Panorama van eeuwige schoonheid

malreaux.png

De term ‘virtueel museum’ heeft twee betekenissen. Het kan een electronische versie zijn van een bestaand museum. In dat geval spreekt men ook wel van ‘digitaal museum’. Maar het kan ook een denkbeeldig museum zijn dat geen tegenhanger in de werkelijkheid heeft. Dit laatste fenomeen is in 1947 bedacht door de Franse schrijver Andre Malreaux (zie foto) . Zijn boek ‘La musée imaginaire’ was in feite het eerste virtuele museum, lang voordat het internet bestond. Voor een virtueel museum is een denkbeeldige ruimte nodig. Malraux bedacht die nieuwe ruimte in de verbeelding. In zijn ‘musee imaginaire’ kon je ‘zappen’ door de eeuwen heen van het ene kunstwerk naar het andere.

Het ontstaan van het echte museum, dat zich doorgaans in een stenen gebouw bevindt, is van ouder datum. Ook daarvoor moest eerst een nieuw soort ruimte worden bedacht: de ‘historische ruimte’. Dat is de ruimte van het verleden, waar je in je verbeelding in kunt ronddwalen en ook een zeker genoegen aan kunt ontlenen. De uitvinding van de ‘historische ruimte’ volgde op de uitvinding van de ‘panoramische ruimte’. Dat de ruimte van het uitzicht, het vergezicht, dat pas in de late Middeleeuwen voor het eerst als een aparte schoonheid gezien kon worden, los van de ‘innerlijke ruimte van de geest’.

Ruim zeven eeuwen geleden beklom Petrarca de Mont Ventoux. Hij was de eerste moderne mens – zo wordt wel eens beweerd – die een berg beklom om de schoonheid van het landschap te beschrijven. Maar in het verslag van zijn tocht kom je het landschap nauwelijks tegen. Vergezichten in die tijd hebben een aardse schoonheid, die het moet afleggen tegen de hemelse schoonheid die zich niet buiten maar binnen de mens bevindt. In zekere zin was het ook van een reis door de tijd die deze alpinist van het innerlijk achter zich liet. In zijn binnenzak zat een boek dat een millennium tevoren was geschreven: de Belijdenissen van Augustinus.

Op de top aangekomen ziet Petrarca de wereld aan zijn voeten liggen. Rechts de bergen van de Lyonese provincie, links de Middellandse Zee, ‘die Marseille en de muren van Aigues Mortes bespoelt, hoewel daar in beide gevallen toch een afstand van enkele dagen tussen ligt’. Die zin markeert een keerpunt in het verhaal. Het is niet de schoonheid van het uitzicht die Petrarca overrompelt als wel de immense ruimte met zijn perspectivische vertekening. Afstanden blijken te krimpen aan de horizon. Hoe verder je kijkt, hoe meer ruimte en tijd in elkaar schuiven. Door dit duizelingwekkend gegeven wordt de eerste moderne mens door angst overvallen. Hij krijgt spijt van zijn beklimming en herinnert zich de vermaning van Augustinus dat er buiten de ziel niets waard is om bewonderd te worden.

panoramas.jpg

Dit soort vrome scrupules zijn in de moderne tijd als sneeuw voor de zon verdwenen. De Mont Ventoux beklim je tegenwoordig alleen nog met een mountain bike. Na Petrarca werd de blik definitief naar buiten gericht. De grens tussen het innerlijk en de wereld ging dicht op dit historisch kruispunt tussen introspectie en ruimtevrees. De fysische ruimte werd een uitgestrektheid die voor het oog wordt vervormd door optische wetten. Op vergelijkbare wijze ging ook de geschiedenis zich ontrollen als een imaginair panorama met een wonderlijke perspectivische vertekening. Wat veraf was kwam dicht bij elkaar te liggen, terwijl het nabije zijn onderlinge afstand behield. Tijd was geen uitbreiding meer van de ziel, zoals Augustinus had beweerd, maar de mens werd een acteur in het schouwtoneel van de geschiedenis, dat wil zeggen: in een panorama met wisselende vergezichten.

