Seks en het Vaticaan

‘Zeer veelvuldig zijn de gevallen waarin aan de lijders aan een neurose op de een of andere wijze worden aangeraden: opzettelijke zelfbevrediging, bezoek aan publieke huizen, oneerbare blikken en aanrakingen, wellustige verlangens, over- spelige verhouding; ja zelfs waarin aan priesters of religieuzen de raad wordt ge- geven om personen van het andere geslacht geheel naakt te zien en met hen tot sexuele vriendschap te geraken ten einde hen zo ofwel van sexuele spanningen ofwel van ziekelijke nieuwsgierigheid te bevrijden. Anderzijds wordt met betrek- king tot het ascetische leven zo’n vrijheid toegestaan, dat vele neurotici zich vol- strekt ontslagen achten van de geboden van de Kerk, van de regels, van de geeste lijke oefeningen, van het gemeenschapsleven, hetgeen ernstige schade aan de gehele religieuze gemeenschap aanbrengt. Hoezeer al deze dingen te laken zijn, is over- duidelijk. Daar komt nog bij, dat vele goede katholieke artsen geërgerd zijn; dat vele priesters reeds beginnen te twijfelen aan de traditionele beginselen van de moraaltheologie; dat met zo’n therapie, waarin therapeuten en biechtvaders een drachtig samenwerken, slechte gewoonten worden gekweekt, misvormingen van het geweten, zedelijke minderwaardigheidscomplexen, zelfs verdringingen van het ge weten, waardoor psychische verwoestingen worden aangericht van ernstiger aard dan die men wilde genezen.’
Aldus de Nederlandse jezuïet Sebastiaan Tromp (zie foto boven). Hij was in de jaren na de oorlog een van de meest invloedrijke theologen binnen het Vaticaan. In 1954 werd hij door Paus Pius XII naar Nederland gezonden om een onderzoek in te stellen naar vermeende misstanden binnen de seminaries en de praktijk van de psychotherapie aan priesters en religieuzen zoals die in Nijmegen gebruikelijk was. Prof. Duynstee en Dr. Anna Terruwe hadden een nieuwe therapie uitgevonden die met name geschikt bleek voor de seksuele problemen van priesters, religieuzen en seminaristen. Vaak bleek dat onder deze groep opvallend veel neurotisch gedrag voorkwam, dat zich uitte in seksuele dwanghandelingen en overspannen fantasieën. Een en ander werd niet alleen veroorzaakt door affectieve verwaarlozing bij de opvoeding, maar ook door het ongezonde klimaat binnen seminaries en kloosters, waar de seksualiteit geheel werd verdrongen en elke van affectieve omgang werd verwaarloosd. Veel priesters hadden last van overmatig en dwangmatig masturberen, diepe schuldgevoelens en soms bezondigde men zich van de weeromstuit aan seksuele uitspattingen. Het gevoelsleven van deze priesters was overmatig gericht op functie, ratio en zonde, zodat het bloed kroop waar het niet gaan kon.

Anna Terruwe
Een therapie bij dokter Anna Terruwe bood uitkomst in dat soort gevallen. Zo kwam aan het licht dat met name onder priesters en religieuzen een grote seksuele nood leefde. Daarin stonden zij als groep niet op zich zelf. Al in 1952 had professor Buijtendijk gewezen op het benauwende en ongezonde karakter van menig katholiek huwelijk. Het katholiek geloof, zoals het destijds werd beleden, bleek niet alleen ziekteverwekkend, maar zelfs aan te zetten tot crimineel gedrag. De misdaadcijfers onder katholieken waren begin jaren vijftig beduidend hoger dan onder niet-katholieken. Die constatering was een van de belangrijkste redenen geweest voor het opzetten van eens stelsel voor katholieke geestelijke gezondheidszorg en psychohygiëne, waarbij niet alleen psychiaters, psychologen, sociologen en pedagogen werden betrokken, maar ook moraaltheologen en wijsgerige seksuologen. Zo groeide er stilaan een spanningsveld tussen theologie en psychologie. Alles wat bij katholieken tussen de oren rondspookte en in hun slaapkamers zich afspeelde werd voortaan voer voor katholieke deskundigen in de menswetenschappen, wat een doorn in het oog was voor Rome. Seks en schuld waren immers van oudsher de twee sleutelwoorden geweest in de macht van de clerus over de leken.
