Het proustiaans katholicisme

Wij wezen erop dat de katholieke kerk in de negentiende eeuw een bijzondere, quasi-virtuele wereld van devoties heeft gecreëerd en dat het daarbij gehanteerde concept van ‘mystiek lichaam’ nog goeddeels onontgonnen mentaliteitshistorisch terrein is. Katholieke religiositeit is in veel landen iets proustiaans, zij het niet altijd zo aangenaam, getuige de pijnlijk krakende biechtstoelen en de fysieke pijn in de processies in de Semana santa. Wat daar in een zich secu lariserende wereld mee gebeurt, vraagt om eigensoortige onderzoekstech nieken.
Aldus Patrick Vandermeersch en Herman Westerink in hun boek Godsdienstpsychologie in cultuurhistorisch perspectief (2007). Deze passage is gelicht uit het hoofdstuk. waarin zij verslag doen van de hedendaagse onderzoektechnieken,waarmee men een beeld probeert te vormen van welke opvattingen in brede lagen van de bevolking heersen ten aanzien van religie. In dit verband spreken zij over een overgang van een ‘letterlijk’ naar een ‘post-kritisch geloof’. Vele mensen geloven nog in enigerlei mate, maar wel op een kritische wijze en vaak buiten een bestaand kerkgenootschap dat zij de rug toe hebben gekeerd. In Nederland is dit fenomeen ook wel ‘ietsisme’ genoemd, doelend op het verschijnsel dat een godsgeloof zelden helemaal wegtrekt en veel mensen er op een of andere manier en minimale vorm van religiositeit op na houden. Niet zozeer een geloof in een persoonlijk God, als wel het vertrouwen dat er iets bovennatuurlijks is, dat boven alles uitgaat. Er moet toch meer zijn tussen hemel en aarde. Zelfs de moraal kan op zo’n minimaal geloof gebaseerd zijn. Als je zwaar zondigt tegen wat ‘natuurlijk’ is of ‘eigen aan de mens’, zo wordt dan gedacht, krijg je dit op een of ander wijze ‘kosmisch terug’.
Dit is natuurlijk een sterk gereduceerde, wellicht zelfs karikaturale omschrijving van de mentale toestand die met fenomenen als ‘ietsisme’ en het ‘post-kritisch geloof’ samenhangen. Toch denk ik dat een dergelijke vorm van minimale religiositeit zeer wijd verspreid is en in zeer veel varianten voor komt. Om dit rijke scala van psychologische toestanden te onderzoeken zijn de huidige enquêtetechnieken, die de godsdienstpsychologie hanteert, in feite ontoereikend. De auteurs wijzen in dit verband op Friedrich Schleiermacher, die het wezen van de religiositeit niet relateerde aan cognitieve noties aangaande het bovennatuurlijke en zelfs niet aan een legitimering van moreel gedrag. Het wezen van de religie bestaat volgens Schleiermacher noch in het denken noch in het handelen, maar in schouwen en voelen. Als dat zo is, dan rijst natuurlijk meteen de vraag, hoe je dat ‘schouwen en voelen’ nog meten kunt, als er sprake is van een post-kritische variant van het geloof of van een vorm van ‘ietsisme’. Anders gezegd hoe breng je het ‘ietsisme’ godsdienstpsychologisch in kaart?
Wat mij treft in het bovengenoemde citaat is de gedachte dat er een proustiaans katholicisme zou bestaan. Dat is niet zozeer een geloof, maar een herinnering aan een geloof. Een dierbare herinnering die gekoesterd wordt, ook als het geloof zelf allang verlaten is. Ik geloof inderdaad dat veel voormalig katholieken hiermee behept zijn. Sterker nog, ik herken het in mijzelf. Het is het exploiteren van herinneringen, zoals ook Proust dat deed in zijn A la recherche du temps perdu. Je bent voortdurend op zoek naar die ene, unieke ervaring in het verleden, die opeens – op ogenschijnlijk onwillekeurige wijze – in het heden kan opduiken. Sommige ex-katholieken maken hier zelfs hun beroep van. Een tijdje geleden wees ik op de reisverslagen van Cees Nooteboom, die duidelijk de sporen dragen van een proustiaans katholicisme. Het rare is, dat ik dat ik mij irriteer, als ik deze in feite esthetische houding ten aanzien van een voorbije religie herken bij anderen, maar totaal geen zelfkritiek heb ten aanzien van mijn eigen praktiseren van dit merkwaardig uitgeholde geloof dat in feite geen geloof meer is.
