De Roomse afkeer van het boek

1791-20080106-9bf29d

Tussendoor vond hij nog tijd om in te gaan op een merkwaardig verzoek. Het bereikte hem via de redactie van het maandblad De Heraut van het Heilig Hart: of hij een persoonlijke toelichting wilde schrijven op de gebedsintentie die paus Pius XII voor de maand augustus had opgegeven en die luidde: ‘Hart van Jezus, mogen de Christenen slechte lectuur krachtig bestrijden.’ Het onderwerp prikkelde hem. ‘Zou het niet sympathieker zijn geweest,’ schreef hij, ‘als de Paus had laten 
vragen: “Heilig Hart van Jezus, mogen de Christenen goede lectuur eindelijk eens naar waarde gaan leren schatten.” Want katholieken lazen niet veel, nog altijd niet. Oud wantrouwen tegen het boek leidde een lang leven, waardoor de geestkracht van het katholieke volk ernstig geschaad 
werd. Toch was er verbetering. ‘Vandaag is het heel normaal, dat katholieke gezinnen de pastoor of kapelaan ontvangen in een kamer, waarin een boekenkast staat. Dit deden in mijn jeugd burgergezinnen nooit. De geestelijke werd binnengelaten in de salon en daar stonden nooit boeken.’

Aldus Michel van der Plas in zijn biografie van Anton van Duinkeren (zie foto) ‘Daarom mijnheer noem ik mij katholiek’. Het citaat geeft goed weer hoe het met de leesgedrag van katholieken decennialang was gesteld. Katholieken lazen niet. Ze lazen niet alleen de Bijbel niet, maar überhaupt niet. Als mijn vader in zijn leven tien boeken heeft gelezen, dan is het veel. Bij ons thuis was ook nauwelijks een boek te vinden. In de jaren zestig kocht mijn vader een ‘Kant en klaar’ wandmeubel, waar de glazen in konden staan. Daar zat ook een boekenplankje in. Maar meer dan tien boeken kan ik me niet herinneren. ‘De Peelwerkers’ van Antoon Coolen en een vijfdelige Winkler Prins. Soms kwam er een boek in huis dat je goedkoop bij de Margriet kon krijgen. Van Pearl S. Buck bijvoorbeeld of ‘Kronkels’ van Carmiggelt. Ook kan ik me herinneren dat er wel eens een Prisma-boekje door het huis heen slingerde met titels als ‘De leugen daalt over China’ of ‘Augustinus de zielzorger’, maar dat was het dan ook wel.

Lezen deed je niet. Ja, de krant. Die werd elke avond door mijn vader gespeld. Wij hadden thuis een abonnement op ‘De Nieuwe Dag’. Dat was de Amsterdamse editie van ‘De Tijd’. En er was natuurlijk de parochiekrant ‘Sursum Corda’ met het kerkelijk nieuws en niet de vergeten de katholieke radiogids, die later ‘Studio’ ging heten. Ook kan ik me herinneren dat we wel eens een tijdje een abonnement hebben gehad op ‘Readers Digest’. Maar een boek was een zeldzaam fenomeen bij ons huis. Het lezen van boeken werd ook niet door de kerk gestimuleerd. Integendeel. Heel wat boeken stonden op de verboden lijst, de index, die pas in 1966 door Paus Pius VI werd opgeheven.

Anton Van Duinkeren is misschien wel de meest vergeten schrijver van Nederland. Hij was dichter, hoogleraar, cultuurhistoricus, katholiek en doorbraak-socialist, daarnaast een uitmuntend redenaar, een groot improvisator en een Bourgondisch levensgenieter met een ontstellend grote eruditie. Met recht wordt hij wel de laatste in de rij der katholieke emancipatoren genoemd. Samen met zijn vriend Godfried Bomans, met wie hij een zekere ‘Roomse hang naar het absurde’ deelde, behoorde hij tot de belangrijkste katholieke schrijvers van de vorige eeuw. Je kunt met recht stellen stellen dat hij de katholieken in Nederland definitief aan het lezen heeft gebracht, niet alleen door de vele boeken die hij zelf schreef, maar ook door zijn niet alfatende propaganda voor het boek. Zo schreef hij jarenlang boekrecensies voor het dagblad De Tijd, maar daar moest hij van hogerhand altijd als laatste regel aan toevoegen of het boek voor katholieken al dan niet raadzaam was om te lezen.

bankboek0001

Ik denk dat mijn liefde voor het boek voor een groot deel is voortgekomen uit het de omstandigheid dat ik opgegroeid ben in een huis zonder boeken. Uit pedagogisch oogpunt heeft het ook weinig zin om kinderen al in hun vroegste jeugd met boeken in aanraking te brengen, zo er al een heilzame werking van boeken uitgaat, wat zeer discutabel is. Een auteur als Jean Paul Sartre, die niet over gebrek aan verbeeldingskracht en verbaal vermogen te klagen had, beschrijft in zijn autobiografie ‘Les mots’ dat hij opgroeide in een ouderlijk huis vol boeken, maar tegelijk als kind verslaafd raakte aan het lezen van stripverhalen. Zonder effectbejag of ironie, maar letterlijk en oprecht bekent dat hij dat hij nog altijd liever strips las dan Wittgenstein.

