Is Wilders een fascist?

‘Geert Wilders en zijn beweging zijn het prototype 
van hedendaags fascisme. En daarmee zijn zij niets 
anders dan de logische politieke consequentie van 
een maatschappij waar wij allen verantwoordelijk 
voor zijn. Dit hedendaags fascisme is opnieuw het 
gevolg van politieke partijen die hun eigen gedachtegoed verloochenen, intellectuelen die een gemakzuchtig nihilisme cultiveren, universiteiten die deze 
naam niet waardig zijn, de geldzucht van de zaken
wereld en de massamedia die liever de buikspreker 
van dan een kritische spiegel voor het volk zijn…… Dit zijn de gecorrumpeerde elites die de geestelijke 
leegte cultiveren waarin het fascisme weer groot 
kan worden.’

Aldus Rob Riemen in zijn recentelijk verschenen pamflet De eeuwige terugkeer van het fascisme. Rob Riemen is filosoof en directeur van het Nexus-instituut. Een samenvatting van zijn pamflet verscheen onlangs in de Volkskrant en riep nogal wat reacties op. Na afloop van mijn Slauerhoff-lezing afgelopen vrijdag hebben meerdere mensen mij gewezen op een zekere parallel tussen mijn betoog over ‘het onbehagen in de cultuur’, dat in de jaren dertig hoogtij vierde, en de huidige terugkeer van het fascisme, waar Riemen op wijst. Ik had zijn artikel in de Volkskrant gelezen, maar deze opmerkingen brachten mij ertoe om toch maar eens zijn pamflet zelf aan te schaffen.

Gisteren heb ik het gelezen en het is inderdaad opmerkelijk hoe het doemdenken van de jaren dertig bij Riemen opnieuw de kop opsteekt. De geest van Ortega y Gasset lijkt bezit van zijn brein te hebben genomen. Daarnaast passeert in zijn betoog een stoet dan denkers uit het interbellum de revue: Karl Krauss, Thomas Mann, Paul Valéry , Max Scheler, Menno Ter Braak…. Maar Ortega y Gasset staat centraal. Hij verwijst ook meerdere malen naar diens boek De opstand der horden en spreekt over ‘de massa-mens’ en ‘de massa-maatschappij’.

Opmerkelijk is, dat hij niet verwijst naar Johan Huizinga, terwijl vele van zijn beweringen haast letterlijk zijn ontleend aan Huizinga’s boeken In de schaduwen van morgen en Geschonden wereld. Riemen begint met een uitgebreide verwijzing naar La Peste (1947) van Albert Camus. De bacil van het fascisme is na afloop van de Tweede Wereldoorlog niet verdwenen, maar leidt nog altijd een sluimerend bestaan in verborgen plekken om ons heen, waaruit het zo weer kan opduiken om de kleur en de vorm van de tijd aan te nemen. Wij willen het niet zien, om dat we ons overgeven aan struisvogelpolitiek. We hebben de lessen niet geleerd en zijn ze daarom nu al vergeten.

Riemen veronderstelt dat zijn lezer bekend is met de doemdenkers van het interbellum. Wie over genoeg kennis van onze cultuurgeschiedenis beschikt, van de geschiedenis van een verval van waarden en de teloorgang van de Europese geest, en vervolgens de hedendaagse samenleving in ogenschouw neemt, kan volgens hem niet aan de indruk ontkomen, dat het fascisme terugkeert in een nieuwe gedaante. Dat is de bottomline van het betoog van Riemen. Onze cultuur – zo zegt hij Nietzsche na – wordt gekenmerkt door een algehele crisis van waarden. Met het verlies van waarden verdwijnt niet alleen de moraal, maar ook de cultuur in de oorspronkelijke betekenis van het woord: cultura animi, de cultuur van de ziel.

De mens is volgens Riemen een wezen dat zich moet verheffen. De massamens daarentegen wil niet geconfronteerd, laat staan belast worden met geestelijke waarden. Hij heeft lawaai nodig en voortdurende opwinding. Kenmerk van de hedendaagse wereld is de oppervlakkigheid. Ondanks de stimuli van maakbaarheid en gemak is de massamens niet gelukkiger geworden. Het gelijkheidsideaal heeft ertoe geleid dat ‘de elite’ een scheldwoord is geworden. In plaats van absolute waarden is de subjectieve beleving de hoogste maat. De grootste rancune is gericht op alles wat moeilijk is.

