Gerrit Breteler en de voorbips

breteler

“De rest van de tentoonstelling bestaat uit op 
groot formaat uitgevoerde naakten. De 
meest gedurfde ook die ik de laatste tijd ben 
tegen gekomen. Het meest onschuldig is nog 
een staand naakt van een pril tienermeisje, 
een kind bijna nog. Zij is de enige die de 
benen niet wijd hoeft te leggen voor de 
schilder. Op de overige schilderijen zie je de modellen 
zich in de vreemdste houdingen wringen om 
het publiek maar een zo goed mogelijk zicht 
op hun voorbips te bieden. Dat alle vrouwen 
geschilderd zijn in een soort spotlight draagt 
nog eens bij aan het peepshoweffect. Op zijn 
schilderijen mag Breteler zichzelf graag 
afbeelden als een jonge god, in deze 
schilderijen schetst hij een zelfportret als 
vieze oude man.”

Aldus Sytse Singelsma in de Leeuwarder van 20 november j.l. Eindelijk weer eens een stuk in de krant waar de vonken vanaf spatten. Er wordt weer over kunst gediscussieerd in Friesland. Slechte kunst weliswaar, maar goed, het begin is er. Dat moet je Singelsma nageven, hij heeft heeft het lont in het kruitvat gestoken. Het werk van Breteler vraagt ook om een uitgesproken reactie. Wie dit onbesproken laat, zwijgt toe. Ik vind dat Sytse Singelesma De Gouden Ganzenveer voor de Friese kunstkritiek heeft verdiend. Ik weet niet of deze prijs bestaat, maar dat doet er niet toe. Zo niet, dan moet het Provinciaal Bestuur deze prijs acuut in het leven roepen. Die Gerrit Bennerprijs kan wel op de schroothoop. Dat heeft de laatste jury ook geadviseerd. Kunstkritiek, dat is wat de overheid moet stimuleren, en zeker hier in Friesland. Singelsma is opeens een lichtend voorbeeld geworden. Hij moet niet alleen geprezen worden, deze jongen verdient een prijs !

Stilistisch zit zijn recensie ook goed in elkaar. De opbouw is goed, de argumenten, de analyse van de inhoud en de techniek en vooral het pakkende woordgebruik is prima in orde. Let ook op de term ‘voorbips’! Weinig mensen zullen zich herinneren, dat deze, tot de verbeelding sprekende aanduiding van de vrouwelijke genitaliën ooit door Koot en De Bie is bedacht. Singelsma voegt deze term moeiteloos ten tonele in de climax van zijn betoog, dat uiteindelijk uitmondt in een sweeping statement: het ‘peepshoweffect’ en niet te vergeten ‘de vieze oude man.’ Kom daar vandaag de dag nog eens om! Waar lees je nog dit soort proza? Sinds de Bevrijding is een dergelijke vrijmoedigheid van het woord in Friesland niet meer gesignaleerd.

Dat is niet helemaal waar, want er is al eens eerder een vlijmscherpe recensie van Bretelers werk in de LC verschenen. Dat was op 13 september 1985. De toenmalige recensent Rudy Hodel had zijn pen destijds in vitriool gedoopt om het werk van Breteler vakkundig neer te sabelen. Dat gebeurde naar aanleiding van een overzichtstentoonstelling van de toen dertig jarige, jonge meester in het inmiddels ter ziele zijnde galerietje “La Capitana” in Dokkum (altijd weer Dokkum!). Het werd helaas ook het Waterloo voor Rudy Hodel zelf, want kort daarna kwam aan het licht, dat hij deze tentoonstelling alleen door de etalageruiten had bekeken. De Galerie was die middag dicht en de eigenares deed haar beklag bij de hoofdredactie van de LC. Een uiterst talentvol criticus werd vervolgens door de LC de laan uitgestuurd. Pas op Breteler dus!  Hij kan je carrière maken en breken. De kritiek van Hodel was er overigens niet minder om. Hij schreef destijds letterlijk het volgende:

“Een kunstenaar, die de smaak 
van het burgerlijke publiek kent 
en daar naar handelt is Gerrit 
Breteler (1954) uit Damwoude. 
Zijn kleine overzichtstentoonstelling in “La Capitana” te Dokkum 
(nota bene al op dertigjarige leeftijd) ademt een sfeer, die alleen 
vergelijkbaar is met de stinkende mufheid der oud·Hollandse interieurs. Van het zelfportret à la 
Rembrandt tot het stilleven  met 
de tinnen kan en de eieren over
heerst het bruin van een beperkte binnenbrand. Weinig of niets in 
dit even romantische als morbide 
werk verraadt een eigen visie op 
de oude meesters. Ze zijn alleen 
goed om geïmiteerd te worden en 
een schrijnend gebrek aan durf en 
frisse ideeën te maskeren.”

