Op zoek naar het wonderbaarlijke

norden.ader.insearchof

‘Nothing is important but myself. Nothing is important but writing. I want to write, and I want to write in English. Everything and everybody that is of help on that way, is welcome.  Everything or everybody that threatens it I shall try to crush and to beat down on my way.’

Aldus Gerard Reve in een brief aan Hanny Michaelis  op 12 mei 1953. Nop Maas citeert deze woorden in zijn biografie. Hoewel Reve een dag later liet weten dat het onzin was wat hij geschreven had, typeren deze woorden hem. Voor de literatuur zette Reve alles opzij, als het moest zelfs zijn relatie. Ook Willem van Albada (Teigetje) heeft zich later in vergelijkbare termen over hem uitgelaten. Reve was rücksichtslos als het om het belang van zijn eigen schrijverschap ging. Als het moest kon hij mensen als een baksteen laten vallen. De literatuur ging vóór alles, zelfs de liefde moest er voor wijken als het er echt op aan kwam. Dat is wat wonderlijk voor een schrijver, voor wie de liefde een van zijn grootste thema’s was. Toch zou je kunnen zeggen, dat dit juist de houding van een groot kunstenaar is. Grote kunstenaars kiezen voor de kunst, en laten – als er het echt op aan komt – desnoods vrouw en kinderen daarvoor in de steek. Een grote mate van narcisme schijnt een voorwaarde te zijn voor het grote kunstenaarschap. Omgekeerd zijn het alleen de allergrootsten die de diepte van het menselijk bestaan daadwerkelijk weten te peilen.

Ik heb die houding altijd wonderlijk gevonden, als ik hem zelf in de praktijk tegenkwam. Ik heb in mijn leven een aantal kunstenaars ontmoet – niet veel – die er ook zo over dachten en uiteindelijk in het belang van de kunst hun vrouw en kinderen lieten schieten. Dat waren stuk voor belangrijke kunstenaars die het ook ver geschopt hebben. Wel waren het altijd mannen, nooit een vrouw. Ik denk dat voor een vrouw een dergelijke keuze minder vanzelfsprekend is, hoewel ik niet uitsluit dat ook vrouwelijke kunstenaars of schrijvers hebben bestaan, die in hij leven voor een dergelijk dilemma hebben gestaan en uiteindelijk kozen voor de kunst. In de totale overgave aan zijn of haar beroep heeft de kunstenaar iets weg van een terrorist. Er bestaat een beroemd interview met Ulrike Meinhof, waarin zij spreekt over het dilemma om voor haar kinderen of voor politieke actie te kiezen. Voor een vrouw zou een dergelijke keuze moeilijker zijn dan voor een man, zo beweerde zij. Wat haar keuze uiteindelijk is geweest, heeft de geschiedenis laten zien.

Er zijn mensen, die een dergelijke keuze op morele gronden zouden verwerpen, en misschien zullen zij zich daarbij zelfs beroepen op christelijke beginselen over naastenliefde en huwelijkstrouw. Maar dan gaan ze gemakshalve voorbij aan de woorden van Christus zelf, die zijn apostelen opriep om vrouw en kinderen te verlaten en alleen hem te volgen. Ook voor Christus bestond er een ideaal dat hoger reikte dan vrouw en kind. Voor dat ideaal viel alles in het niet, zelfs de dood. Het diepe inzicht van Christus als mens was dat de dood er niet toe doet. God zit niet in de mens en staat ook niet buiten de mens, maar valt één op één samen met de kloof tussen God en mens. Dat is het mysterie van de Die-eenheid, de geheimzinnige paradox van het christelijk monotheïsme. Door te sterven wordt de mens verenigd met God, omdat de kloof tussen God en mens dan eindelijk wordt opgeheven. Vandaar deze doodsverachting van Christus. Zijn koninkrijk was niet van deze wereld. Dit leven was in zijn optiek slechts een blad in de wind.

Maar geldt dat verheven ideaal ook voor een kunstenaar? Zijn er kunstenaars die hun eigen leven zouden willen opofferen voor de kunst?  Vereist het kunstenaarschap ook zoiets als deze ultieme moed? G.K. Chesterton heeft ooit de paradox van de moed als volgt omschreven: ‘a strong desire for living with a strange careless about dying.’ Ik denk dat in het rijtje godsdienstfanaat en zelfmoordterrorist de kunstenaar op een treetje lager staat in de hiërarchie. Maar ook hier zijn er uiteraard uitzonderingen. Neem alleen al Bas Jan Ader die met zijn zeereis In Search of the Miraculous een subliem kunstwerk realiseerde, maar daarbij wel een vrijwel zekere dood tegemoet ging. Waarom mocht hij wel deze droom wel realiseren, en Laura Dekker niet? Ik geef toe, dit is een rare kerstgedachte.

