zag er verdrietig uit. Er bleken trouwens nogal wat bekenden te zijn. Waren zij allen speciaal voor mij naar Amsterdam gekomen? Kijk. Daar had je warempel Ids Willemsma.
    ‘Is het waar dat jij een beeld gaat…’ Ids scheen mij niet te horen en liep door. Ik had hem willen vragen of hij inderdaad van de provincie Friesland de opdracht had gekregen een standbeeld voor ‘Mous, de Friezenmepper’ te ontwerpen.
    Verbaasd constateerde ik dat ook Renee Wale, Rimmer Mulder en Jannewietske de Vries er waren. En daar had je Thom Mercuur ook, samen met Bertus Mulder en Albertina Soepboer. Ik herkende Ed Nijpels die met Hans Wiegel en Hylke Speerstra door het gangpad liep. Daar had je mijn dochter, mijn zoon met een paar vrienden. Ik zag Douwe, Jelle, Sjoerd, Jelte, Oeds, Johannes, Jochum… Ik zag Arno Broks, Henk van der Veer en Josse de Haan. Ed Leeflang en Frans Haks waren er. Gerard Wijdeveld en Luciano Harms. Wim van Krimpen en Geert Mak. Rudi Fuchs en Pieter de Groot. Johanneke Liemburg en Bartle Lavermann. Geert Dales en Asing Walthaus. Abe de Vries en Alfred Stucki. Ik was verbijsterd: Tout monde was er. Honderden mensen. Vriend en vijand. Levend of dood.
    Voor in de kerk moest iets bijzonders zijn, de mensen drongen naar voren om een glimp van het schouwspel op te vangen. Ik schoof tussen de wachtende rij en luisterde naar flarden van de gesprekken om mij heen. ‘Hoe het ook zij, er iets verdwenen uit Friesland, voorgoed…’ ‘Wat had hij eigenlijk tegen jou…’ ‘Het zou tijd worden’ ‘Weet je nog van die..’ ‘Mijn God, jonge, wat kon die man je het bloed…’ ‘O, we hebben zo gelachen toen…’ ‘Ik kom kijken of ie wel echt gaat.’ ‘Ik ken hem nog van…’
    Langzaam schuifelde ik met de menigte mee naar voren, na een kwartiertje ontdekte ik wat er aan de hand was.
    Natuurlijk… Ik had het kunnen weten…
    Ik naderde de kist. Daar, een rozenkrans in handen, lag ik.

  2. Oeds

    5 oktober 2007 op 11:30

    Geachte mevrouw Mous,

    Vannacht lag ik nog te lezen in ‘Kapitein Rob en Het Geheim van Professor Lupardi’ een deel uit de legendarische stripserie van tekenaar Pieter J. Kuhn: ‘De Avonturen van Kapitein Rob’.
    Zoals u weet gaat dit deel over de waanzinnige Professor Lupardi, die een machine ontwikkeld waarmee hij het klimaat van de hele wereld naar zijn hand kan zetten, en dus zelfs de wereld zou kunnen vernietigen. Kapitein Rob probeert de wereld te behoeden voor deze ramp. Van dit stripverhaal wordt nu een film gemaakt. De rol van Kapitein Rob wordt vervuld door Thijs Römer. Andere hoofdrollen zijn, Katja Schuurman als weervrouw en Arjan Ederveen als de schurk Professor Lupardi. Dus niet Wim de Bie die, die rol ook ambieerde. Assistent Yoto wordt gespeeld door uw man, Huub Mous. Wouter Bos speelt de rol van Minister President. Een onder geschikte rol, is die van Duitse heks. Deze rol wordt helaas vertolkt door onbekende actrice Frau Liemburg.
    Het scenario is geschreven door een zekere jp. Deze jp geeft er helaas de voorkeur aan anoniem te blijven en zijn werk in stilte te verrichten.

    Als groot liefhebber van inteelt verhalen, trof het nieuws van het recente overlijden van uw man mij vanochtend dan ook als een enorme schok.
    Juist nu hij zijn de debuut zou maken in de glansrol van de aanminnige, mysterieuze, Japanse assistent Yoto. Een rol die hem op het leven geschreven leek. Hij ontleende dan ook heel veel aan het spelen van deze rol.
    En nu opeens, weggerukt na een fietstochtje. Onbegrijpelijk in wat voor een land leven wij? Hoe is dat mogelijk?
    Dat hij nog veel plannen had, is mij bekend. Het is heel jammer dat hem de tijd niet is gegund om de musical over het culturele leven alhier af te maken. Ik wens u heel veel sterkte bij het dragen van uw verlies.

    Hoogachtend,

    Oeds Polder

    P.S. Graag zal ik t.z.t. een donatie doen aan een monument voor hem, waaraan, naar ik heb vernomen heb, reeds gewerkt wordt.