Gelukkig heeft Sytse Singelsma de tentoonstelling in de Skierstins in Damwoude ook daadwerkelijk bekeken, en niet door de ramen naar binnen zitten gluren. Dan zou het pas echt een peepshow zijn geweest. Dit kan Breteler hem dus niet verwijten. Eigenlijk kan hij hem helemaal niks verwijten. Singelsma niet en de LC al helemaal niet. Het is een vileine kritiek, maar wel goed onderbouwd en zeer to the point. Nogmaals Singelsma verdient een prijs. En wat die ‘voorbips’ betreft, die houden we erin.

zie en luister

16 Reacties »

  1. Broer Bruin

    3 december 2009 op 11:42

    Die recensies zijn inderdaad anders dan het gebruikelijke gereutel en geneuzel.
    Heerlijk dat weer mogelijk lijkt.

    Trouwens die schilder bakt ze wel bruin.
    Die voorbipsen, bedoel ik.

  2. Huub Mous

    3 december 2009 op 12:03

    Ik weet nog een leuk Reve-sprookje voor Breteler. Daar kan hij straks mee scoren in Blauwhuis. Lieve jongens en meisjes, luisteren jullie eens naar een verhaal over…….

  3. anne feddema

    3 december 2009 op 13:09

    Adolf Ziegler, der Maler des deutschen Schamhaares zoude hier niet echt vrolijk van zijn geworden…dit gaat ook niet over schilderkut…he kijk …NS is eruit…jawel National etc. wat zou je toch kunnen leren van Courbet…die laat de penseel nog eens stijgeren.L’ Origin du monde…dan krijg je kut voor je geld. Over peepshow gesproken…voor dit schilderij moest je een gordijntje aan de kant schuiven..al part of the peepshow. Toch is dit wel het type schilder waar Reve voor was gevallen…had GB…De schilder Gerrit B. die des nachts stiekem jonge mannen in allerlei antieke poses schildert….elkaar…het is toch bijna Sinterklaas…nietwaar…de roede betastend…onder het kruis…dan etc. nou totte kiekes.

  4. Huub Mous

    3 december 2009 op 13:22

    Inderdaad, Anne. Ook Reve was een scopofiel, dat wil zeggen: een liefhebber van ‘kruisbeelden’.

    Zie ook:
    http://www.huubmous.nl/2006/08/17/scopofilie/

  5. Oebele

    3 december 2009 op 15:20

    Geachte meneer Mous,

    Waarom u zo ontzettend denigrerend moet doen over die prachtige schilderijen van de Noord Friese kunstenaar Gerrit Breteler, begrijp ik niet.
    Goed U vindt die schilderijen niet mooi. Maar dat betekent nog niet dat anderen ze wel mooi kunnen vinden. Door uw jaloerse geschrijf ontneemt U anderen hun plezier in deze kunst.

    Ik weet niet hoe groot de aanhang is van de heer Breteler, maar die is denk ik heel groot, zeker in Noord Friesland. Ik weet ook niet of er bekenden zijn onder zijn schildersmodellen.
    Persoonlijk hoop ik er op dat onze Jannewytske daartoe behoort.
    Dan zou de heer Breteler een prachtig schilderij van haar kunnen malen. Zij zou dan niet zo amechtig voor aap moeten liggen als die twee dames op dat schilderij dat u op uw website toont, maar fier en trots staan afgebeeld om alle problemen die zij op haar weg aantreft te overwinnen.
    Er lijkt mij geen mooier schilderij denkbaar dan ons aller Jannewytske, strijdliederen zingend, in natuurlijke staat, op een Frysk paard galopperend over de Waddenzeedijk.
    Als het ware de Fryske Jeanne d’Arc, de Noordelijke Maagd van Orleans (men fluisterde mij in dat deze stad destijds door ons is gesticht ) op een zwarte hengst.
    Onvervalst Frysk. Ik denk dat de heer Breteler ik ook zo overdenkt.
    Als de publieke functie van Jannewytske een beletsel zou zijn om te poseren, dan kan zij dit poseren natuurlijk altijd anoniem doen.
    Ik ben er diep van overtuigd dat dit schilderij een bestseller gaat worden.
    Ondanks uw mise praatjes over het werk van de raskunstenaar Breteler.
    De verkoopcijfers zullen u doen beseffen dat niemand naar u luistert en dat niemand in uw soort kunst geïnteresseerd is.

