Welnee, mijnheer, noem mij geen katholiek,
En twintig eeuwen kunnen ’t woord verklaren
Aan u en aan uw opgewonden kliek,
Die blij mag zijn met twintig volle jaren,
Als onze God u toestaat te bedaren
Van ’t heilgeschreeuw, geleerd bij de barbaren,
En als uw volksbeweging haar muziek
Toonzetten leert op ónze maat der eeuwen.
De roomsen hebben in de politiek
Niets meer gedaan dan onwelluidend schreeuwen.
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
Gij weet het slecht, maar in een zieke tijd,
Toen Rome rot was van de dictatoren,
Elkaar verdringend met de grage nijd
Van wie elkanders roem niet kunnen horen,
Werd God de Zoon te Bethlehem geboren
Uit ene Maagd, wier naam in uwe oren
Klank voert van ketterij en godsdienststrijd:
Een Joodse vrouw, die gij diep zoudt verachten
- Joden zijn aan uw soort niet sympathiek –
Maar die het licht is van mijn zwartste nachten,
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
Gij leeft te zeer in uw bewogen heden
Om het te weten, maar het is geschied,
Dat weinigen, die deze naam beleden
Beschermers bleken van het wijd gebied,
Waarop men heden nog beschaving ziet.
Gij preekt wel, maar gij kent uw teksten niet!
Wat is uw toekomst zonder ons verleden?
Bedenk, als onze duizendtallen dunnen,
Hoe eens Paus Leo, ónvervalst mystiek,
Weerstand bood aan een overmacht van Hunnen.
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
Gij zijt wellicht het oud verhaal vergeten,
Of kent het niet, maar leer het dan van mij,
Hoe zij, die Nederlands bevrijders heten
Uit rooms geloof en spaans dwinglandij,
Onder bevel van Willem van Lumey
Onschuldigen vermoordden. Pleit hen vrij,
Wanneer dit past in ’t ruim van uw geweten!
Steeds zal een holle leuze misdaad baren
Zodra zij vruchtbaar wordt bij veil publiek!
Ik kies de zijde van de martelaren,
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
In Brabant weet men van de geus te spreken
Daar heb ik ’t vaderlands gevoel geleerd.
Vouw ik de handen om de Heer te smeken,
Dat Hij ’t volk hoede, vrij en ongedeerd
Van staatszucht, tirannie en van verkeerd
Vertrouwen in wie door geweld regeert:
Nooit leerde ik mijn hand ten hemel steken,
Heil roepend om een nagemaakte Pruis,
Op wat zich heil noemt, heeft mijn Kerk kritiek.
De ware heiland kent ze aan ’t ware kruis.
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
PRINCE
Heer Jezus zoet, Prins van de ware Kerk,
Die een is, heilig en apostoliek,
Maakt ons in dienst van godsdienstoorlog sterk.
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
dj Paus
2 mei 2010 op 15:53
katholicisme, alcoholisme, twee handen op een vet bebuidelde buik
Huub Mous
2 mei 2010 op 16:32
BALLADE VAN EEN EX-KATHOLIEK
Welnee, mijnheer, noem mij geen katholiek,
En twintig eeuwen kunnen ’t woord verklaren
Aan u en aan uw opgewonden kliek,
Die blij mag zijn met twintig volle jaren,
Als onze God u toestaat te bedaren
Van ’t heilgeschreeuw, geleerd bij de barbaren,
En als uw volksbeweging haar muziek
Toonzetten leert op ónze maat der eeuwen.
De roomsen hebben in de politiek
Niets meer gedaan dan onwelluidend schreeuwen.
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
Gij weet het slecht, maar in een zieke tijd,
Toen Rome rot was van de dictatoren,
Elkaar verdringend met de grage nijd
Van wie elkanders roem niet kunnen horen,
Werd God de Zoon te Bethlehem geboren
Uit ene Maagd, wier naam in uwe oren
Klank voert van ketterij en godsdienststrijd:
Een Joodse vrouw, die gij diep zoudt verachten
- Joden zijn aan uw soort niet sympathiek –
Maar die het licht is van mijn zwartste nachten,
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
Gij leeft te zeer in uw bewogen heden
Om het te weten, maar het is geschied,
Dat weinigen, die deze naam beleden
Beschermers bleken van het wijd gebied,
Waarop men heden nog beschaving ziet.
Gij preekt wel, maar gij kent uw teksten niet!
Wat is uw toekomst zonder ons verleden?
Bedenk, als onze duizendtallen dunnen,
Hoe eens Paus Leo, ónvervalst mystiek,
Weerstand bood aan een overmacht van Hunnen.
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
Gij zijt wellicht het oud verhaal vergeten,
Of kent het niet, maar leer het dan van mij,
Hoe zij, die Nederlands bevrijders heten
Uit rooms geloof en spaans dwinglandij,
Onder bevel van Willem van Lumey
Onschuldigen vermoordden. Pleit hen vrij,
Wanneer dit past in ’t ruim van uw geweten!
Steeds zal een holle leuze misdaad baren
Zodra zij vruchtbaar wordt bij veil publiek!
Ik kies de zijde van de martelaren,
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
In Brabant weet men van de geus te spreken
Daar heb ik ’t vaderlands gevoel geleerd.
Vouw ik de handen om de Heer te smeken,
Dat Hij ’t volk hoede, vrij en ongedeerd
Van staatszucht, tirannie en van verkeerd
Vertrouwen in wie door geweld regeert:
Nooit leerde ik mijn hand ten hemel steken,
Heil roepend om een nagemaakte Pruis,
Op wat zich heil noemt, heeft mijn Kerk kritiek.
De ware heiland kent ze aan ’t ware kruis.
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
PRINCE
Heer Jezus zoet, Prins van de ware Kerk,
Die een is, heilig en apostoliek,
Maakt ons in dienst van godsdienstoorlog sterk.
Daarom, mijnheer, noem mij geen katholiek!
(Vrij naar Anton van Duinkerken)