En wat te denken van de Japanse schrijver Yukio Mishima. In 1970 pleegde hij op rituele wijze zelfmoord volgens de oude Japanse mores van de Samurai, door eerst een dood-gedicht te schrijven en vervolgens met een zwaard de hand aan zich zelf te slaan. Mishima was fel gekant tegen de ondergang van oude Japanse cultuur. Welke Friese dichter doet hem dit na uit bezorgdheid voor de teloorgang van eigen volk en vaderland? Alleen in het aanzien van de dood brengt de kunst zoiets als waarheid voort. Maar is dat wel zo? Hoe onbaatzuchtig is de zelfverkozen dood? Zelfmoord kan een ultiem kunstwerk zijn en er zijn kunstenaars die zelfmoord plegen om daarmee verzekerd te zijn van eeuwige roem. Maar dat kan ook wel eens averechts uitpakken.

In zijn beroemde boek over de zelfmoord De mythe van Sisyphus (1942) noemt Albert Camus de filosoof Jules Lequier, geboren in 1814, die in 1862 bij Plérin de zee in zwom en niet terug kwam, en waarvan men aannam dat hij de dood zocht om zijn roem veilig te stellen. Ook maakt hij gewag van een zekere Peregrinos die vanwege zijn legendarische zelfmoord in het oude Griekenland ook nu nog in een legende voortleeft. Deze cynische filosoof kondigde zonder enige aanwijsbaar motief zijn eigen zelfmooord aan, die hij bij de eerstvolgende spelen in Olympia ten uitvoer zou brengen. Daar voegde hij wat je noemt de daad bij het woord. Nadat hij zijn eigen begrafenisrede had uitgesproken, stak hij zichzelf in brand. Camus noemt ook een eigentijds navolger van Peregrinos, een Franse schrijver, die na de voltooiing van zijn eerste boek zelfmoord pleegde, om de aandacht op zijn werk te vestigen. Die aandacht werd inderdaad gewekt, maar het boek werd afgekraakt.

There are women for whom it holds that, in order to be allowed to fuck them freely and repeatedly, one would be ready to calmly observe one’s own wife and small child drowning in cold water.

Met deze ijzingwekkende eerste zin van zijn roman veroorzaakte een Engelse schrijver een paar jaar geleden een klein schandaal. De Sloveense filosoof Slavoi Žižek noemt dit voorbeeld in zijn boek The puppet and the dwarf, the perverse core of christianity (2003). Hij bestempelt de houding van volledige overgave, die in deze zin wordt verwoord,  als de extreme formulering van de religieuze status van de seksuele extase. Al was het dan literaire verbeelding en geen werkelijkheid, ook deze schrijver was ‘in search of the miraculous‘, zij het meer op de wijze van Bataille dan van Christus. De religieus-seksuele extase, die hij beschreef, was volslagen a-moreel, maar wat heeft literatuur met de moraal van doen? Wat had Christus met de moraal te maken, toen hij zijn leerlingen opriep om vrouw en kinderen te verlaten? Waar ligt de grens tussen werkelijkheid en fictie, tussen kunst, religie en terreur? In de ogen van de Romeinen was Christus een potentiële zelfmoordterrorist die terecht gekruisigd werd. Ook voor Osama Bin Laden staat het kruis op Golgotha klaar. Grote kunstenaars, terroristen en godsdienstfanaten, het is allemaal één pot nat. Misschien moeten mensen eindelijk eens ophouden op zoek te gaan naar het wonderbaarlijke.

zie en luister

6 Reacties »

  1. Blasfemisch

    25 december 2009 op 11:37

    De laatste zin vat ik zo dat uniciteit eigenlijk niet bestaat omdat zeer velen het wonderbaarlijke in zich hebben dat eerder in het stuk in andere woorden aan grote kunstenaars, godsdienstfanaten en terroristen was toebedeeld. Wellicht is dat waar en zijn wij allen, behalve Jezus en vanzelfsprekend evenmin het andere licht uit het Oosten, de Profeet, onuitstaanbare narcisten en egocentristen. Van terroristen kun je niet zo makkelijk afstand nemen, van kunstenaars en godsdienstfanaten wel. Ook van diegenen die op een lagere trede staan dan Huub waarschijnlijk bedoelt. Die consequentie heb ik al getrokken, wat ook betekent dat ik geen enkele behoefte voel om mij met de zinloze kerstgekte in te laten waardoor de beide dagen gewone, heel bevredigende dagen zijn. Wat een vrijheid.

