Het stratenplan van mijn jeugd

IMAGE0001

Over deze houding moet ik lang hebben nagedacht. Een arm in de zij, de ander losjes leunend op de vensterbank. Ik doe iemand na, zo te zien. Of is dit misschien de houding van iemand, die op iemand anders wil lijken, zonder precies te weten wie dat voorbeeld in werkelijkheid is? Een kopie dus van een origineel dat misschien niet eens bestaat. Hoe dan ook, het is 20 mei 1979 en ik sta voor het open raam in mijn ouderlijk huis. Het is de slaapkamer van mijn ouders boven aan de voorzijde, de kamer die na de dood van mijn vader in 1966 mijn eigen kamer werd. Dat bleef zo tot 1971, toen ik voorgoed het huis uit ging. De foto is licht verkleurd, zodat de patina van de tijd de sfeer in bezit heeft genomen. De jaren zeventig waren bijna voorbij. Het was een tijd van nostalgie. Het horloge om mijn nek was erg in destijds, zeker in de kringen waarin ik verkeerde. Het was een sjibbolet voor de wereld van de kunst, net als mijn design-bril die ik gekocht had bij Oogappel in de Van Baerlestraat.

In het afgelopen jaar heb ik mij intensief bezig gehouden met het werk van Gerard Reve. Zo stuitte ik op een foto van Reve die wel wat weg heeft van deze foto van mezelf, zeker wat de geposeerde houding betreft. Zou Reve geweten hebben op wie hij hier leek? Of beter gezegd, van wie hij die houding had afgekeken? Langzaamaan begon het mij op te vallen hoeveel lijnen er evenwijdig lopen in mijn leven en dat van Gerard Reve. Er waren soms momenten dat ik me met hem ging identificeren. Soms stuitte ik op onbenullige toevalligheden of omstandigheden die iedereen die na de oorlog als in Amsterdam is opgegroeid wel ergens in het werk van Reve zal herkennen. Maar ik begon ze verzamelen als kostbare bewijzen, zoals Reve’s horloge, dat wel erg veel op dat van mijn vader leek. Dat horloge van Reve had een speciale band geschapen. Misschien was het ook wel de bevestiging geweest van een soort zielsverwantschap.

Het begon al in Betondorp in de Watergraafsmeer, niet ver van de straat waar ik zelf geboren ben, de Johannes van der Waalsstraat, destijds nog Van der Waalsstraat geheten. Vanuit het slaapkamerraam van mijn ouders kon je de toren zien van ‘de katholieke kitschkathedraal van Diemen’, waar Reve als kind vanuit Betondorp wel eens stiekem naar toe ging. Ik werd geboren in het jaar dat De Avonden verscheen, in 1947. Reve woonde toen aan de Jozef Israelkade 117, waar zijn ouders in 1938 waren komen wonen, toen ze uit Betondorp naar het Plan Zuid verhuisten, waar De Algemene Woningbouw Vereniging ook woningen had. Pas onlangs ontdekte ik, dat ik in de jaren zeventig op nog geen vijftig meter afstand van dit huis heb gewoond, op het adres Saffierstraat 9, in een hoekwoning, die vrijwel gelijk is aan de hoekwoning, waarin  De Avonden zich afspeelt, met eenzelfde uitzicht op de kade. Ook mijn bejaarde bovenbuurman was destijds uit Betondorp hier komen wonen.

Uiteraard ben ik teruggegaan om de situatie ter plekke opnieuw te bezien. Ik zag de gedenkplaat die bij deur is aangebracht: ‘Van Egters 66’. Tegenwoordig is het huisnummer 415. Even verderop ben ik de brugleuning gaan bekijken waar Reve overheen is gesprongen in een knullige poging om zich zelf van het leven te beroven. Hij is gewoon naar de kant gezwommen om weer op de wal te klauteren. Ik realiseerde mij dat ikzelf, op vrijwel dezelfde leeftijd, op 14 januari januari 1966, een zelfmoordpoging heb gedaan – niet eens zo ver ven deze plek verwijderd – door mijn bril af te zetten en zonder op of om te kijken zomaar de straat over te steken.

Reve zat eind jaren dertig op het Vossiusgymnasium. Ik was in de jaren zestig gymnasiast op Ignatiuscollege, even verderop in de stad. Ik ben de route gelopen, die Reve fietste op weg naar school, over de Churchillaan die toen nog Noorder Amstellaan heette. Ik heb de plek proberen te vinden, waar hij – zoals hij in De Taal der Liefde schrijft – ooit staande werd gehouden door een man die hem voor twee kwartjes een bos bloemen wilde laten bezorgen bij een zekere mijnheer ‘Duits’. En natuurlijk ben ik de Slingerbeekstraat opnieuw gaan bekijken, dat mooie, kromme zijstraatje van de Churchillaan, waar Werther Nieland later ging wonen.

We fietsten dezelfde weg naar school, alleen lagen er twee decennia tussen, de jaren van oorlog en de wederopbouw. Ik ben de laatste woning gaan zien van de familie Boslowits, op het adres Topaasstraat 5, vlak achter de Diamantstraat. Maar ook de school waar Reve nog een jaar de brugklas volgde voordat hij naar het Vossius ging, in de Copernicusstraat, niet ver van mijn ouderlijk huis in de Watergraafsmeer. Ook de Frauenhoferstraat, de Röntgenstraat, de Linnaeusparkweg, de Wakkerstraat en de Pythagorasstaat komen in de boeken van Reve voor. Het is het stratenplan van mijn eigen jeugd.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)