Leven in een seculiere tijd

charles_taylor

Ha Huub, Mooie kwestie die je daar aansnijdt. Heb je Charles Taylor: A secular age gelezen? Bij mij is die heimwee ook wel aanwezig maar ik kan haar aan- en uittrekken als een oud kledingstuk, ik kan haar opstarten als een computerprogramma waardoor ik bepaalde herinneringen en emoties kan verwerken, ik kan haar laten klinken zoals een kinderlied van vroeger zonder dat het veel konsekwenties heeft voor m’n ontwikkeling nu. Het is het behaaglijke gevoel van de rijkaard die terugdenkt aan de armoe van toen: ja ergens waren we toen toch gelukkiger! De gedachte heeft geen enkele konsekwentie. DENK IK, maar is het ook zo? Wel ben ik er vaak op gewezen dat het katholicisme nog altijd diep in me zit en nog altijd mijn handelen bepaalt. De man kan wel uit het katholicisme stappen maar stapt het katholicisme dan ook uit de man? Hoe vaak ben ik niet uitgemaakt voor vuile jezuïet! Kregen wij les in jezuïtisme? Ik herinner me dat niet. Weet jij wat het is wat we daar kennelijk leerden?
goede groet
Jacques

Aldus schreef Jacques Klöters drie weken gelden in een reactie op mijn log over een proustiaans katholicisme. Jacques en ik zaten samen in de redactie van de Harpoen, de schoolkrant van het Ignatiuscollege. Dat is inmiddels al weer 44 jaar geleden. Ik heb hem nadien nooit meer ontmoet, maar natuurlijk wel gevolgd, eerst toen hij nog lid was van de cabaretgroep Don Quishocking en daarna toen hij zich langzaamaan ontpopte als de nieuwe Wim Ibo van het vaderlandse cabaret. Zijn leven nam een andere wending en zijn carrière een hogere vlucht, maar we leefden in dezelfde tijd. Wat Jacques herkende in mijn verhaal over mijn katholieke jeugd was wellicht een vergelijkbaar gelukkig gevoel, dat de herinnering daaraan teweeg kan brengen. Voor hem is dat soms ook een gevoel van heimwee, maar hij kan dat goede gevoel kennelijk ook zomaar oproepen, als een knop die je aan en uit zet. Voor mij ligt dat toch iets anders. Het katholicisme van mijn jeugd is iets wat in mijn huidige leven nog onderhuids tegenwoordig is, telkens weer ongevraagd opduikt, me achtervolgt en soms zelfs benauwt, en waar ik me nooit geheel aan ontrekken kan. Het zit in me, dus ik al er mee moeten leven, wellicht tot de dood ons scheidt.

Jacques heeft het over het boek Een seculiere tijd van Charles Taylor. Het toeval wil dat ook ik in de afgelopen weken me door deze dikke pil heb heen geworsteld. Het is niet een romannetje dat je voor het slapen gaan achter elkaar uitleest. Taylor meent je me langs lange paden door de geschiedenis, om duidelijk te maken wat er in de afgelopen eeuwen allemaal tussen onze oren veranderd is. Secularisering houdt volgens Taylor nièt in, dat de moderne mens zijn beperkte horizon voorgoed heeft afgeworpen. We leven in een tijd, waarin het ongeloof dominant is geworden in de cruciale milieus van het intellectuele leven. Een tijd ook, waarin een volledig onafhankelijk humanisme voor het eerst in de geschiedenis een alom beschikbare optie wordt. Toch zullen de diepere intuïties van de religie zich volgens Taylor ook in de toekomst blijvend doen gelden. De menselijke aspiraties zullen verder blijven reiken dan dit aardse leven alleen. En ook al wordt in onze seculiere tijd de ondergang denkbaar van alle doelstellingen, die de menselijke ontplooiing te boven gaan – dat wil zeggen de transformatie van de mens die het christendom voor ogen had – de mens zal ook in de komende eeuwen zich geroepen blijven voelen tot een diepgaande innerlijke breuk met zulke wereldse doelstellingen louter ter terwille van zichzelf, de vooruitgang of de mensheid als geheel.