Wat het Vaticaan nog het meest verontrustte was de theoretische basis waarop de nieuwe inzichten in Nederland waren gebaseerd. Het was immers niet de gehate freudiaanse psychoanalyse waarop men zich beriep. Wetenschappers als Rümke, Duynstee en Terruwe waren al jaren lang bezig geweest om een alternatief voor Freuds antichristelijke visie op de seksualiteit en het onbewuste te ontwikkelen. Men greep daarbij terug op de passieleer van Thomas van Aquino. Met name Anna Terruwe had een theorie over de ‘verdringing’ bedacht, waarbij zij ideeën van Freud wist in te passen in de leer van het neothomisme die sinds Paus Pius X de officiële theologie was van het Vaticaan. De neo-thomistische theologie had ook ten grondslag lag aan een zeer stringente opvatting over seksualiteit en moraal. De encycliek Casti Cannubii uit 1930 gold nog altijd als het enige fundament voor het katholieke denken over seksualiteit en huwelijksmoraal. Die moraal was finalistisch, dat wil zeggen gericht op nut en einddoel. Het huwelijk was primair op de voortplanting gericht en secundair op wederzijdse hulp en beteugeling van de (mannelijke) seksuele drift. Elke vorm van anticonceptie was een doodzonde, evenals de onanie en homofilie. Sindsdien dienden priesters in de biechtstoel streng door de vragen als dit soort onderwerpen aan bod kwamen.
Vanuit een klimaat dat gericht was op de strikte beteugeling van de seksuele drift vanuit een sterk ontwikkeld zondebesef konden alleen maar ongelukken gebeuren in de geestelijke ontwikkeling van kind, puber en adolescent. En die ongelukken gebeurden dan ook, bij uitstek bij jonge priesters en seminaristen. De therapie van Terruwe was gericht op het voorzichtig losmaken van verkrampte seksuele gevoelens, waarbij het oordeel over de zondigheid – volgens fenomenologisch inzicht – werd opgeschort. Dat leidde ertoe dat de patiënt een fase doormaakte van desintegratie, waarbij hij tijdelijk overspoeld werd – of zelfs geheel losgeslagen werd – door seksuele fantasieën. Over wat er dan gebeurde deden de wildste geruchten de ronde. Zo zou Terruwe bij de priesters die ze behandelde doelbewust aansturen op bordeelbezoek en zelfs een heel scala van ‘troostmeisjes’ achter de hand hebben die zich in voorkomende gevallen beschikbaar stelden. Het roddelcircuit ontstond doordat priesters die tussentijds zich vertwijfeld gingen afvragen of hun losgebroken fantasieën in Gods ogen wel door de beugel konden, en vervolgens naar een uiterst strenge biechtvader stapten. Deze nodigde de patiënt dan niet zelden uit om bij hem thuis te komen, om zo aan het biechtgeheim te ontsnappen. Wat hem dan ter ore kwam werd via de pauselijke nuntius of via andere kanalen doorgeklikt aan het Vaticaan.

W.J. Duynstee
Zo kon het gebeuren dat Pater Tromp een heel dossier in zijn aktetas had met ‘Sodom en Gomorra-verhalen’ voordat hij in Nederland op onderzoek uitging. Maar los van deze vermeende excessen lag er ook een theologisch geschilpunt op tafel. De vraag was immers of in de tijdelijke ontremmingsfase – de katharsis in de therapie van Terruwe – al dan niet sprake was van vrijheid van de wil en dus van zonde. Zonde kan immers alleen in vrijheid worden begaan. Een patiënt die aangestuurd wordt door het verdrongene, dat hem overspoelt, is onvrij en dus niet zondig. Tromp – en daarmee het Vaticaan – was het daar niet mee eens. Als iemand een tak in het water steekt om hem nat te maken en zijn handen tegelijk droog wil houden, zal hij de tak voor een klein deel altijd vast moeten houden. Dat was een staaltje scholastieke casuïstiek waarmee Tromp in dit geval het gelijk aan zijn kant dacht te hebben. De ontremde patiënt had nog altijd voor een klein deel de beschikking over zijn autonome wilscontrole en was dus zondig, om over de therapeut maar te zwijgen. Zij gaf immers (tijdelijk) aanleiding tot zonde, ook al was het uiteindelijke doel de genezing. Ook Terruwe echter beriep zich op een thomistische logica. Het doel heiligde in dit geval immers de middelen. Zonde kan niet begaan worden als de ‘doeloorzaak’ van het handelen op het goede is gericht.
