Gerard Reve en het anaal penetreren
De jonge journalist en later schrijver Willem Abma vervoegde zich in Greonterp om Reve te interviewen voor de RONO. Hij was op de fiets en gekleed in korte broek. Reve werd hoteldebotel van hem een stuurde hem een brief achterna die tot doel had hem in zijn armen te voeren. Maar Abma was meteen na het interview op vakantie gegaan. Zijn ouders openden de brief, ontstelden zeer, gingen te rade bij een familielid dat notaris was te Amsterdam en dat de brief in beslag nam. Dat leidde bijna tot doodslag van Abma van zijn geleerde oom.
Aldus Nop Maas in het tweede deel van zijn Reve biografie (p. 311). Het is de enige keer dat verslag wordt gedaan van een ontmoeting van Reve met een Fries schrijver. Trinus Riemersma bijvoorbeeld, die naar eigen zeggen ook in Greonterp op audiëntie is geweest, komt in het boek van Nop Maas niet voor. De oorzaak is waarschijnlijk dat Riemersma niet met Reve heeft gecorrespondeerd en Abma wel. Nop Maas beroept zich op een brief van Willem Abma aan Reve van 12 november 1964 die hij kennelijk in de nalatenschap van Reve heeft aangetroffen. Of er meer brieven zijn geweest vermeldt hij niet.
Gisteren ontmoete ik Willem Abma bij de opening van de tentoonstelling van Reinder Homan in het hoofdkantoor van de Friesland Bank in Leeuwarden. Al gauw raakten wij aan de praat over Reve. Abma had gehoord dat hij door Nop Maas wordt vermeld, maar hij had zijn boek nog niet gelezen. Hij vroeg mij wat ik wist over hem en Reve. Kennelijk had hij iets vernomen dat ik op dit weblog een en ander over hem en Reve uit de doeken heb gedaan. Voor alle duidelijkheid nog even een samenvatting van het voorafgaande. Op mijn log Dromen in de strafkolonie van 7 oktober j.l. plaatste Anne Feddema de volgende reactie:
Reve was natuurlijk uitgenodigd in Bolsward Huub, ( bij de uitreiking van de Gysbert Japicsprijs aan Trinus Riemersma in 1967. HM) maar wat ik mij altijd heb afgevraagd…is Trinus Riemersma de schrijver uit het Noorden? in de stille vriend van Reve. De schrijver Speerman…jawel…heeft het daar over een jenever opdrinkende baard…ik sis net dat Trinus dat is fansels…mar hat er hjir miskien in soart fan archetypyske rol spile yn it brein fan Reve, sûnder dat Trinus it sels wit?
Ik antwoordde daarop als volgt:
Wat die man met baard in De Stille Vriend betreft. Dat is Willem Abma geweest. Willem Abma heeft Gerard Reve goed gekend. Ik heb me laten vertellen (ik kan mijn bron helaas niet onthullen, maar geloof me, het is echt waar!), dat Reve een beetje geil was op Willem Abma. Abma heeft zich tegen mijn bron laten ontvallen dat Reve hem ‘in zijn achterste wilde penetreren.’ Dat zou Reve natuurlijk nooit zo geformuleerd hebben, want die was altijd zeer precies in zijn bewoordingen als het om het sacrament van de daad ging. Het is er nooit van gekomen – van dat sacrament bedoel ik. De anale penetratie is deze gevierde Friese schrijver met baard gespaard gebleven. Gods wegen zijn duister en ondoorgrondelijk. Bid voor ons, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
Korte tijd later voegde ik hier het volgende aan toe:
Er bereiken mij berichten dat de dichter of prozaschijver met een baard die figureert in de roman De stille vriend van Gerard Reve niet Willem Abma maar Gerben Willem Abma moet zijn geweest gezien de aard van de baard die Reve beschrijft. Reve schrijft letterlijk’ Van het instipide gelul van die baard kreeg Speerman een steeds ondraaglijke wordende jeuk op het hoofd.’ Dat moet onomstotelijk de baard van Gerben Abma zijn geweest, aldus de Abma-kenners die het kunnen weten. De scene die Reve beschrijft heeft zich afgespeeld in 1962. Toen was Willem Abma pas 20. Zijn broer Gerben Willem was toen 30. Hij was bezig met een boek en Reve moest bemiddelen bij het Ministerie van Kultuur. Ik geef mijn mening graag voor een betere, maar ik blijf erbij dat het beslist niet Trinus Riemersma was, daar in de Stoofsteeg in Amsterdam. Het was Gerben Willem Abma. Dat van die anale penetratie blijft natuurlijk rechtovereind staan. Dat is historisch, daar helpt geen liever moeder aan.