Het seculiere bewustzijn kan volgens Taylor ook niet worden herleid tot universele kenmerken van het menselijk bestaan, net zomin als ons moderne zelfbegrip een universele geldigheid zou hebben. Dat ‘moderne zelf’ is niet ontstaan in een proces dat noodzakelijkerwijs synchroon liep met het zich terugtrekken van de religie. Het moderne zelf is een historische constructie die afhankelijk is van een zich voortdurend wijzigend wereldbeeld. Het seculiere bewustzijn is – in de optiek van Taylor – ook niet de meest geëigende status van de mens, een toestand die er deep down altijd al was, maar in vroeger eeuwen door beperkende omstandigheden werd belemmerd of terzijde geschoven. Terugkijkend in het verleden is het mogelijk dat wij tijdelijk iets niet zien, omdat we het gewoon niet kunnen zien, of misschien niet méér kunnen zien, verblind als we zijn door de denkbarrières die in ons eigen wereldbeeld verankerd liggen.

Waar het telkens om gaat is een verlangen naar transcendentie, dat kennelijk onuitroeibaar is, ook al is het voor velen ondenkbaar geworden dat er meer is tussen hemel en aarde dan de wetenschap ons laat zien. Om het transcendente – in de zin van het bovennatuurlijke – nog voor de geest te halen, lijkt een soort salto mortale nodig of een verminking van het verstand. Maar wat ik van Taylor heb begrepen, ia dat ook transcendentie een historisch begrip is, dat sterk bepaald is door het christendom zelf. Juist het christendom – en met name de Reformatie – heeft er aan meegewerkt om een muur op te bouwen, niet alleen tussen het objectieve, puntvormige  ‘ik’ en de ‘wereld daarbuiten’, maar ook tussen het natuurlijke en bovennatuurlijke. We leven in een vesting, van waaruit we nu een wereld ervaren, die geheel ontdaan is van alle  betovering. De poreuze scheidingswand van weleer, waar doorheen allerlei magische betrekkingen met de natuur en de bovennatuur een weg konden vinden, is volledig dichtgeslibd, maar dat wil niet zeggen dat deze situatie een noodzakelijk eindstadium is. Het ontstaan van deze ommuring is een ingewikkeld proces geweest dat zich langs vele lijnen heeft voltrokken, en bovendien nog een heel scala van posities en opties openlaat.

Het religieuze bewustzijn is inmiddels geëxplodeerd en gefragmenteerd, zodat het zich nu schuilhoudt in allerlei versplinteringen, van waaruit een sluitend wereldbeeld niet meer is samen te voegen. Leven in een seculiere tijd betekent jezelf bewust worden van deze tragische stand van zaken. Het hoopgevende in het betoog van Taylor is, dat hij deze versplintering als een mogelijk tijdelijke verblinding ziet, die eigen is aan deze tijd.  Hij doet er alles aan om de hedendaagse kritiek op het christendom recht te doen, maar wijst er telkens op, dat elk alternatief vaak even onbevredigend is. De tijd is een badkuip geworden die leegloopt. De volheid is weg van een tijd die zichzelf oversteeg. Alleen de kunst lijkt ons nog troost te kunnen boeden, maar het heimwee naar een ouder bewustzijn, met een andere beleving van tijd, wil maar niet wijken. Dat laatste gevoel herken ik, meer nog misschien dan de gelukkige herinnering aan het religieuze bewustzijn uit mijn jeugd, dat Jacques Klöters en ik kennelijk ergens met elkaar delen, en dat veel mensen van onze generatie wellicht zullen herkennen.  Taylor zelf schrijft hierover het volgende:

‘Leven in een wereld van seculiere tijd, dat wil zeggen, in een wereld waarin het oudere bewustzijn van hogere tijden op de achtergrond is geraakt, heeft ruimte gegeven aan het ontstaan van nieuwe vormen van tijdsbesef en herinnering en die, sterker nog veroorzaakt. Een van de meest opvallende daarvan word voor onze ogen gecreëerd in A la recerche du temps perdu, dat een opbouw vertoont naar de schepping van een’ subtielere taal’, waarbinnen het kan worden geformuleerd. Wat Proust ons geeft is een besef van hogere tijd, opgebouwd uit de ontvankelijkheid van een modern leven in de stroom van de seculiere tijd. De verbindingen tussen de ver uiteen liggende momenten worden niet bemiddeld door de orde van het zijn of door de sacrale geschiedenis; ze worden ten tonele gebracht in de alledaagse zintuiglijke ervaring van de madeleine en van het wiegende wegdek.’

zie en luister

5 Reacties »

  1. EELTSJE HETTINGA

    3 oktober 2009 op 16:27

    NEEMT JANNEWIETSKE DE VRIES AFSTAND VAN NATIONALISTISCHE 2018-PROPAGANDA?

