De opstand der horden

‘Van de vijfde eeuw tot het jaar 1800 komt Europa niet verder dan een bevolking van 180 miljoen zielen. Van 1800 tot 1914 stijgt dit getal tot 460 miljoen. Deze sprong is zonder gelijke in de geschiedenis der mensheid. Er is geen twijfel aan dat de techniek – tezamen met de liberale democratie – de massamens heeft voortgebracht, naar de kwantitatieve betekenis van dit woord. Maar deze verhandeling heeft willen aantonen dat de techniek mede verantwoordelijk is voor het bestaan van de massamens naar de kwalitatieve en pejoratieve betekenis van deze benaming.‘

Aldus Ortega y Gasset (1883-1955) in zijn boek De opstand der horden. Het boek verscheen in 1930 op een cruciaal moment in de geschiedenis van Europa. Het waren de hoogtijdagen van het cultuurpessimisme dat men tijdens het interbellum ook bij andere auteurs zoals Oswald Spengler en Johan Huizinga kon aantreffen. De opstand der horden is typisch zo’n boek dat iedereen kent, maar slechts weinigen gelezen hebben. Ook mij is het zo vergaan. Ik had dit boek al veertig jaar lang in mijn boekenkast staan. Pas deze week kwam ik ertoe om het ook daadwerkelijk te gaan lezen. Dat viel overigens niet mee. Het is een nogal drammerige en hooghartige verhandeling met veel herhalingen en generalisaties. Je moet het lezen door de bril van de tijd waarin het geschreven werd. Vanuit die optiek is het een profetisch boek. Drie jaar voordat Hitler in Duitsland aan de macht kwam voorspelde Ortega y Gasset wat Europa te wachten stond als de ontwortelde massa’s het roer zouden overnemen.

De opstand van die massamens is geen opstand in de zin van een revolutie, maar een opstand tegen de eigen lotsbestemming. Alleen al zo’n woord ‘lotsbestemming’ klinkt vandaag de dag erg gedateerd. Er klinken echo’s door van Nietzsche en Heidegger. De hedendaagse mens denkt niet meer in termen van ‘lot’ en ‘bestemming’.  Misschien is dat wel het definitieve bewijs dat de massamens definitief zijn plaats in de wereld veroverd heeft. Ortega’s boek gaat overigens niet over de massa als een bestaande klasse of stand. Hij heeft niet zoals Marx het proletariaat voor ogen, dat in opstand komt tegen de elite, of de bourgeoisie die de adel verdrongen heeft.

Met het begrip ‘massa’s’ of ‘horden’ doelt hij op de gemiddelde mens, die in de greep is geraakt van een algeheel proces egalisering en smakeloosheid die de techniek heeft voortgebracht. Het DNA van de massamens is universeel. Het zit bij iedereen in de genen. Het is Der Mann ohne eigenschaften van Musil, het anonieme ‘men’ van Heidegger. De lege mens die zich overgeeft aan de stroom van de tijd die geen volheid met kent. De moderne tijd wordt gekenmerkt door een verdwenen besef van ‘de hoogte der tijden.’

Toch is het betoog van Ortega in zekere zin ook een klaagzang over de teloorgang van een elite die de boot dreigt te missen in de vaart der volkeren. Eenzelfde gevoel voor tragiek en ondergang had een decennium eerder ook Oswald Spengler in de greep gekregen. De hiërarchie in de wereld was aan het vervagen. Er waren geen heersers meer die de massa konden dwingen tot gehoorzaamheid. Zelfs de nieuwe elite – de wetenschappers van de techniek – waren ten prooi gevallen aan de specialisatie. Niemand had meer het overzicht, er was geen zich meer op een geheel. Zo kwam de conclusie in beeld dat de massa geen weerstand meer ondervindt en ongegeneerd alle ruimte, die beschikbaar komt, in bezit neemt. Plichten worden verworven rechten.

Ortega waardeert de enorme materiële vooruitgang die de techniek heeft voortgebracht, maar wijst ook op de grote gevaren die deze sprong in de toekomst voor de mens zelf opleveren. De massamens heeft focus meer, geen vaste koers. Er is geen doel meer, geen opdracht die het leven nog zin en betekenis kan geven. De afstand tussen de technische mogelijkheden en het geestelijke niveau van de massa wordt steeds groter. Niemand  – ook een wetenschapper niet – waardeert nog de bronnen, van waaruit de technische vooruitgang is voortgekomen. De massamens heeft geen enkel historisch besef meer.

Genadeloos analyseert Ortega het bankroet van het nationalisme dat de Staat fundeert op mythische begrippen als volk, ras en taal. De vorming van de staat was van oorsprong een moeizaam proces dat juist haaks stond op dit soort mythische begrippen.  Ortega droomt over de terugkeer van het oude Europa als een centrum van wereldpolitiek. Amerika, het domein bij uitstek van de massamens, had Europa verdrongen. Alleen de eenwording van Europa zou nog kunnen leiden tot herstel. Ook in dat opzicht is zijn boek profetisch. De naoorlogse eenwording van Europa vindt een vroeg pleidooi in het visionaire slotbetoog van dit boek, waarin Ortega verder ziet dan de rampzalige gevolgen van een Tweede Wereldoorlog die in het interbellum haast onvermijdelijk in beeld kwam. In die zin is de houding van Ortega allesbehalve tragisch en fatalistisch.

Het slot van het boek las ik gisteren in de trein op de terugweg uit Amsterdam. Daar zag ik de tentoonstelling Wereldverbeteraars in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Op deze kleine expositie zijn documenten bijeengebracht uit de hele wereld. Documenten, waarin de worsteling zichtbaar wordt met de gevolgen van de moderniteit en de globalisering. Dat proces is al vier eeuwen gaande en begon toen de ontdekkingsreizigers vanuit het oude Europa nieuwe werelden gingen ontdekken ver achter de horizon. De negentiende eeuw is het tijdperk geweest van de grote ideologieën die de wereld wilden hervormen en de massa’s opnieuw een doel en richting wilden geven, maar er waren  ook tal van splinterbewegingen die de moderniteit wilden vormgeven of de ingrijpende gevolgen daarvan juist wilden beteugelen of bestrijden. Die strijd gaat door tot op  de dag van vandaag. Met pamfletten, profetische boeken, maar ook met bommen en granaten. Niet alleen in Europa, maar ook elders in de wereld.  Het is één wereld die in beweging is, de massa’s zijn overal. In die zin is het boek De opstand der horden nog altijd actueel.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)