Ziedaar het conflict in een notendop. Maar Tromp liet het er niet bij zitten. Zijn onderzoek was gebaseerd op een Stasi-achtige methodiek. Iedereen die hij ondervroeg kreeg zwijgplicht opgelegd (het secretum) en had geen inzage in de procedure van het onderzoek. Het rapport, dat hij uitbracht aan de paus, was vernietigend, met name voor Duynstee en Terruwe. Door het ‘monitum’ van de paus, dat hierop volgde, werd Duynstee verbannen naar Rome en Terruwe uit haar functie ontheven. De paus verordonneerde dat priesters en seminaristen voortaan niet meer bij vrouwelijke psychiaters in therapie mochten gaan. Een bespottelijk verbod, mede gezien het feit dat er in Nederland destijds maar één vrouwelijke psychiater was die zich hier mee bezig hield, en dat was Terruwe. Het Nederlandse episcopaat werd door de maatregelen van Rome in grote verlegenheid gebracht. Kardinaal Alfrink reageerde aanvankelijk terughoudend. De moraaltheoloog H. J. Ruygers protesteerde bij Alfrink en schreef op diens verzoek een rapport ter verdediging van Terruwe, dat vervolgens bij Alfrink in de la verdween. Door diplomatiek optreden in het Vaticaan wist Alfrink later wel te bewerkstelligen dat de verbanning van Duynstee werd teruggedraaid en Terruwe gerehabiliteerd werd. Maar toen was er al heel wat leed gelden.

H. Ruygers
Het geheime rapport van H.J. Ruygers werd in 1965 alsnog gepubliceerd in het Tijdschrift voor Theologie. Van de week heb ik dit artikel gelezen: Zielzorg en psychotherapie, kritische beschouwingen over een document. De jaargang van het betreffende tijdschrift bleek gewoon bij Tresoar opvraagbaar. Het is een intrigerend tractaat dat een ontluisterend inzicht geeft in de katholieke moraaltheologie en de gedachten die hierover door Sebastiaan Tromp in zijn advies aan de paus op schrift waren gesteld. Ruygers besloot zijn rapport destijds als volgt: “Voor mij en voor velen in ons land is de Kerk in deze gehele geschiedenis geen ‘Godsgeschenk’ maar ware ergernis en diepe beproeving. We kunnen slechts bidden en hopen dat er geen zullen zijn die door dit alles het geloof en de liefde verliezen. ‘Und dennoch sind wir katholisch’ … en zijn daar gelukkig mee.”
In haar boek Geestelijke bevrijders, Nederlandse katholieken en hun beweging van de geestelijke volksgezondheid in de twintigste eeuw (1996), besteedt Hanneke Westhoff ruime aandacht aan de gebeurtenissen destijds en met name ook aan wat er allemaal achter de schermen gebeurde. Een van haar meest schokkende beweringen is dat Ruygers, als een van de pioniers van katholieke geestelijke gezondsheidszorg, jarenlang zelf in therapie is geweest bij Terruwe. Hij had niet alleen problemen met de seksualiteit, maar was ook affectief verwaarloosd geweest in zijn jeugd. De problematiek waarover hij schreef en waarvoor hij in het geweer kwam, had hij zelf aan den lijve ondervonden. Een dergelijke constatering roept bij mij een cascade van vragen op. Als het met hem al zo gesteld was, hoe zat het dan met Sebastiaan Tromp SJ? En hoe zat het met de paus zelf? Als we Hans Küng mogen geloven probeerde Paus Pius XII Hitler te bestrijden met serieuze duiveluitdrijvingen op 1500 kilometer afstand en heeft hij op 2 december 1954 een verschijning van Christus gehad. Dat soort zieke geesten behoeven een intensieve behandeling, zou een doorsnee psychiater tegenwoordig zeggen, maar deze paus was ‘gezond van geest’ en is tegenwoordig hard op weg om heilig verklaard te worden. Hoe zit dat met die ‘geestelijke gezondheid’ en het katholieke geloof? Zelfs voorvechters van de geestelijke gezondheidszorg waren zelf in geestelijk opzicht soms allesbehalve gezond. ‘Und dennoch sind wir katholisch’ … en zijn daar gelukkig mee.”
Toch goed dat er een God is, zou Gerard Reve zeggen.
Smotske de rôt
12 maart 2009 op 23:30
Ik denk wel eens het is Godsgeschenk
Dat ik altoos aan ‘s Heren penis denk
Men zegt wel eens dat Hij alles ziet
Maar waarom dan mijn fallus niet.
Ik denk wel eens hoe zal het zijn daarboven
Wil men copuleren, dan moet men geloven
En inderdaad alsof hij ons wil testen
Zend hij zijn zaad naar vele gewesten.
Zoals bijvoorbeeld ook aan het Vaticaan
Daar is men serieus met de penis begaan
Men ziet zo dikwijls die ouden van dagen
Hun kleinood met vroomheid behagen.
Huub Mous
13 maart 2009 op 07:18
Voor een pater met een paal
is geen penis Genesis
Maar voor een geile kardinaal
is de purperen penis Venus
De paus staat bovenaan
en onderaan komen de leken
maar elke onderdaan gaat staan
met de handen onder de deken
Zo is het goed van hoog tot laag
geregeld in het Rijk van Rome
Mijn God als ik mij behaag
Moge U dan klaar komen