Alle mensen zijn sterfelijk

Hoe zou je het doen, als je alles nog eens over mocht doen? Stel dat je achttien was en wist wat je nu wist, wat zou je dan doen? Het zijn vragen die altijd weer worden gesteld. Nutteloos, maar toch doen we het. Waarom is zo’n vraag eigenlijk nutteloos? Hij is nutteloos, omdat het leven geen alternatief heeft. Er is geen als….. Stel dat er een ‘als’ zou zijn, dat zou een onleefbare situatie opleveren. Stop, ik begin opnieuw. Ik ben achttien. Terwijl ik dit zeg, word ik met een reuzenzwaai achteruit geworpen, terug in de tijd……

Als ik na een grote vlucht weer op de grond beland, zie ik opeens een gigantisch landschap voor me liggen. Het is mijn mijn leven zoals ik het tot nog toe geleefd heb. Zo moet het dus niet, weet ik dan. Dat vergezicht moet ik zien te vermijden. Dat is nu preceis de onmogelijkheid van deze gedachteconstructie. Het leven kent geen vergezichten. Toen ik achttien was, kon ik wel dromen over hoe mijn leven verder zou gaan. Maar ik kon nooit zien, hoe het zou zijn als ik 62 jaar was. Dat vergezicht bestaat niet. Toen niet en nu niet. Nooit heb ik kunnen bevroeden, dat ik ooit nog eens op een zondagochtend in het jaar 2010 een stukje zat te schrijven over hoe het leven ook heel anders had kunnen verlopen.

Maar stel dat het toch mogelijk was. Ik ben achttien en zie dat vergezicht. Ik weet dat ik in Friesland zal belanden. Ik weet dat ik daar nooit meer weg zal komen. Ik weet alles wat ik nu weet, wat ik allemaal in mijn leven gedaan en gelaten heb. Ik ken de de onbezonnenheden, de stommiteiten, al die beslissingen die ik nu betreur, de dingen die ik na al die jaren eigenlijk liever niet wil weten. Dat alles kan opeens nog anders. Het kan opnieuw, van voren af aan. Helpers weg tweede ronde. Rien ne va plus….

Zou ik het dan ook anders doen? Dat is natuurlijk de hamvraag. Ik zou weer voor dezelfde beslissingen komen te staan. Telkens weer zou ik moeten denken: zo moet ik het dus niet doen, want dan weet ik wat er van komt. Ik zou de gevangene zijn van mijn eigenlijke leven, dat wil zeggen: het leven dat ik al eens geleefd heb. Mijn nieuwe leven zou daar telkens weer haaks op staan, als een loodlijn op de basis. Ik zou nu een heel ander leven hebben. Wat een rijkdom! Maar het meest kostbare was ik kwijt: mijn vrijheid. Vrijheid is dus de mogelijkheid om te doen zoals het uiteindelijk niet zou willen. Je moet met de vrijheid betalen, om een ander leven te verwerven. Is dat de prijs waard?

Toen ik achttien was, las ik een roman van Simone de Beauvoir: Tous les hommes sont mortels. Het was een dik boek, waar bijna niet door te komen was. Toch heb ik helemaal uitgelezen. Het ging over een man die niet kon sterven. Hij leefde maar door, eeuwenlang. De hele geschiedenis trok aan hem voorbij.  Hij vocht als ridder in de middeleeuwen, als Wederdoper in de Reformatie, hij verkende wereldzeeën met de ontdekkingsreizigers, maakte de Franse Revolutie mee… en nooit ging hij dood. Er kwam letterlijk geen einde aan. Het was zo’n boek met een moraal, een ideeënroman heet dat. Het moest je aan het denken zetten over het leven zelf. Hoe zou het zijn, als je niet dood kon gaan? Dat kan dus niet. Sterker nog, het werkt niet. Doodgaan is niet alleen eigen aan het leven, maar zelfs de voorwaarde voor het leven zoals wij stervelingen dat kennen. Zonder dood is er eigenlijk geen leven mogelijk. Wat dan overblijft, kun je geen leven meer noemen.

Jaren later zag ik op het kerkhof van Montparnasse het graf van Simone de Beauvoir en Jean Paul Sartre. Ze waren voor eeuwig met elkaar verenigd. Even meest ik denken aan dat boek: Tous les hommes sont mortels. Hoe zou het zijn om dood te zijn? dacht ik. Misschien is de dood wel een soort leven zonder dood. Misschien had ik het boek verkeerd begrepen. Het ging niet over het leven, maar over de dood, die eindeloze zee van tijd waar geen eind aan komt. Ook de dood is een onmogelijkheid, want hij is onleefbaar.

Om zo’n wijsheid te bedenken, heb je natuurlijk geen dik boek nodig, laat staan zo’n onleesbare pil van Simone de Beauvoir. Evengoed heb je geen nutteloze vragen nodig om te kunnen bedenken, dat je de vrijheid moet inleveren, als je je leven nog eens over wilt doen. En toch worden die vragen altijd maar weer gesteld. Ook ik ben zo dom om ze af en toe aan mezelf te stellen. Vannacht nog zelfs. Stel, stel, stel….. Eén uurtje maar, als dat eens zou kunnen!…… Eén ding weet ik zeker. Als ik alles nog eens over mocht doen, dan zou ik dat boek van Simone de Beauvoir meteen in een hoek gooien. Zoiets is zonde van je tijd.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)