    “Het is een kenmerk van achterblijvende culturen om hun grootheid aan het verleden te ontlenen. Terwijl in Holland het eigen verleden zijn betekenis voor het zelfbewustzijn al in de Gouden Eeuw verloor, is het in Friesland nog steeds een factor van belang.” (Ph. Breuker, A. Janse. ‘Negen eeuwen Friesland-Holland’, blz. 13).
    Nog steeds! Inderdaad. Kwalijk wordt het als dat verleden, dat ’sykjen om woartels’, voor de zoveelste maal (!) een met nationalistische symboliek geladen politiek-ideologische strekking meekrijgt, zoals ook nu weer bij het meer dan onsmakelijke promotiefilmpje van de Provincie Fryslân: http://www.youtube.com/watch?v=n1ELERrAc6k&feature=channel_page
    Dit ‘nearzige’ propaganda-gedoe, onderdeel van de campagne ‘Fryslân, culturele hoofstad 2018’, is het zoveelste (!) incident binnen wat de afgelopen jaren een structurele FRIES nationalistische hersteloperatie lijkt te zijn geworden. (De Friese literatuur van de afgelopen jaren staat bol van soortgelijke, onfrisse incidenten.). Het betreft een vorm van politiek-ideologisch vertoon dat maar een uitgangspunt kent: het grote coöperatieve, Friese wij-denken, met alle gevolgen van dien.
    “De makers van het filmpje kun je het niet kwalijk nemen. Die hebben precies voldaan aan wat ze in de briefing te horen kregen,” schrijft Huub Mous. Dan kan zo zijn, maar toch blijft een aantal prangende vragen:
    - Hebben de makers van de film precies voldaan aan wat de Provincie wilde horen?
    - Hoe luidde de opdracht van de Provincie exact?
    - Wie zijn de makers? Wellicht een/enkele door de provincie Fryslân vrijgemaakte/vrijgestelde ambtena(a)r(en), zoals dat b.v. aan de orde is geweest bij de productie van de nogal nationalistisch angehauchte uitgave ‘Gevierde Friezen in Amerika’, waarvan een beleidsadviseur van de Provincie de eindredacteur was? (Er mag tenminste aangenomen dat deze adviseur dat klusje niet in zijn vrije tijd gedaan heeft. Mocht dat laatste het geval zijn, dan valt het waarschijnlijk buiten de verantwoordelijkheid van de Provincie Fryslân. Soit.)
    - Hoe verhoudt de nationalistische propaganda, zoals vormgegeven in bovengenoemd filmpje, zich tot de vrijheid van de kunst, of anders gevraagd: Waarom wil de provincie Fryslân met juist deze vormen van propaganda, onderdeel als die zijn van haar cultuurpolitiek, de in Friesland werkende kunstenaars bij de campagne ‘Fryslân, culturele hoofdstad 2018 betrekken?
    - Onderschrijft de Friese cultuurgedeputeerde Jannewietske de Vries inhoud en vorm van de film?
    - Onderschrijven de culturele instellingen en instituties in Friesland, die zoals Tresoar de steun voor deze campagne van De Vries hebben uitgesproken, de film?
    - Of wordt die vorm van propaganda afgewezen, b.v. op grond van de uitspraak: ‘Het morele burgerschap is de motor van deze provincie.’ (Directeur B. Looper van Tresoar) en zo ja, in welke vorm?
    Als Jannewietske de Vries het culturele ‘fjild’ in Friesland serieus neemt, dan zou ze als degene die de eindverantwoordelijkheid heeft voor de campagne ‘Fryslân, culturele hoofdstad 2018’ hier op dit log moeten reageren, dit door allerlei politici en kunstenaars gekoesterde ‘brûsplak’. Dat moet toch mogelijk zijn? Immers, vorig jaar kon de gedeputeerde ( haar ambtenaren) ook reageren, telefonisch, toen bepaalde kritiek hen [de Provincie] niet welgevallig was. Zie ook: http://www.huubmous.nl/2008/06/19/onrust-op-het-provinciehuis/ , met daarin ondermeer deze passage: [...] “Gisteren werd ik gebeld door de gedeputeerde Jannewietske de Vries. Nadat zij geïnformeerd had of ik al door een van haar ambtenaren was benaderd, begon ook zij mij omstandig uit te leggen dat de Provincie…” [...]
    Kortom, als er telefonisch, achter de schermen gereageerd kan, dan moet dat digitaal ook mogelijk zijn, niet waar? Een kwestie van ‘finsters iepen’.