Riemen komt tot de conclusie dat er in onze samenleving onmiskenbaar sprake is van een diepe beschavingscrisis. De vraag waar het om draait is de volgende: Wat heeft de islam met deze crisis van doen? Niets, is het antwoord van Riemen. De islam heeft zijn fundamentalisten, maar het Jodendom en het christendom hebben dat ook. Het fascisme dat Geert Wilders in de islam meent te herkennen, is een drogbeeld. Hij vergeet dat het fascisme op Europese bodem is ontstaan. Het gevaar houdt zich schuil in eigen huis, het is de bacil waar Camus op wees in La Peste.

Het fascisme is eigen aan de ondergang van de beschaving die zich eens te meer laat gelden in de trivialisering en de debilisering van de samenleving. In de teloorgang van het onderwijs en de kennis van de Muzen. In de fascinatie voor celebraties en idols. In onze diepe angst voor de dood. In de verafgoding van de jeugd en de daaraan inherente infantilisering. In de volmaakte vergetelheid en de roes. In de schoonheid zonder waarheid. Mensen worden in de steek gelaten door onderwijs, zakenlieden, de linkse en de rechtse elite. De essentie van onze crisis is een beschavingscrisis, zelfs de financiële crisis is de facto een morele crisis.

Als ik dit allemaal lees, dan hoor ik de stem Huizinga en niet die van Riemen. Riemen heeft de cultuur-analyse van Huizinga gebruikt – om niet te zeggen misbruikt – om Geert Wilders de wacht aan te zeggen. Het fascisme is in de optiek van Riemen een gifplant die opnieuw opkomt. Die plant zal eerst weer moeten groeien, voor hij tot wasdom komt. Als we zoeken naar parallellen tussen het fascisme van toen en nu, dan moeten we volgens hem naar het begin kijken en niet naar resultaat (Hitler en de Tweede Wereldoorlog).

Riemen wijst op het centrale kenmerk ven het fascisme: het ressentiment, het zoeken naar een zondebok en het hanteren van de leugen als wapen. De vreemdeling is altijd weer de zondebok. Destijds was het de eeuwige Jood. Nu is het de eeuwige moslim. Maar deze houding is strijdig met de kernwaarden van onze beschaving. Riemen is niet te beroerd om zelfs het Oude Testament in stelling te brengen. ‘Gij zult uw vreemdeling liefhebben. want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypte.’ (Dt. 10 : 19)

Wat mij opvalt bij al dit zware geschut is het gebrek aan inhoudelijke argumenten. Waarom gaat Riemen niet werkelijk in debat met Wilders? Riemen vat het fascisme op als een manipulatieve methode zonder inhoudelijk gedachtegoed. Maar waarom weerlegt hij de beweringen van Wilders over de fascistoïde kern van de islam niet met inhoudelijke argumenten? Waarom debatteert hij niet als de Islam-kenner ‘Spengler’ die de Islam inhoudelijk bekritiseert op de opiniepagina’s van internationale kwaliteitskranten? (‘Spengler’ is het pseudoniem van een columnist van de Asia Times. Bekijk zijn forum hier.

Waarom verwoordt Riemen vrijwel letterlijk gedachten van Johan Huizinga zonder naar hem te verwijzen? Waarom heeft hij zo’n hoge pet op van ‘de elite’ en debatteert hij niet als Menno ter Braak, die destijds het katholicisme van Anton van Duinkerken op hoog niveau en met inhoudelijke argumenten ter discussie stelde? In de jaren dertig werd er over dit soort zaken werkelijk gedebatteerd. Toen ging het over het christendom versus Nietzsche. Nu gaat het om de islam versus retorisch gebral. Wat Riemen nu doet is goedkoop scoren voor eigen parochie. Wat hij zegt dat is hij zelf. Als het waar is dat er sprake is van ‘een crisis in de beschaving’, dan manifesteert die crisis zich vooral in een teloorgang van het inhoudelijk debat, waar ook het betoog van Riemen een symptoom van is.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)