Hierop volgde een anonieme reactie:
Gerben Willem Abma = Willem Abma fan Ljouwert en yn 1962 fan Grins (studint teology). Doe better bekind ûnder it skriuwerspseudonym Daniel Daan. De 32 jierrige is syn broer Germ Abma, dy’t hjoeddedei te Amsterdam tahâldt.
Ik antwoordde als volgt:
Dus Reve wie pystich op Gerben Willem Abma/ Willem Abma/Daniel Daan. Volgens mij ging het om deze baard. Daar zou ik ook jeuk van krijgen. Zie mijn log gevreesd-polemist.
Uiteraard heb ik Willem Abma gisteren nog even aan deze gegevens herinnerd en ook mijn bron onthuld van wie ik hoorde dat hij gezegd zou hebben dat Reve ‘hem in zijn achterste wilde penetreren.’ Abma ontkende dit niet, maar wilde het verhaal wel nader preciseren. Op mijn voorstel dat ik hier dan geen gewag van zou maken op dit log reageerde hij nogal laconiek. Hij had daar geen bezwaar tegen, als ik de feiten maar exact zou weergeven. Het verhaal van Abma luidt als volgt.
Inderdaad is hij in 1964 in Greonterp bij Reve op bezoek geweest voor een interview voor de RONO. Abma werkte in die tijd samen met Lolle Nauta voor het literaire programma van de RONO dat goed beluisterd werd in Friesland. Ook is het waar dat hij voor die gelegenheid een korte broek had aangetrokken. Een nogal pikant gegeven. Dat is met Reve zoiets als de kat op het spek binden, zou je achteraf zeggen. Abma deed dit echter omdat deze wijze wellicht een beter interview zou kunnen ontstaan. De band van de uitzending moet wellicht nog in het archief van Omrop Fryslân te vinden zijn, maar dit terzijde. Er ontstond een boeiend gesprek met Reve. Op een gegeven moment moest Abma van het toilet gebruik maken. Reve wees hem de weg in Huize Het Gras. Abma deed de deur van het toilet achter zich dicht om zijn behoefte te doen, maar voelde zich vervolgens van achteren bespied. Hij voelde letterlijk een oog in zijn rug priemen.
Toen Abma deur van het toilet nader inspecteerde, ontdekte hij dat hier een klein kijkgat in was aangebracht, dat van achteren met een luikje geopend kon worden. Hij zag letterlijk het starende oog van Reve dat met een doorborende kracht de nauwe ruimte van het toilet aftastte. Het was een angstaanjagende ervaring, zo verzekerde hij mij. Overigens heeft zijn ontmoeting met Reve niet tot handtastelijkheden geleid. Reve had al gauw door dat Abma niet de Griekse beginselen was toegedaan, wat niet wegneemt dat Reve inderdaad helemaal hoteldebotel van hem was, zoals Nop Maas fijntjes opmerkt. Reve schreef nadien maar liefst zeven brieven aan Abma, die destijds bij zijn ouders in Folsgaere verbleef. Het was zijn moeder die de brieven opende. Zij had argwaan gekregen en was bang dat er een relatie was ontstaan tussen Reve en Abma.
De moeder van Abma moet zich werkelijk rot zijn geschrokken, want de brieven bevatten allerlei sadomasochistische passages die er niet niet om logen. Zij schakelde inderdaad een familielid in, die notaris was. De notaris legde vervolgens de brieven voor aan een officier van justitie in Amsterdam. Deze magistraat reageerde echter zeer wijs en verstandig. Ten eerste had Abma’s moeder de brieven nooit mogen openen, want haar zoon was 21 jaar en dus voor de wet meerderjarig. Dat was tevens de reden, waarom er tegenover Reve geen aanklacht kon worden ingediend, want hij had zich niet schuldig gemaakt aan seksuele omgang – of pogingen daartoe – met een minderjarige. De affaire liep dus met en sisser af.
Van de zeven brieven, die Reve schreef, zijn er volgens Abma destijds vier verbrand. Drie brieven zijn bewaard gebleven en bevinden zich nog altijd in het archief van Tresoar (destijds het archief van het Frysk Letterkundig Museum en Documentatiecentrum). Ze zijn echter pas na zijn dood in te zien. Ik heb vanochtend nog even in de digitale catalogus van Tresoar gekeken en het klopt. De drie brieven staan daar vermeldt.
Uiteraard vroeg ik aan Abma gisteren ook of hij inderdaad de Friese schrijver is geweest die door Reve vermeldt wordt in zijn boek De Stille Vriend. Dit werd door Abma bevestigd noch ontkend, wat ik gemakshalve maar als een bevestiging heb opgevat. Abma benadrukte nog eens hij destijds niet homoseksueel was. Wel heeft Reve hem het voorstel gedaan dat hij een paar mooie vrouwen voor hem kon ‘regelen’, waarna hij graag had gezien dat Abma met hen de daad in praktijk zou brengen. Een afgeleide vorm van Revisme dus. Reve had in die tijd een woning aan de Oude Zijds Achterburgwal, midden in de rosse buurt. Dat hij daar ‘vrouwen kon regelen’ is dus niet ondenkbaar, in ieder geval waarschijnlijker dan in Greonterp. Abma verzekerde mij echter dat hij niet op dit aanbod is ingegaan.