Vanuit dat perspectief maanden kunstwerken niet meer tot nederigheid, maar gaven aanleiding tot esthetische ervaringen. Sublieme gewaarwordingen leenden zich voortaan om geordend en onderling vergeleken te worden als piekervaringen in het hooggebergte van de geest. Dat panoramisch besef van de kunsthistorische ruimte zou weldra zijn beslag krijgen in de eregalerijen van het museum, een centrale hal in het gebouw die zich onttrekt aan de dwingende historische rondgang in de kabinetten aan weerszijden. Het is deze panoramische blik, die sinds de Renaissance het zicht op het verleden bepaalt. Een blik, die ook ten grondslag ligt aan de gedachte dat er zoiets wonderlijks zou bestaan als het panorama van de eeuwige schoonheid.

pantheon-in-rome.jpg

Ik stel me voor dit panorama te vinden is in het museum van de eeuwige schoonheid. Je zou dit museum ook wel het collectief esthetisch geheugen van de mensheid kunnen noemen. Deze ruimte heeft het uiterlijk van een klassiek pantheon. Onder het fronton aan de voorzijde is een spreuk van Pico del Mirandola gebeiteld. Binnen loopt Shakespeare rond als een suppoost met gepunte schoenen. Goethe serveert koffie met gebak in Café Eckermann. Op gezette tijden worden er diapresentaties gehouden door André Malraux en Ernst Gombrich geeft er wel eens een lezing over eeuwige schoonheid. Er is een bibliotheek, een concertzaal en aan de ronde wand hangen honderd panelen met wat olieverf erop. Dat zijn de meesterwerken die evengoed als strijkplank kunnen dienen, zoals Duchamp ooit ontdekte. Want hoe verheven en tijdloos de sfeer er ook mag zijn, kunst blijft een illusie en ook het pantheon van de eeuwige schoonheid is een constructie van de geest.

Deze denkbeeldige kunsttempel kent geen directeur en ook geen God. Alleen Hegel zou misschien nog passen in het profiel van de conservatorfunctie. Het pantheon van de eeuwige schoonheid is in feite het museum van de humaniteit. Boze tongen mogen dan beweren dat de grote verhalen van Renaissance en Verlichting uit de wereld zijn verdwenen, het museum van de humaniteit is nog lang niet failliet. Sterker nog, naarmate de geschiedenis als een proces van vooruitgang steeds meer uit zicht verdwijnt, wordt de behoefte aan een ultieme eregalerij van de kunst alleen maar groter. In de posthistorische periode, zo voorspelde Fukuyama, zal geen sprake meer zijn van kunst noch filosofie, en resteert slechts de eeuwige zorg voor het museum van de menselijke geschiedenis.

teniers.jpg

Er zijn tegenwoordig CD’s te koop waarin je moeiteloos heen en weer kunt klikken door een tijdvak van tweeduizend jaar. In een vernuftige animatiefilm kun je zien hoe de kathedraal van Chartres wordt gebouwd met gregoriaans koorgezang als muzak op de achtergrond. Met een simpele beweging van de muis loop je rond op het Piazza Navona om even later te ontdekken dat het zicht vanuit de spiegelzaal van Versailles zich uitstrekt langs een loodlijn naar de horizon. Na twee en een half millennium is het museum van de eeuwige schoonheid een virtueel panorama geworden. Een duizelingwekkend uitzicht op de geschiedenis wordt zichtbaar op het scherm met achter elke button een peilloos reservoir aan beelden, diagrammen en biografieën. Het museum wordt een eeuwigdurende voorstelling met de kunstgeschiedenis als een weids panorama. Zo sluit de cirkel zich. De historische ruimte van het museum wordt weer een panoramisch vergezicht. Het oog wordt een camera en de innerlijke ruimte van de geest verdwijnt voorgoed achter de horizon.

zie en luister

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)