Een te vroege toewijding aan het boek zou de fantasie zelfs kunnen remmen in haar vrije ontwikkeling. Geletterdheid, zo beweerde McLuhan, draagt aan de versplintering van de zintuigen. Het Gutenberg-tijdperk heeft de mens geen goed gedaan. De nieuwe media brengen volgens volgens hem nieuwe vormen van synesthesie voort. Daarmee zou een eind kunnen komen aan de verschraling van het zintuiglijk leven, die sinds de Romantiek door dichters en kunstenaars is gesignaleerd en bestreden. Misschien hadden de katholieken met hun middeleeuwse afkeer van het boek dan toch gelijk. Ze wilden het Gutenberg-tijdperk gewoon overslaan. Protestanten zijn wettisch en symboolblind. Katholieken daarentegen zijn beelddenkers en hebben gevoel voor het irrationele. Misschien hebben de Roomsen dan toch gelijk. Boeken lezen remt het creatieve vermogen. Schopenhauer zei het ook al:

‘Mensen, die hun leven met lezen doorgebracht 
en hun wijsheid uit boeken geput hebben, gelij
ken op degenen, die zich uit vele reisbeschrijvin
gen nauwkeurige kennis omtrent een land hebben 
eigen gemaakt. Zulke lieden kunnen over veler
lei zaken inlichtingen geven: maar in de grond 
van de zaak bezitten zij toch geen samenhangen
de, duidelijke, grondige kennis van de gesteld
heid van het land. Zij daarentegen, die hun leven 
met denken hebben doorgebracht, gelijken op 
degenen, die zelf in dat land zijn geweest: zij 
alleen weten eigenlijk, waar het over gaat, ken
nen de dingen daar te lande in hun onderling 
verband en zijn in de ware zin van het woord 
daar thuis.’

Dat mag dan zo zijn, deze wijsheid heb ik mij eigen gemaakt door het lezen van het boek ‘Over lezen en zelf denken’ van Schopenhauer. Ik heb zelf leren denken door boeken te lezen en niet andersom. Om die reden heb ik  in de loop der jaren mijn huis volgestouwd met boeken. De planken in de gang beginnen zelfs vervaarlijk door te buigen, omdat ze het gewicht van de kast nauwelijks meer kunnen dragen. Er moet binnenkort een betonnen vloer in worden gestort, anders gebeuren er ongelukken. Ik heb ooit ooit eens een verhaal gelezen over een Franse bisschop in de zestiende eeuw die zijn huis zo vol gebouwd had met boeken dat het uiteindelijk is ingestort. De bisschop kwam om het leven tussen zijn eigen boeken.

Dat is wat je noemt een katholieke legende. Door de ijdelheid van het overmatig boekenbezit komt de bezitter vanzelf voor de val. God straft door de zwaartekracht, waartegen zelfs het boek niet bestand is. Maar ook als je boekenkast niet omvalt, kun jezelf nog altijd uitgroeien tot een ‘omgevallen boekenkast’ Een overdaad aan boekenkennis, zonder samenhangend inzicht, leidt tot die kwaal. Ook van Anton Van Duinkerken werd wel eens beweerd, dat hij ‘een omgevallen boekenkast’ was. Zelf was hij in ieder geval een groot boekenverzamelaar. In zijn huis gingen de boekenkasten zelfs door tot in het trappenhuis. Ook als hij ergens kwam dook hij is eerste de boekenkast in, om vervolgens zich urenlang te verdiepen in een uitgave die hij nog niet kende. Ook ik word wel eens ‘een omgevallen boekenkast’ genoemd. Maar de boekenkast, die in mijn hoofd is omgevallen, is slechts een klein kastje vergeleken bij de enorme bibliotheek die Anton van Duinkerken in zijn brein had zitten.

broeken0001

Een paar maanden geleden werd ik door Ernst Bruinsma voor het blad De Moanne geïnterviewd over mijn boekenkast. Bij die gelegenheid werd bovenstaande foto gemaakt. Mijn boekenkast is zo te zien een zootje. Dat was ook zo. De afgelopen maanden ben ik druk bezig geweest om alles eens uit te mesten en op orde te brengen. Zo trof ik heel wat boeken aan, waarvan ik niet wist dat ik ze had. Bijvoorbeeld het boekje ‘Boeken bij ons thuis’ geschreven door Piet Marée. Het heeft geen jaartal, maar zo te zien is het verschenen in de jaren vijftig. Het bevat tal van praktische tips hoe hoe je overal in huis boekenkasten kunt bouwen, zelfs in de slaapkamer, op de gang , op zolder en achter de zitbank. Er staan ook bouwtekeningen bij. In de inleiding onderstreept de schrijver nog eens het belang van veel boeken in huis, in een betoog waar ik mij – ondank mijn Roomse ‘boekloze’ opvoeding – volledig in vinden kan:

Boeken zijn levende huisgenoten. Als echte goede vrienden geven zij ons voor de aandacht die we hun schenken verbazend veel terug, niet alleen door wat hun inhoud ons heeft te vertellen, maar ook door hun aanwezigheid. Een goed ondergebrachte verzameling boeken geeft een kamer gezelligheid en kleur. 
Er is weinig dat zoveel bijdraagt tot de aankleding van een vertrek als een collectie boeken. Deze geesteskinderen van de besten onder de mensen zijn in elke omgeving op hun plaats, in een bescheiden zolderkamertje zowel als in een rijk gemeubeld huis. Zoals elk edel voorwerp dat doet, verhogen zij het 
gehalte van hun omgeving.

zie en luister

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)