Dit bracht het gesprek op het fenomeen ‘verscholen homoseksualiteit’ dat Reve soms bij mensen aan het licht kon brengen. Zo wordt wel beweerd dat Fedde Schurer in feite een ‘crypto-homo’ is geweest. Dat was ook precies de reden waarom hij zo fel tegen Reve tekeer ging. Abma kon mij dit vermoeden bevestigen. Fedde Schurer, zo verzekerde hij mij, heeft het bed gedeeld met Douwe Kalma van wie bekend is dat hij homoseksueel was. Abma noemde mij nog een naam van bekende schrijver in Friesland die crypto-homoseksueel zou zijn geweest, maar die zal ik om privacy-redenen hier niet vermelden. Ik heb de Schurer-biografie van Johanneke Liemburg nog niet gelezen, maar ik betwijfel of zij melding maakt van deze ‘onbekende kant’ van haar idool. Het verhaal werpt hoe dan ook een nieuw licht op de verkettering van Reve in het begin van de jaren zestig, waarbij Fedde Schurer een belangrijke rol heeft gespeeld. Hoe dan ook, het laatste woord in deze zaak is nog niet gesproken. Het boek over de Friese periode van Reve is ook nog altijd niet geschreven, ondanks alles wat Nop Maas aan het licht heeft gebracht.

www.ensafh.nl
8 juni 2010 op 10:17
[...] Lês fierder by Huub Mous [...]
Huub Mous
8 juni 2010 op 18:35
Ik heb bovenstaande tekst voor alle zekerheid nog even aan Willem Abma voorgelegd. Het verhaal klopt met de feiten, alleen verzekerde hij mij nu dat hij nooit bij Gerard Reve in Amsterdam is geweest. Het raadsel van De Stille Vriend is nu alleen maar groter geworden. Wie was dan die Friese schrijver met een baard? Was het dan toch Trinus Riemersma, zoals Anne Feddema suggereerde? Laten wij hopen dat deze vraag nog eens definitief beantwoord wordt. Wellicht op dit log. Blijft ook de vraag of het geheime luikje op de wc in Huize Het Gras nog altijd bestaat. Ook wat dat betreft is het antwoord welkom. Wie o wie weet hier meer van?
D. E. Storm van Sloten
8 juni 2010 op 22:37
Onweer
Stilte voor het onweer, rust na het werk,
Nooit hoor je de vogels beter kwetteren dan nu.
Uitkijkend over de intieme weide,
Vliegen de vogels van hot naar haar en af en aan,
Om hun kroost te voeden.
Ver weg is onweer te horen,
Spitfires scheren over de boterbloemen en de lage zuring,
Als roekeloze acrobaten verzamelen zij vliegjes voor hun kroost,
Plotseling een wending, steil omhoog voor de boomwal die de wei omsluit.
Windstilte, je hoort de vogels zingen,
Het rustende schaap eet de naast haar groeiende boterbloem.
De druppels komen pas na de nieuwe haring,
Dikker en dichter worden zij, terwijl de haring alweer zwemt in de korenwijn.
Bij het nieuws: de jeugd stemt op de PVV,
De A10 wordt een tienbaans snelweg
Flessenhalzen worden weggehaald, wordt gezegd.
Het onweer is naar het Noordoosten weggetrokken.
De zee van boterbloemen en jonge zuring wiegt zacht.
De natuur houdt zich bezig met zichzelf,
Nog intensiever dan Balkenende, Rutte, de rest
en al die veelbelovende Raden van Elf.
Van de voorspelde bliksem komt niet veel terecht.
Huub Mous
10 augustus 2010 op 12:34
Volgens Willem Bruno van Albada is het verhaal van Willem Abma over het toilet in Greonterp een verzinsel: “In de deur heeft nooit een luikje gezeten, maar wel een rechthoekig stuk matglas, om te kunnen zien of daar het licht soms per ongeluk nog aan was gebleven. Want als dat gebeurde was zijn dag ‘stuk’ van ergernis. Ook in de deur van de Kleine Salon zat een (rond) matglaasje, om dezelfde reden. Die matglaasjes zitten er trouwens nu nog in. Verder was Gerard zeker niet iemand die in zijn eigen huis zijn gasten begluurde en niemand hoefde te vrezen voor betastingen. Hoogstens liep het, in een halfdronken bui, wel eens uit op een goedmoedig stoeipartijtje. Maar het publiek en veel Revianen willen Gerard nu eenmaal graag zien als een ranzige man.”