Zeeman is dood

Het bericht kwam niet geheel onverwacht. Weken geleden al had Geart de Vries mij laten weten, dat bij Michaël Zeeman een hersentumor geconstateerd was. Toch heb ik vannacht slecht geslapen. De hele nacht spookten herinneringen door mijn hoofd. Zeeman hoorde bij Leeuwarden, zeker in de jaren tachtig. Hij was toen nog slechts een twintiger, maar toch had hij alle hoge heren van deze stad in zijn broekzak zitten. Weldra zou hij diezelfde elite in twee kampen verdelen. Wie niet voor hem was, was tegen hem. ‘De wijsgeer uit Leeuwarden’ zo werd hij genoemd, toen hij eind 1986 voor het eerst de landelijke pers haalde.

Ik zie de beelden voor me van die eerste keer dat ik hem zag. Hij opende een tentoonstelling van Henk Pietersma op de bovenverdieping van boekhandel De Tille. Een grote gestalte met baard hield een briljant betoog over de roem van de schrijver. Wie niets meemaakt in zijn leven, zo beweerde hij, die kan het verder wel vergeten. Je moet op zijn minst een zelfmoordpoging doen, vrouw en kinderen verliezen, geteisterd worden door ziekte en ellende. Zo niet, dan heb je de wereld niets te melden en zul je ook nooit beroemd worden. Kennelijk worstelde hij met het probleem, dat hij in zijn jonge leven nog niets had meegemaakt.

Een paar maanden later verwierf hij landelijke bekendheid door een affaire over verdwenen boeken in diezelfde boekhandel De Tille. ‘Zeeman met boeken’, die twee woorden werden voortaan een begrip. Hij leefde letterlijk met boeken. Lode Pemmelaar vertelde mij ooit, dat hij drie weken lang bij Zeeman thuis in zijn boekenkast geslapen had. Die verzamelwoede had Zeeman van zijn vader geërfd. Deze dominee uit Marken had ook een gigantische boekenkast gehad, met vele tiendelige werken van Duitse theologen. Zeeman was excentriek. Over de doden niets dan goeds, maar het valt niet te ontkennen dat zijn karakter een schaduwzijde had, iets demonisch bijna. Onze verhouding heeft altijd iets moeizaams gehad, omdat ik wist hoe hij werkelijk in elkaar zat, en ook niet te beroerd was om hem dit bij tijd en wijle openlijk te laten weten.

Toch komen er ook mooie herinneringen bij me op. Herinneringen aan zijn hartelijkheid en gulheid, maar vooral ook aan die grote eruditie, een belezenheid die je zelden meer ziet tegenwoordig. Het verhaal ging dat hij maar enkele uren slaap nodig had. Lezen was voor hem een tweede natuur. Zijn enorme verbale begaafdheid moet daarmee samengehangen hebben. Toch was hij meer een begenadigd spreker dan een begaafd schrijver. De overvloed van het woord brak hem bij het schrijven nog wel eens op, terwijl hij als spreker altijd excelleerde met zijn macht over de taal en zijn grote parate kennis. Excelleren, dat wilde hij. Vaak wist hij bij vriend en vijand bewondering af te dwingen. Michaël Zeeman had een groot en tragisch talent, dat misschien wel te groot was voor hemzelf.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)