De versnelling van de tijd

Als 35 jaar in je beleving 100 jaar lijkt te zijn, dan gaat de tijd langzamer naarmate je ouder wordt. Douwe Draaisma schreef ooit een prachtig boek over het tegendeel, over de versnelling van de tijd bij het ouder worden. Ik weet wel dat dit zo is, die versnelling van de beleefde tijd, maar dat neemt niet weg dat het verleden soms heel ver weg lijkt, verder dan de jaren in feite zouden doen vermoeden. Het is dus meer een kwestie van afstand, dan van snelheid die hier in het geding is. De jaren zeventig lijken voor mij momenteel heel ver weg, alsof ze ergens achter een gebergte liggen, waar ze nooit meer achter vandaan komen. Tegelijk is de afstand in tijd ook een heel dubbelzinnig begrip. Een tijd kan heel ver weg zijn, en toch terugkeren. De Middeleeuwen bijvoorbeeld waren in de 19de eeuw heel dicht bij. Nu zijn ze weer heel ver weg.

Ik heb het idee dat de jaren zeventig nu voor mij naar mij toe bewegen. Ze komen dus dichterbij, terwijl ze juist heel ver weg zijn. Dit is dus niet een kwestie van beleving van snelheid waarmee de tijd verstrijkt, het gaat eerder om de herinnering van beleefde tijd, die kennelijk in verschillende snelheden naar je toe (of van je af) kan bewegen. Het geheugen heeft dus een eigen veranderlijk tijd-universum, met wisselende snelheden, een innerlijk universum dat niet zozeer met het ouder worden als zodanig van doen heeft, als wel met de mate van herkenning die het verleden oproept in het heden.

Hoe komt het toch dat foto’s uit een bepaalde tijd achteraf allemaal op elkaar gaan lijken. Allereerst natuurlijk door de kleuren die mettertijd gaan vervagen en stilaan exact de juiste patina krijgen die hoort bij de Zeitgeist. De foto, die hierboven is te zien, hoort bij het midden van de jaren zeventig, om precies te zijn: 1975. Media vita, ik was 27 jaar en zat voor de etalage van een lampenwinkel aan de Prinsengracht in Amsterdam. Die winkel is er nog. Altijd als ik er langs loop, zie ik mezelf daar zitten, voor eeuwig jong, terwijl ik almaar ouder word en mezelf verder verwijderd zie van dit zorgeloze moment uit die zomer in de seventies, le temps des étudiants.

De gebleekte spijkerbroek zit strak, te strak wellicht. Achteraf vraag ik me af, hoe ik daar in ben gekomen. Kennelijk was het een wat frisse dag, want ik had een schipperstrui onder mijn spijkerjasje. Die raakten toen helemaal in, schipperstruien. Je moest natuurlijk wel een echte hebben en die verkochten ze in een winkeltje op het Spui. Daar kon je ook echte rubberen bootlaarzen krijgen, van die groene. Mijn schipperstrui is zeker wel twintig jaar meegegaan. Misschien ligt hij nog wel een ergens in een kast. Het bloemetjesoverhemd daaronder hoorde bij de outfit waarin ik getrouwd ben. Dat gebeurde het jaar daarvoor, geheel in de stijl van de seventies. Het was een softe tijd vol nostalgie naar een verleden dat nooit had bestaan.

De lampjes achter me in de winkel waren natuurlijk wél echt. Lampjes uit grootmoeders tijd die het goed deden bij de letterbak, de asparagus, de papyrus en de citroengeranium. Kamerplanten en cocoonen dat was het helemaal. De kamer had kurken wanden afgewisseld met Spaans stucwerk op de muur. Een grenen houten eettafel met bijpassende banken en op de vloer rieten tegels uit Genemuiden. Ik wilde altijd nog zo’n grote rieten stoel, waar Sylvia Kristel in zat in de film Emmanuelle. Zo eentje met een hele hoge, ronde leuning. Joey Dyser zat ook in zo’n stoel, toen ze 100 years zong. Dat was heel even een hit dat jaar. Nooit meer wat van gehoord, die Joey Dyser. Inderdaad, het lijkt allemaal wel honderd jaar geleden.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)