Sterven in een vliegtuig

Mij krijg je geen vliegtuig meer in. Dat is me deze week wel duidelijk geworden. Niet dat ik me tot voor kort elke week  liet inchecken op Schiphol. De laatste keer dat ik vloog is al weer achttien jaar geleden. Ik ben nooit een liefhebber van vliegen geweest. Van autorijden ook niet trouwens. Ik loop het liefst. Een trein of een bus zijn voor mij noodzakelijke compromissen om ergens te kunnen komen. Maar voor de rest, geen voetjes van de vloer. Je weet nooit of je weer heelhuids op je grond belandt. De media hebben er alles aan gedaan deze week om mij definitief een vliegfobie te bezorgen. Iedereen die in het wrak is binnen geweest heeft inmiddels voor de camera zijn zegje kunnen doen. We weten nu hoe het er daar uitzag, wat je hoorde, hoe het er rook. Het geluid van jammerende mensen die bekneld zitten in hun vliegtuigstoel. Geen adem kunnen krijgen en de smaak van bloed in je mond. Sterven in een vliegtuig, de tv kon er een genoeg van krijgen.

Ik heb elk ongeluk in het gemotoriseerde verkeer – te land ter zee en in de lucht- altijd mensonwaardig gevonden. Zo hoort een mens niet dood te gaan. Met een verminkt lichaam, overgeleverd aan totale paniek. Sterven hoort in alle rust te gebeuren, liefst tussen twee schone lakens, met je naasten aan je bed. Bij doodgaan hoort berusting en een troostend woord, geen doffe wanhoop en oorverdovend gegil. De techniek en de massamedia hebben de dood weer teruggebracht naar het domein van de verbijstering. En het lijkt erop dat mensen daar wel pap van lusten. De dood is het laatste wat ons nog raakt tot op het bot. Kijken naar de dood is een sublieme ervaring in de klassieke betekenis  van het woord. Alles is begrijpelijk en bevattelijk tegenwoordig, behalve de dood. Daar kun je dus uren over doorpraten en dat doen we dus ook bij Pauw en Witteman. Dat is hypercorrect ramptoerisme, want we doen het allemaal, en dan is het goed.

Wat is trouwens een ramp nog tegenwoordig? Tien doden? Twintig doden? Honderd? Duizend? Er bestaat nog altijd een duidelijke relatie tussen de omvang van een ramp en de nabijheid van het gebeuren. Hoe dichterbij, hoe groter de ramp. Hoe verder weg, hoe kleiner. Maar die relatie neemt af, nu de media alles – waar ook ter wereld – onmiddellijk live in de huiskamer brengen. Sinds 9/11 gebeurt elke ramp altijd in je eigen nabijheid, ongeacht het aantal slachtoffers. Dat neemt niet weg dat er ook sprake is van en zekere ramp-inflatie. Bij de vuurwerkramp  in Enschede en brand in café Het Hemeltje in Volendam werd de impact niet bepaald door het aantal slachtoffers, maar door het mediagenieke karakter van het gebeuren in combinatie met het tijdstip waarop de calamiteit plaatsvond. Dat was respectievelijk tijdens het Eurovisiesongfestival en in de Nieuwjaarsnacht. Mooier kon het niet. De juiste timing van de ramp bevordert de dramatische werking ervan. En een goede timing is van vitaal belang in de morbide wereld van de tv. Een ramp richt zich op een bewustzijn zonder scherm of afweer, dat is de ijzeren wet van breaking news.

We leven in een rampencultuur die ons verslaafd maakt aan een collectieve beleving van de ontzetting. Wat zouden de media nog zijn zonder rampen? Als ze er niet meer zijn, dan worden ze uitgevonden. Het liefst live, één op één op één, zodat iedereen het simultaan mee kan beleven. De vliegtuigcrashes van Discovery zijn wat dat betreft slechts instant-ervaringen. Ze bereiden ons voor op het ongehoorde, het sterven in een vliegtuig, waar het grootste ongeluk te herleiden is tot een minimale oorzaak. De zwarte doos is de laatste mythe die ons doet geloven dat elke ramp een causaal gebeuren is. De black box van het mysterie is nog altijd met het verstand te ontrafelen. Dat geeft rust en vertrouwen, maar toch slaat het noodlot altijd weer toe. Er is iets grondig mis, iets dat per definitie onbeheersbaar lijkt, zelfs voor de meest geavanceerde techniek. Dat is een angtaanjagend gegeven, waar elke vliegramp aan herinnert. Ons leven is out of control. Misschien willen we dat diep van binnen ook wel. Op tv kunnen we er in ieder geval geen genoeg van krijgen. Misschien is elke ramp opnieuw wel een troostende ervaring. Sterven in een vliegtuig, dat overkomt immers altijd een ander.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)