Bij anderen zie ik heel duidelijk het tweeslachtige van deze houding. De nostalgie naar een gevoel van weleer wordt geïdealiseerd, terwijl de kritische geest allang afstand heeft genomen van de basale vooronderstellingen, waar dit geloof ooit op gebaseerd was. Het is een gekoesterde schizofrenie, een spagaat van de geest, die doelbewust in stand wordt gehouden. De terugweg is voorgoed afgesloten, maar het moment van het definitief verlaten wordt voortdurend opgeschort. Je kunt het vergelijken met een gedwongen evacuatie. Het land van herkomst blijft dan je leven lang aanwezig in je gedachten, terwijl je toch zeker weet dat je er nooit meer terug zal keren. Sterker nog, je zou het niet eens kunnen, stel dat je het wilt. Een onmogelijk gevoel van heimwee is dan het resultaat. Dat is een uiterst onproductief gevoel, omdat het geprogrammeerd is om zichzelf in stand te houden. Je blijft levenslang op de ventweg rijden, wetend dat er geen invoegstrook meer volgt om op de hoofdbaan te terug te keren, maar ook geen afslag om ooit nog nieuwe wegen in te slaan. Dit is niet een post-kritisch geloof, maar een para-sentimenteel geloof. Proustiaans en dus onmogelijk, want de tijd keert in werkelijkheid nooit op zijn schreden terug.
Dat neemt niet weg dat het de moeite loont om het mechanisme te onderzoeken dat dit para-sentimentele geloof in stand houdt. De vraag die oprijst is niet waarom het zover heeft kunnen komen, maar waarom het zo moet blijven. Ik denk dat dit een vraag is, waar veel mensen van mijn generatie vroeg of laat op stuiten, mits zij werkelijk nieuwsgierig zijn naar hun herkomst en de ware aard van hun fascinatie daarvoor. Het zou kunnen zijn dat het niet zozeer een gemis is, dat het para-sentimentele geloof in stand houdt, maar eerder een overschot. Het gekoesterde heimwee blokkeert niet alleen het definitieve afscheid, maar ook het vermogen om het goede te behouden en dat in het heden een nieuwe vertaling te geven. Daar is geen sentiment voor nodig, ook geen post-kritisch geloof, maar een diepgravende analyse van de onvermijdelijke en onomkeerbare verandering die zich in het seculiere bewustzijn heeft voltrokken.
Foto: Andres Serrano, Heaven and Hell, 1984
jacques klöters
9 september 2009 op 21:17
Ha Huub, Mooie kwestie die je daar aansnijdt. Heb je Charles Taylor: A secular age gelezen? Bij mij is die heimwee ook wel aanwezig maar ik kan haar aan- en uittrekken als een oud kledingstuk, ik kan haar opstarten als een computerprogramma waardoor ik bepaalde herinneringen en emoties kan verwerken, ik kan haar laten klinken zoals een kinderlied van vroeger zonder dat het veel konsekwenties heeft voor m’n ontwikkeling nu. Het is het behagelijke gevoel van de rijkaard die terugdenkt aan de armoe van toen: ja ergens waren we toen toch gelukkiger! De gedachte heeft geen enkele konsekwentie. DENK IK, maar is het ook zo?
Wel ben ik er vaak op gewezen dat het katholicisme nog altijd diep in me zit en nog altijd mijn handelen bepaalt. De man kan wel uit het katholicisme stappen maar stapt het katholicisme dan ook uit de man? Hoe vaak ben ik niet uitgmaakt voor vuile jezuiet! Kregen wij les in jezuitisme? Ik herinner me dat niet. Weet jij wat het is watwe daar kennelijk leerden?
goede groet
Jacques
Huub Mous
9 september 2009 op 22:18
Beste Jacques. Wat Charles Taylor betreft (De seculiere tijd), ik ben op bladzijde 324. Verder weet ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, dat jij wel degelijk in de redactie van de Harpoen hebt gezeten. Ik zie ons nog samen zitten op de kamer van pater Jansen. Jij zat op de HBS. Inderdaad, dat was een nadeel, maar je zat wèl in de redactie, net als John Smal en later Pim Merlijn, die zich overigens ook al op mijn weblog heeft gemeld. Waarom presenteeer je overigens dat mooie cabaretprogramma niet meer. Eigen veren of zo. Ik ben altijd een fan van je gebleven en zie met vertedering terug op onze mooie tijd op het IG. Alle goeds, ook van mij.
Huub Mous » Leven in een seculiere tijd
3 oktober 2009 op 10:10
[...] schreef Jacques Klöters drie weken gelden in een reactie op mijn log over een proustiaans katholicisme. Jacques en ik zaten samen in de redactie van de Harpoen, de schoolkrant van het Ignatiuscollege. [...]