Le Roy en Richard Florida

florida500big.jpg

In een tijd dat het woord ‘creatieve industrie’ nog niet bestond, zag Le Roy in dat de creativiteit van geen enkel mens mag worden buitengesloten. Creativiteit wordt tegenwoordig door economen als een belangrijke motor van de economie beschouwd. Sinds het verschijnen aan het boek ‘The rise of the creative class’ in 2002 van de Amerikaan Richard Florida is creativiteit een sleutelwoord geworden in het toekomstgericht denken over steden en regio’s. Zo schrijft Florda:

‘De sleutel tot verbetering van het lot van werklozen, onderbetaalden en achtergestelden ligt niet in maatregelen gericht op sociale verbetering of in werkgelegenheidsprojecten, noch in het terughalen van fabrieksbanen uit het verleden, maar in het aftappen van de creativiteit van deze mensen, terwijl men ze passend honoreert en inschakelt in de creatieve economie.’

Het denken van Le Roy over het inschakelen van de creativiteit en de vrije energie van de mens lijkt in dit nieuwe denken van Richard Florida over creatieve economie opnieuw te voorschijn te komen. Was het niet Le Roy die schreef:

‘Utopisch gezien ben ik van mening dat iedere stad zou moeten ontstaan uit de creatieve potenties van al haar inwoners’ (…) ‘Een dergelijke fundamentele verandering zou nog sneller zijn beslag kunnen krijgen wanneer de creatief ‘begaafden’ niet alleen vanwege hun vermeende hogere creativiteit, maar evenzeer op grond van hun katalyserende vermogens bij een dergelijke ontwikkeling zouden worden betrokken, waardoor ook de creatieve potentie van de minder ‘begaafden’ binnen stedelijke agglomeraties volledig aan hun trekken zou kunnen komen.’

Waarin verschilt het nieuwe denken van Richard Florada over de creatieve economie met het denken van Le Roy over de uitgeschakelde mens en het inschakelen van zijn vrije energie en creatieve potenties? Is het soms zo dat de filosofie van Le Roy opnieuw wordt uitgevonden, maar nu als een zachte motor voor de harde economie? Richard Florida gaat er van uit dat er in het laatste kwart van de vorige een paradigmawisseling heeft plaatsgevonden. De economie heeft zich van de massaproductie verschoven naar diensten en uiteindelijk naar creativiteit. Het gaat er niet meer om wàt je produceert, maar hoe het in de markt zet. Hoe bedenk je concepten die aansluiten bij een bepaalde beleving, ‘brand’ of levenstijl. Technologie wordt daarbij opgevat als een deelverzameling van een veel breder register van creatieve activiteiten, waarbij het voortdurend draait om innovatie.

Nieuwe ideeën dus. Mensen die werkzaam zijn in deze creatieve sector – die je heel breed of tamelijk smal kunt definiëren – worden ‘de creatieve klasse’ genoemd. Die nieuwe creatieve klasse is bepalend geworden voor de economie van stad en regio. Primair gaat het dus om het aantrekken van creatief talent. Het is niet meer zo dat bedrijven werkgelegenheid aantrekken. Bedrijven vestigen zich tegenwoordig op plaatsen waar het creatieve talent zich thuis voelt. Anders gezegd, in de stedelijke biotopen van de creativiteit. Creativiteit en economie worden zo opeens verbonden met een plaats op de kaart. Dat wil zeggen, plaatsen die letterlijk vruchtbaar zijn voor talent.

rise.jpg

Florida heeft zelfs meetinstrumenten ontwikkeld, waarmee je de creatieve potenties van een stad of regio in kaart kunt brengen. De drie T’s bijvoorbeeld: Technologie, Talent en Tolerantie zijn van vitaal belang. Maar ook een reeks van indexen, zoals bijvoorbeeld ‘De Bohémien- index’, waarmee je het klimaat voor alternatieve leefstijlen kunt meten, De kern van zijn nieuwe denken ligt in een brede opvatting van creativiteit, zoals ook Le Roy – op geheel eigen wijze – een heel brede visie op menselijke creativiteit heeft ontwikkeld.

Beiden – zowel Florida als Le Roy – spreken over creatieve potenties. Het grote verschil echter tussen deze twee visionaire denkers ligt in de verwachtingen die ieder van hen heeft van de techniek. Le Roys visie mikt op de langere termijn en heeft niet specifiek betrekking op de economie, maar op het systeem als geheel – cultuur èn natuur, techniek èn menselijk leven, economie èn ecologie – het totale systeem dus, dat zich volgens hem in een diepe crisis bevindt. Le Roy wijst telkens weer op de gevarenzone, waarin de mens zich bevindt. Het is al vijf voor twaalf. Het voortbestaan van het menselijk leven op deze planeet is geen vanzelfsprekende zaak meer door de voortdurende en exponentieel toenemende roofbouw die de techniek pleegt op de natuur.

De visie van Richard Florida gaat nog altijd uit van een wereld die volledig maakbaar is, de wereld van de ‘homo sapiens’ die uiteindelijk een ‘homo economicus’ werd, een wereld waarin de natuur geheel door de mens wordt beheerst. Een wereld ook waarin de gedachte niet opkomt, dat de natuur zelf uiteindelijk genadeloos paal en perk zal stellen aan de ongebreidelde groei van de wereldeconomie in het tijdperk van het Technicum. Le Roy doet in zijn denken een fundamentele stap terug en bevrijdt de creativiteit van de mens door de natuur vanaf microniveau weer aan de tijd en de ruimte terug te geven. Technologie is bij Florida een deelverzameling van een veel bredere klasse van menselijke activiteit, te weten ‘creativiteit.’ Bij Le Roy echter heeft het woord techniek een heel andere lading, die niet verenigbaar is met creativiteit. Techniek is er op uit de mens buiten te sluiten en uit te schakelen.

