Huize het Gras en Johannes van het Kruis

Hoe zijn wij in staat het goddelijke te herkennen? Doordat wij in ons ’een bolwerk herbergen’, zegt Augustinus, ‘een onneembare citadel’, zegt Meester Eckhart, ‘waarin alleen God verblijft’, door Teresa ‘de bruidskamer, het zevende verblijf genoemd’. Vanuit ‘dat bolwerk’ ont springen het ‘kennen’ en het ‘willen’, die de twee dimensies zijn van alle vrij handelen, eigen aan de mens als beeld van God. In dit punt, dat in ons als een waar kompas voor de ziel fungeert, en dat aan de bron ligt van alle zielenleven, kan de mens God onmiddellijk kennen, in een rechtstreeks contact, bewust of onbewust, of hij het verdient of niet. En het is ook daar dat de mysticus het binnendringen van God zal ervaren op het moment van zijn geestelijk huwelijk. Op meer theore tisch vlak komen we in de mystieke literatuur deze vereniging tegen onder de Griekse naam ‘syderese’, wat zeggen wil ‘bewustzijn’, door Hiëronymus in de Latijnse wereld ‘vonk van de ziel’ genoemd en in het Germaanse taalgebied door Meester Eckhart benoemd als ‘grond’ (grunt). En zo spreekt Jan van het Kruis over de ‘diepste’ kern’ (el centro más profundo) van de ziel.’
Aldus Max Huot de Longchamp in zijn boek Bekleed met jouw schoonheid, inleiding in Jan van het Kruis (1991). In deze passage laat de auteur zien hoe mystici door de eeuwen heen verschillende manieren een verband hebben gelegd tussen de ziel en het beeld van een huis, kasteel of citadel. Ook Reve heeft zijn eigen huis altijd als een metafoor opgevat van zijn ziel. Bouwen aan zijn huis betekende bouwen aan zijn ziel. Een doodskist in huis betekende je ziel klaar maken voor de dood. De ars moriendi, de kunst om te sterven, want dat was de opdracht van het leven: het leven is een sterven. In het het aanzien van de dood heeft de ziel het vermogen om God te zien. In de ziel bevindt zich ergens het hoogtepunt, de spits van alle geestelijke vermogens, niet geleid door het licht van de rede, maar door een direct inzicht van het verstand en een natuurlijk gevoel van de wil. In die diepste grond van de ziel ligt de mogelijkheid om zich met God te verenigen.
Gisteren kon ik alvast even de fototentoonstelling bij Tresoar bekijken over Gerard Reve in Greonterp. Het zijn veertig foto’s die Bruno van Albada en Henk van Manen (Teigetje en Woelrat) hebben geselecteerd uit de grotere reeks die is opgenomen in het boek Huize het Gras, dat zondag a.s. bij de opening van de tentoonstelling gepresenteerd wordt. Durk van der Zwaag van Omrop Fryslân sprak met mij over mijn eerste indrukken. Hij vond het leuk om iemand te interviewen die persoonlijk ‘iets heeft’ met Reve. De tentoonstelling was voor mij een verrassing, hoewel er ook enkele bekende foto’s zijn te zien. Heel aardig zijn de interieurfoto’s van Huize het Gras, waar je Reve aan het werk ziet of mensen ziet ontvangen. Ook zijn werkzaamheden als bouwvakker komen ruimschoots in beeld. Zo zie je de muur rond zijn huis ontstaan, waardoor het huis steeds meer het aanzien van een gesloten bolwerk krijgt, dat al een beetje begint te lijken op het geheime landgoed dat Reve later in Frankrijk zou bouwen.
Ook de handgeschreven inscripties die hij in cement aanbracht hadden een bijzondere betekenis. ‘In Het Woord’ staat te lezen op het huis van Jürgen Hillner – de vertaler van Reve – in Westhem. Deze woorden spreken voor zichzelf, maar laten ook zien dat de taal voor Reve iets was waar je in woonde. Het huis wàs de ziel, evenals de taal. Taal, huis en ziel stonden in feite op één lijn en die verwantschap werd in de handgeschreven inscriptie op de muur van een huis op rituele wijze bekrachtigd. De tweede gevelsteen, die hij juli 1968 op de verbouwde gevel aanbracht, was ‘Pati et contemni‘ (in het Latijn: lijden en veracht worden). Dat was de lijfspreuk van Johannes van het Kruis. Reve had een bijzondere band met deze zestiende eeuwse Spaanse mysticus die een tijdgenoot was van Theresia van Avila en evenals zij uit het Spaanse Castilië afkomstig was, het land van de kastelen. Reves verjaardag – 14 december – viel samen met de kerkelijke feestdag van Johannes van Kruis, die ooit schreef:
In een nacht, aardedonker,
in brand geraakt en radeloos van liefde,
- en hoe had ik geluk!-
ging ik eruit en niemand
die het merkte –
want mijn huis lag reeds te slapen.
Het huis en het kasteel waren voor deze Spaanse mystici metaforen voor de ziel. De concentrische structuur van het kasteel met zijn verschillende kamers had ook iets weg van het innerlijk. In de buitenste ruimte had de duivel nog toegang, de binnenste was alleen bestemd voor God. Het huis was ‘het kasteel der ziel, zoals Reve dat gezien had in het kasteel van het Spaanse stadje Oropesa. Het kasteel was een vesting tegen de dood. Het voortdurend metselen en bouwvakken was voor Reve ook een soort bouwen tegen de dood. Jammer dat op de tentoonstelling bij Tresoar geen foto is te zien van de doodskist die Reve voor zijn huis in Greonterp had laten maken. In 1981 verscheen een fotoboek van persfotograaf Hein Vroege ‘De ijdele roes, beelden uit de roerige jaren zestig’. Daarin is bovenstaande foto van Reve met zijn doodskist in Huize het Gras te zien. Op het bureau staat een foto van zijn gefingeerde broer Wolf, die als piloot tijdens de oorlog boven het IJsselmeer zou zijn neergestort.