  3. cervantes

    5 oktober 2007 op 11:44

    ik vind, heer Mous, dat u zich ten opzichte van Janneke Liemburg en Thom van der Goot mild uitdrukt. De woorden wraakzucht en Judasrol zijn zelfs in hun volle betekenis te mager. Ik wil daar haat, valsheid, manipulatie aan toevoegen, beseffend dat ook nu taalbetekenis te kort schiet. Je zou met voorbeelden moeten werken. Bijvoorbeeld hoe Janneke en Thom overal waar ze werken/verblijven sporen van vernieling achterlaten. Hun maatschappelijk succes kun je alleen verklaren uit de kruiperigheid met bepalende sado-masochistische trekken van hun omgevingspersonages. Lang leve de vaak bezongen fierheid en onafhankelijkheid van stoere Friezen.
    Intussen zit ik met het morele probleem dat deze tekst riekt naar wraakzucht, iets dat ik Janneke verwijt. Ik moet erover nadenken of mijn eventuele wraakzucht verantwoord is, als zij, wat ik denk, slechts een fractie is van de wraakzucht die Janneke en Thom afscheiden.
    Gaat u vooral door met de opschoning van Fryslân

  4. Huub Mous

    5 oktober 2007 op 17:49

    Ik ben dood maar kan toch verder. Mijn lichaam lijkt transparant, maar is ondoorzichtig, bleek als van albast. Ik ga nu de ruimte in waar ik eerst niet in durfde te gaan. Ik zie allerlei slaginstrumenten, trommels , pauken, belletjes, triangels. Verder is de ruimte helemaal leeg. Ik pak de muziekinstrumenten en probeer ze te bespelen. Er komt echter geen enkel geluid uit. Er komen gedaanten binnen. Spoken lijken het wel. Ze bewegen in slowmotion en zijn net als ik transparant, maar toch ondoorzichtig. Ik gebaar naar hen om met mij de instrumenten te bespelen. Als ze dit doen en gaan dansen, bewegen ze ritmisch, blij, er ontstaan kleuren bij deze danse macabre…. Ik zie de zon opgaan boven de noordpool. Het is alsof de ijsberen wakker worden. Het noorderlicht verschijnt aan de hemel en het kompas draait dol in mijn binnenzak.

    Ik ga weg, de trap op, kijken of er nog meer te zien is. Ik kom een andere kamer binnen, de deur is erg zwaar. Er staat een bordje met DOODSGEVAAR 6000 VOLT !!!! Er is iemand, misschien een vrouw. Ook een grote, massieve kist met een mooi rond deksel. Het lijkt een antieke boekenkist. Zo eentje waarin Hugo de Groot ooit is ontsnapt uit het Muiderslot of was het soms slot Loevestein? Dat zoeken we op, dacht ik nog. De persoon is verdrietig en vertelt dat ze al jaren op die kamer is. Oorspronkelijk met iemand anders maar die ander is verdwenen als een dief in de nacht. Ik zie dat de deur alleen aan de buitenkant geopend kan worden. Ze zit voor eeuwig vastgebonden aan haar zelf en kan toch zo weglopen. Het lijkt een metafoor vor het leven. Voor de dood. Memento mori en aan de deur wordt niet verkocht.

    Ik open de boekenkist omdat dat de enige logische plaats is om te kijken. Verder is er niets in de kamer. Ik voel dat er iets uit de kist komt, als een windvlaag, een vreemde zachte bries. Ik huiver, maar ik zie niets. De vrouw is teleurgesteld want ‘het’ is nou weg. ‘Het’, wat is ‘het’ ? Een spook? Een entiteit? Een dolende geest? Ineens hoor ik verderop gebonk op een deur. Ik ga op het geluid af en open de deur. Achterin een heel grote lege ruimte zit een jong kind op eenzelfde massieve boekenkist als in de vorige kamer. Hij leest in de Koran, die bij nader inzien de Bijbel blijkt te zijn. Ik sla een kruis en krijg terstond een erectie. Een vuurpijl spuit de hemel in meester Prikkebeen heeft last van muizenissen in zijn baard. Bij het ontwaken blijkt het een natte droom te zijn geweest. Ik slaak een diepe zucht en hoor de vuilniswagen de straat inrijden. Ik realiseer mij ineens dat ik gisteravond de bak niet buiten heb gezet.

  5. Fiddle Castor

    5 oktober 2007 op 20:22

    ” Ook een grote, massieve kist met een mooi rond deksel ” , een kist is in het algemeen een rechthoek,
    als die van u een ronde deur heeft is er naar ik aanneem genoeg plek voor een tête-á-tête met mevrouw Lijmburg.
    Met de naderende kerstdagen een mag ik wel stellen positieve inbreng.

  6. Jelle

    5 oktober 2007 op 21:18

    @ Fidel
    Gezegd is gezegd, een kist met een rond deksel erop. Ga nu niet proberen te lijmen of te slijmen, Fidel. Mevrouw Lijmtang blijft er buiten, AF.
    Op je poef, tang!

  7. Douwe

    5 oktober 2007 op 23:29

    Na Huub’s literaire natte droom, gaarne uw aandacht voor Lasse Gjertsen’s muzikale dagdroom:
    http://www.youtube.com/lassegg

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)