  2. Huub Mous

    25 december 2009 op 11:42

    Het is hier gaan regenen….

  3. TO BE OR NOT TO BE

    25 december 2009 op 18:35

    Foto:
    Wat een ontzettend bijzonder zeilbootje, hartstikke klein, maar met een piep klein kajuitje en met een stuurautomaat. Zo’n doppie kan alleen maar van een Engelsman zijn.
    Zo te zien zelfs van een Engelsvrouw.

    Tekst:
    1. “Myself” wordt door de schrijver genoemd voor “writing”.
    2. “Voor “de literatuur” zette Reve alles opzij, als het moest zelfs zijn relatie.”
    3. “Reve was rücksichtslos als het om het belang van “zijn eigen schrijverschap” ging.”

    Welk belang was nu belangrijker voor Reve: HIJZELF met ZIJN schrijverschap, of “De Literatuur”?
    “Grote kunstenaars kiezen voor “de kunst”.” Zo’n zin lees ik altijd als, grote kunstenaars kiezen rücksichtslos voor ZICHZELF.
    Het is niet kiezen voor een ideaal, maar vooral het kiezen voor het eigen ego dat het eigen ideaal zo hoog stelt.

  4. Huub Mous

    25 december 2009 op 19:00

    Het probleem is simpel als je een menselijk ideaal uitsluitend verbindt aan begrippen als altruïsme, humaniteit , gerichtheid op de medemens of welke fraaie charitatieve intentie dan ook. Het ‘ideaal’ van een kunstenaar kan daar geheel los van staan. Je kunt zelfs nog een stap verder gaan en je afvragen of kunst per definitie het beste met mensen (medemensen) voor heeft. De kunst is in principe a-moreel en heeft dus niets van doen met een regelgeving voor de intermenselijke verhoudingen, wat niet wil zeggen dat een kunstenaar daar geen uitspraken over kan doen.

    Ik ken iemand die zich wetenschappelijk bezighoudt met communicatie, maar absoluut niet met mensen kan omgaan. Zo iemand hoeft daarom nog niet een slecht wetenschapper te zijn. Zo is het ook met kunstenaars. Ze kunnen onuisttaanbaar zijn in hun gedrag en toch in hun kunst blijk geven van een groot menselijk inlevingsvermogen. Sterker nog, ik denk dat een overmatig narcisme zelfs een cruciale voorwaarde is voor het kunstenaarschap. Een kunstenaar, die niet veel met zich zelf bezig is, is meestal geen goed kunstenaar.

  5. Never been

    25 december 2009 op 20:50

    Het blijft moeilijk om in het algemeen te zeggen dat overmatig narcisme een voorwaarde is voor het kunstenaarschap.
    Denk eens aan Jan Schoonhoven, de man van de witte doosjes en kartonnetjes.
    De PTT-beambte wiens motto was “Je moet een dogma hebben al zou je het morgen verlaten”.
    Zo’n motto doet toch wel wat te flink aan, gezien zijn werk.

    Volgens Wikipedia is narcisme een vorm van gedrag, dat wordt gekenmerkt door een obsessie met de persoon zelf (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen. Op het eerste gezicht heeft een narcist een zeer sterk gevoel van eigenwaarde en straalt zelfvertrouwen uit. Vreemd genoeg is echter het tegendeel het geval. Narcisten hebben, meestal onderbewust, juist weinig gevoel van zelfwaarde en compenseren dit door zich als beter of belangrijker dan anderen te beschouwen.

    Toch is het erg aantrekkelijk om zichzelf overschreeuwende tv-presentatoren, disk-jockeys, verzekeringsadviseurs, predikanten, gebedsgenezers en dichters, definitief af te zinken in die uithoek.

  6. Huub Mous

    25 december 2009 op 23:26

    ‘Een kunstenaar heeft een sterke neiging om zijn eigen wil te verheerlijken. Een kunstenaar wil de werkelijkheid naar eigen beeld hervormen. De ware kunstenaar streeft naar onsterfelijkheid.’

    Otto Rank, Der Künstler (1907)

    Als dat geen narcisme is, dan weet ik het ook niet.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)