    Hoogachtend,

    Oebele de Vries

  6. lotte

    3 december 2009 op 18:07

    Uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat Breteler z,n 2 concerten,na de recensie van Singelsma, in de Schierstins een flop zijn geworden.
    Jullie zullen het wel gelezen hebben in de krant,er is mij iets verschrikkelijks aangedaan,zou Breteler gezegd hebben.
    Moeten we toch niet iets milder zijn voor deze stakker?

  7. Huub Mous

    3 december 2009 op 18:27

    Helaas, mildheid werk averechts bij deze onverbeterlijke narcist. Singelsma is erin geslaagd, wat niemand tot nog toe is gelukt: hem de wanstaltigheid tonen van zijn eigen spiegelbeeld.

  8. Cor Venema

    3 december 2009 op 18:31

    De recensie van Singelsma heeft Breteler kennelijk een nieuw publiek opgeleverd. 60 mannen met fototoestel die ijverig deze blote dames op de gevoelige plaat zetten om daar thuis nog eens van na te genieten. Toen ik vanmiddag, om ook mijn eigen oordeel te kunnen vellen een bezoekje bracht aan de Schierstins constateerde ik dat op een 50plus echtpaar na het publiek uit 60 mannen bestond. Een daarvan was ijverig de naakten aan het fotograferen. Nog eens oude artikelen nagelezen. Het houterige naakt dat jij als eerste toonde dateert al van 2006 net als het portret van Nynke Laverman als een soort mislukte MataHari. Dat Nynke ook voor deze engerd uit de kleren ging en ook nog trots was op het resultaat doet haar in mijn achting dalen als was die al niet zo hoog. Haar maniertje kan mij niet erg boeien. Trouwens ik ontdekte nog een van van Bretelers werk: de laatste bijdrage in het Gastenboek was van Therese Steinmetz die blijkbaar even vanuit de Cote d’ Azur, waar zij probeert haar eigen maaksels (kunst wil ik het niet noemen) aan de man probeert te brengen, een bezoek aan Fryslân brengt. Zij vond het allemaal prachtig! Dus nu u weer meneer Mous. De bekende Nederlanders vreten deze shit!

  9. Huub Mous

    3 december 2009 op 18:51

    Ik buig deemoedig voor deze glamour-schilder van de Friese shit-Boulevard. Het is een oude truc van slechte schilders om VIPS te portretteren. Daarmee lift je als schilder mee op de roem van degene die je portretteert. In de klassieke oudheid was dat precies omgekeerd, als belangrijk man kon je ‘fama’ (roem) verwerven, door en portretbuste te laten maken door een begenadigd kunstenaar. Dat die Nynke Laverman hier intuint verbaast me niks. Die is zwaar over het paard getild als Fries knuffel-talent. Haar krolse fado-gekweel met verkrampte kattengrimassen komt mij al jaren de strot uit. Waarom zijn Friese artiesten toch altijd zo goed in overacting: Tjêbbe Hettinga, Rients Gratama, Nynke Laverman… Ze hebben een speciaal talent om gekke bekken te trekken. Het zal de Friese onzekerheid wel zijn of het structurele onvermogen om gewoon jezelf te zijn. Wat dat betreft is ook die Breteler een echte diep-Fries. Geen wonder dat Abe de Vries er wel pap van lust.

  10. lotte

    3 december 2009 op 19:24

    Ja, dat narcistische ben ik met Huub eens, alhoewel zijn niet alle kunstenaars dat een beetje. Maar het gaat hier wel om theatraal-narcistisch gedrag wat behoorlijk zieke vormen aanneemt. Singelsma maakt wel wat los hoor, maar het werd ook tijd. Door Breteler wordt wel weer duidelijk, dat succes niet hand in hand gaat met kwaliteit, maar in dit geval in het goed kunnen netwerken, wat vip’s op ‘t portret en huplakee daar gaat ie.
    Hoe verklaren we deze uitkotshype?
    13 december nog een duetje met Finkers Gerrit, en dan gauw mee terug naar Tukkerland. Misschien kun je meeliften?

  11. Otto

    3 december 2009 op 19:40

    Laat ik nou altijd gedacht hebben dat iemand met een wat groot uitgevallen voorhoofd een voorbips had.
    Tussen twee haakjes: wat een prachtig woord voorbips.
    Nee, helemaal niet tussen twee haakjes, gewoon open en bloot.
    Meneer uw voorbips bevalt mij niet.

  12. Cor Venema

    3 december 2009 op 21:26

    Het ergste recente voorbeeld van overacting is te zien op de
    door deze wijze van presenteren misselijk makende Cd/tv serie over de Canon van de Friese Geschiedenis met een breed zwaaiende Freerk Smink. Waar komt dat toch vandaan? Meer dan 30 seconden van deze opgeblazen “acteur” kon ik niet verdragen.