    Eeltsje Hettinga (zie ook: http://gogol.web-log.nl/ )

  2. Niet meer verbaasd

    3 oktober 2009 op 17:34

    (marginale redactionele en volledige plaatsrectificatie)

    Niet meer verbaasd

    Wie ook maar enigszins de (inter)nationale media en de Leeuwarder Courant volgt is niet meer verbaasd dat de strekking van het nieuws in de media kort daarna in de commentaren van de hoofdredactie in de LC verschijnt. Op zichzelf is dit niet vreemd, het nieuws kent bijvoorbeeld een logische, algemene actuele waarde, het nieuws is qua volume begrensd , de (hoofd)redactie van een kleinere, regionale krant is beperkt in het aantal journalisten en dus ook in haar geestelijke capaciteit. Even daargelaten dat er redactieleden bij de LC zijn die al heel lang vinden dat hun redactie wel erg groot is. Maar wat niet deugt is het ontbreken van een zelfstandig, een eigen doordacht geluid. Of het nu gaat om de demonisering van Wilders, een herhaling van de publiek correcte verafschuwing van Fortuyn, de milieuproblematiek of het falen van het onderwijs, élk LC-commentaar is ontleed aan andermans denkkracht. In het algemeen is de LC slim genoeg om niet letterlijk teksten over te nemen en gebruikt men eigen formuleringen. Af en toe is er een uitzondering. Zoals vandaag in het stuk van J. ( Wi o Joustra) waar hij over de Oranjes schrijft: ‘Zoals Niccoló Machiavelli schreef: een vorst hoeft geen moraal te hebben, maar moet hem wel tonen’.
    Gisteren stond, uiteraard, óók een verhaal over het koningshuis in NRC Handelsblad , met precies dezelfde zin, zonder het woord Niccoló.
    Inderdaad, net niet plagiaat. Of toch wel?

  3. Sofietje

    4 oktober 2009 op 09:26

    Even terug naar Taylor.

    Taylor is een kanjer, een sympathieke kanjer.
    Kortgeleden was hij in Nederland om de vertaling van zijn meesterwerk “Een seculiere tijd “ in ontvangst te nemen. Dit boek is een verder voortborduren op zijn boek “Bronnen van het Zelf” dat in 1989 in Canada uitkwam.
    Er worden trouwens goede cursussen gegeven over dit laatste boek. In Groningen door HOVO docenten aldaar, maar ook door dezelfde docenten in Sneek, naar ik mij heb laten vertellen.

  4. Huub Mous » Gerard Reve en de pre-axiale religie

    10 oktober 2009 op 10:38

    [...] is nog een ander grote scheiding waar Taylor vaak naar verwijst, ook in zijn nieuwste boek Een seculiere tijd (2009). Dat is de scheiding tussen enerzijds het axiale tijdperk, en anderzijds det pre-axiale en [...]

  5. oscar

    23 oktober 2009 op 12:27

    hierboven staat geschreven :We leven in een vesting, van waaruit we nu een wereld ervaren, die geheel ontdaan is van alle betovering.

    Dat lijkt me een uitspraak die gedaan wordt om reden van simplificatie van de wereld. rond het end van de 19e eeuw dacht men eventjes dat het einde van de wetenschap bereikt was. we wisten alles, dachten we toen even. God was idd niet meer nodig…. Maar dat er geen betovering zou zijn? Er is nog nooit zoveel betovering geweest voor dezen die er voor open staan, de astronomie, de linguistiek, de biologie, de kernwetenschappen, de wiskunde, de economie… meer en meer maakt de wetenschap van deze wereld een oneindig boeiende plaats.
    Echter er worden geen dogmatische en definitieve oplossingen gegeven . Niets staat nog vast alles is in beweging, alles leeft… Zou het niet kunnen dat we geloven uit een zeer groot verlangen naar rust… naar de dood?

    Was het Freud niet die beweerde dat het leven slechts een omweg tot de dood was, naar eeuwige rust weg van de ondragelijke spanning van het leven? weg van het …. ex-sisteren .

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)