Die Zentrale

Die Zentrale hat zunächst eine Hauptsorge: Zentrale zu bleiben. Gnade Gott dem untergeordneten Organ, das wagte, etwas selbständig zu tun! Ob es vernünftig war oder nicht, ob es nötig war oder nicht, ob es da gebrannt hat oder nicht –: erst muß die Zentrale gefragt werden. Wofür wäre sie denn sonst Zentrale! Dafür, dass sie Zentrale ist! merken Sie sich das. Mögen die draußen sehen, wie sie fertigwerden!

Adus Kurt Tucholski in Die Zentrale. Het is een prachtige tekst van nog geen vierhonderd woorden, die een vlijmscherp beeld geeft van een heel scala van instituten en met name overheidsinstellingen. Voor alle duidelijkheid geeft Tucholski daar ook nog een paar voorbeelden van: Kleinkinderbewahranstalten, Außenministerien, Zeitungen, Krankenkassen, Forstverwaltungen und Banksekretariate. Ik las dit schotschrift voor het eerst in het begin van de jaren tachtig. Piet Hemminga, mijn toenmalige directeur van de Fryske Kultuerried, had op zijn kamer een knipsel aan de muur geprikt, dat kennelijk afkomstig was uit een Duitse krant. Het was Die Zentrale. Iedereen die binnen kwam en nog even moest wachten, omdat Hemminga nog aan telefoneren was bijvoorbeeld, las wat hier geschreven stond en vroeg zich af waar deze tekst op sloeg. Maar Hemminga liet zich nooit uit over de ware bedoeling van zijn actie. Voor de goede verstaander was het echter duidelijk genoeg. Die Zentrale was het Provinciehuis.

Het was de tijd van grote bestuurlijke veranderingen. Zo was het Rijk druk bezig met het invoeren van de Kaderwet Specifiek Welzijn, waarmee de decentralisatie van overheidstaken definitief zijn beslag moest krijgen. Gemeenten mochten voortaan zelf plannen opstellen voor hun welzijnsbeleid, waarbij zij voor een periode van vier jaar konden aangeven hoeveel geld ze respectievelijk aan lantaarnpalen en kinderdagverblijven wilden besteden. Daarvoor werden dan weer speciale functionarissen aangetrokken die gemeentelijke ambtenaren moesten instrueren. Zo hielden we elkaar bezig in de nadagen van de verzorgingsstaat die overigen aan het wankelen was.

Het was ook de tijd van Bestek ’81. Er moest flink bezuinigd worden. Alles moest efficiënter en effectiever. Kortere lijnen en minder inspraak, dat was de nieuwe mantra. Alle onzin uit de tijd van Joop den Uyl moest op de helling, zo ook het ingewikkelde stelsel van sectorale adviesorganen dat ten behoeve van de provinciale overheid werkzaam was – en waar de Fryske Kultuerried deel van uit maakte. Ook daar werd door de Provincie een heel circus van ambtelijke voorbereiding opgezet, dat samen met de vertegenwoordigers van de betrokken instellingen moest zien te bereiken dat deze instellingen op een pijnloze wijze werden gesaneerd. Je mocht altijd meepraten, zelfs over je eigen sterfbed, maar als het puntje bij paaltje kwam besliste Die Zentrale.

Door de jaren heen is er niet veel veranderd. Het Provinciehuis is nog steeds Die Zentrale. Sterker nog, er zijn daar inmiddels heel wat ambtenaren bijgekomen, terwijl er ook heel wat gesubsidieerde instellingen zijn gekortwiekt of geheel opgeheven. Al die ambtenaren moeten natuurlijk ook wat te doen hebben. Ze zijn niet opgeleid voor uitvoerend werk, dus daar schakelt de provincie de instellingen weer voor in, die dan ‘producten’ leveren aan Die Zentrale. Vervolgens gaan die ambtenaren het door anderen uitgevoerde werk zelf nog eens even overdoen, anders hebben ze niets te doen.

Vaak gaan die ambtenaren ook in werkgroepen zitten, om mensen van buiten, die het werk eigenlijk moeten doen, het leven zuur te maken of de wet voor te schrijven. Ik heb dit in de afgelopen jaren talloze malen meegemaakt. Een provinciaal ambtenaar is zielsgelukkig. als hij op elke slak van een ander zout kan leggen. Je moet er bijvoorbeeld niet aan denken, als je een brochure moet voorbereiden over een provinciale prijs of zo. Die moet natuurlijk precies aan de eisen voldoen van de housestyle van Die Zentrale. Niet dat Die Zentrale zich zelf aan die regels houdt. Natuurlijk niet, die regels zijn juist opgesteld om anderen te kunnen controleren.

Neem nou het Sketsboekje foar Europa, dat onlangs uitkwam in het kader van de campagne om culturele hoofdstad van Europa te worden. Dat voldoet helemaal net aan de huisstijl van Die Zentrale, laat staan aan de meest basale kwaliteitseisen van grafische vormgeving. Deze folder is ontworpen door een obscuur reclamebedrijfje in Oosterend, dat wellicht ook verantwoordelijk is voor het kwalijke promotiefilmpje, waar nu zo’n ophef over is. Kennelijk is de directeur van dit bedrijfje bevriend met een hoge ambtenaar of misschien wel met Jannewietske de Vries, anders neem je toch wel een gerenommeerde vormgever in de hand, bijvoorbeeld een die in de afgelopen jaren genomineerd is voor de provinciale Vredeman de Vries prijs voor vormgeving.

Nee op Die Zentrale doen we alles liever zelf. Nog een voorbeeld. Dat onzalige idee van de Karavaan. Dat wordt een soort nieuwe sútelaksje voor het Fryske Boek, die het ook zelf mag gaan organiseren. Ik heb me laten vertellen dat Jannewietske de Vries zich op dit punt heeft laten adviseren door de uitgever Abe de Vries, die natuurlijk straks met een eigen autootje van de Friese Boekerij achter de Karavaan aanrijdt om al zijn overtollige boeken te slijten tussen Paeskens Moddergat en Wolvega. Nee nee, Abe de Vries is beslist geen pommerant! Je ziet hem ook nooit bij openbare bijeenkomsten, maar hij heeft wel een voet tussen de deur bij Jannewietske de Vries. Ik ben zijn log van vorige week Fryske Kultuer undeweis nei 2018,  waarin hij en lans breekt voor Jannewietske, nu ook met andere ogen gaan lezen. Zo werkt Die Zentrale dus ook. Je knoopt wat  halfgare ideetjes van de laatste die binnen komt aan elkaar en meent dan dat je nieuw beleid ontwikkelt .

Het wordt hoog tijd dat Die Zentrale wordt opgeheven. Dat zou een zegen betekenen voor deze regio.  Maak Friesland deel van een sterkere noordelijke regio die zich werkelijk kan profileren, niet alleen tegenover de Randstad, maar ook in Europees perspectief. Al die provinciale ambtenaren zijn helemaal niet nodig, en al die provinciale politici al helemaal niet. Ze hebben de blik alleen maar naar binnen gericht en houden er  troebele ideologische opvattingen op na, waarmee ze elkaar in het zadel en aan het werk houden. Het wordt tijd dat iemand wijst op de Kleren van de Keizer. Friesland heeft een nieuwe Tucholski nodig die Die Zentrale gaat ontmantelen. Breek Die Zentrale af, en al de daar opgeslagen energie zal zich vrijelijk gaan verspreiden over de hele regio. Er zullen tijden van bloei en voorspoed volgen. Er komt openheid en onbevangenheid. Kortom, Friesland herrijst, als we eindelijk verlost zijn van de Provincie Friesland.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)