  13. Huub Mous

    3 december 2009 op 21:35

    Volgens mij probeert Freark Smink met zijn overacting mij te imiteren. Zie en huiver:

  14. Cor Venema

    3 december 2009 op 21:51

    Treffende gelijkenis. Maar jij hebt een excuus. Je bent geen beroepsacteur.
    Het ergste is dat die DVD waarschijnlijk op scholen zal worden vertoond.

  15. Jozeph Pulitzer

    6 december 2009 op 00:37

    Wat heeft SBS in een paar jaar van mening doen veranderen? Was de recensie over het werk dat in de Schierstins hangt wellicht zijn afscheid van de Leeuwarder Courant?

    ‘De gouden eeuw van Gerrit Breteler’
    Leeuwarder Courant
    zaterdag 9 september 2006 – Sytse Singelsma.

    DOKKUM
    -Het meeste werk op de tentoontelling van Gerrit Breteler in het Admiraliteitshuis in Dokkum is van recente datum, maar er hangen net genoeg oudere schilderijen om een beeld te geven van de ontwikkeling van de kunstenaar in de laatste jaren. Breteler heeft de zeventiende eeuw achter zich gelaten, zoveel wordt wel duidelijk.
    Jarenlang heeft Breteler zich bekwaamd in de techniek van de oude meesters. Die komt er ruwweg op neer dat een schilderij wordt opgezet in grijstinten, zoals een zwartwit foto, waarna de kleur er in dunne, doorzichtige laagjes overheen wordt gezet. Zo’n techniek is natuurlijk niet stijlgebonden, maar bij Breteler was dat tot voor kort wel het geval. Er hangen een paar schilderijen van vier of vijf jaar geleden op de tentoonstelling die duidelijke pogingen van de kunstenaar zijn te wedijveren met collegae uit de zeventiende eeuw. Een bruin stilleven met uien, een kruik en een wijnglas is een voorbeeld van zo’n stijlnabootsing. Dat geldt ook voor een zelfportret, waarop de schilder zich heeft uitgedost met iets dat aan een harnas doet denken. Omdat de knipoog die je bij zo’n pastiche verwacht ontbreekt, doet het wat potsierlijkaan. Uit het werk van de laatste twee jaar treedt echter een nieuwe, veel oorspronkelijker Breteler naar voren. Niets herinnert meer aan de zeventiende eeuw, ook al heet de tentoonstelling nog wel ‘De Gouden Eeuw van Gerrit Breteler’. Verdwenen zijn de bruinen, er zijn zilvertinten voor in de plaats gekomen. Dat maakt het werk lichter en sprankelender. In zijn portretten is Breteler op zijn best. Een portret van Gunnar Daan bij voorbeeld is ronduit indrukwekkend en levensecht. Vanaf het doek kijkt de architect je onderzoekend aan. Zijn markante gestalte tekent zich helder af tegen de zilvergrijze achtergrond. Het gezicht, dat in de schaduw van de rand van een hoed is gehuld, is mooi doortekend. In andere delen van het schilderij blijft de schetsmatige opzet zichtbaar, zonder dat dat afbreuk doet aan de monumentale kwaliteiten van het werk. Een staand vrouwelijk naakt is alleen al door zijn afmetingen indrukwekkend: meer dan levengroot. Het mist echter een beetje de lossè toets die het portret van Daan zo levendig maakt. Maar een tour de force is het natuurlijk wel zoiets te maken. Als portrettist kan Breteler meedoen met de besten, dat is wat de tentoonstelling wel duidelijk maakt. Aan de hand van bekende gezichten als die van Geert Mak, Nynke Laverman en Beorn Nijenhuis is vast te stellen dat de gelijkenis van zijn portretten ronduit voortreffelijk is. Als schilder is hij met de jaren gegroeid. Vergelijk maar eens het portret van Gerard Reve uit 1993 met dat van Geert Mak van dit jaar dat er naast hangt. Zo houterig als Reve er op staat, zo sprankelend blikt Mak je tegemoet. Voor liefhebbers van figuratieve schilderkunst is deze tentoonstelling een ritje naar Dokkum meer dan waard.

    Sytse Singelsma.
    bron: Leeuwarder Courant – Zaterdag 9 september 2006

  16. Huub Mous » Gerrit Breteler en de voorbips (2)

    6 december 2009 op 01:02

    [...] REACTIE VAN PULLITZER OP GERRIT BRETELER EN DE VOORBIPS [...]

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)