Het denken van Le Roy komt voort uit een fundamenteel verzet tegen het onmenselijke functionalisme van de technologische samenleving met zijn strakke tijd-as en waarden als efficiency en regelmaat. De wortels van Le Roys gedachten liggen in de naoorlogse revolte tegen de rampzalige gevolgen die moderne techniek op de wereld kan hebben. Zijn denken kwam voort uit een verzet tegen de moloch die in de stedelijke ruimte tot kaalslag had geleid en een eenzame menigte had voortgebracht. Het was de verbeelding, die in de jaren zestig de macht ondermijnde en een onderstroom van nieuwe ideeën voortbracht die de technologische mainstream bestreed. Geen cultuur, maar een tegencultuur zoals
Theodore Roszak beweerde. Geen globalisering maar anti-globalisering, om het een huidige tegenspraak samen te vatten.

roszak.png

De oorsprong van Le Roys denken lag in een voortdurende de dialectische tegenspraak. Laten wij er geen doekjes omwinden, maar de dingen weer bij hun naam noemen. Laten we niet spreken over ‘anders-globalisten’, maar over ‘anti-globlisten’. Geen ‘contra-cultuur in tijdperk van het technicum’, maar een tégen-cultuur, want dat is wat Le Roy met zijn denken in gang wil zetten, een tegencultuur in een tijd van almaar voortgaande globalisering, een tegencultuur in het tijdperk van het Technicum dat onontkoombaar op ons af komt.

Hoe zit het eigenlijk met die onontkoombaarheid van de globalisering. Is het proces van globalisering een vloedgolf die ons overspoelt, of is er nog een alternatief denkbaar? Is er eigenlijk wel nog een tegencultuur als die van Le Roy mogelijk, een manier van handelen die zowel op micro- als op macroniveau daadwerkelijk effecten sorteert? Is er nog ruimte voor het creëren van nieuwe situaties, voor een politiek van het dagelijks leven, zoals de situationisten hebben gedacht? Leven we in tijden van fatalisme of is er nog enige hoop? Zijn we volledig overgeleverd aan de wetten van economie, markt, media en massacultuur, of is er een uitweg uit de ellende van deze spektakelmaatschappij? We beleven het verval van welvaartsstaat en verzorgingsstaat, van een toenemende druk van internationale migratiestromen, kortom van een steeds agressiever wordend proces van globalisering.

cauter.jpg

Lieven de Cauter

Globalisering, zo beweert de Belgische filosoof Lieven de Cauter, heeft drie onontkoombare kenmerken. Dat zijn ten eerste: de vrije markt economie. Ten tweede: de oneindige accumulatie van kapitaal als doel op zich. En ten derde: de relatieve dominantie van het centrum ten opzichte van de periferie. Dat wil zeggen: een periferie die zich voortdurend verlegd naar andere uithoeken in de wereld en daar een spoor van sociale ontwrichting achterlaat in die regio’s die niet als wij – in Fort Europa – profiteren van een bedrieglijk consumptieparadijs in een soort eeuwigdurend nu, waarin de tijd zelf lijkt stilgezet.

Dat bevroren systeem van de tijd is nu mondiaal en meta-stabiel geworden. Het tast zelfs ons bewustzijn aan zonder dat we dat merken. De tijd als ‘duur’, als een open horizon, verdwijnt, niet met het verstrijken van de tijd, maar in het heden zelf. In het besef van wat leven in feite is: een open en een creatief proces van wording dat zich in de onmeetbare tijd van het leven zelf voltrekt. Het gevolg is dat de mens op allerlei niveaus opnieuw wordt uitgeschakeld en buitengesloten. Er is sprake van een voortwoekerend proces van ‘capsularisering van het leven’, zoals Lieven De Cauter beweert. We worden er aan herinnerd dat we aan de vooravond van de tijd van een nucleaire terreuraanslag die naast een ecologische catastrofe, het enige gevaar is die dit metastabiele mondiale systeem nog bedreigt.

capsulair_nl.jpg

Die die twee bedreigingen worden steeds groter, zo wordt ons verteld: de vernietiging van de nucleaire terreur en de ecologische catastrofe. Van de weeromstuit worden we teruggedreven in het domein van de angst. We gaan leven in de gesloten domeinen van ‘gated communities’. We gaan winkelen in de artificiële consumptieparadijzen met hun stereotype ‘shopping malls’. De wereld gaat steeds meer op één grote vluchthaven lijken. Wereldsteden worden woekerende gezwellen van staal en beton, waaromheen zich onbegaanbare getto’s formeren van sloppenwijken en vuilnishopen.

Maar ook ons eigen leven trekt zich allengs terug. Het menselijk leven wordt in toenemende een onderneming op zich zelf met als enig doel om de tijd letterlijk te verdrijven achter een tv-scherm dat tegelijk een computerscherm wordt. Dat wil zeggen: een illusoire capsule, waarin we ons kunnen verschuilen, terwijl we onszelf zo in de waan houden, dat we deel hebben aan een wereld die steeds meer onaantastbaar wordt, onaanraakbaar en onveranderbaar.

Zo komen keren de principes van uitsluiting en afsluiting weer terug in een hedendaagse gedaante. Het gevaar van de uitgeschakelde mens, van de mens zonder tijd en duur, van de mens die in een voortdurende trance voortleeft als een zombie, dat gevaar zag Le Roy opdoemen in de jaren zestig. Dat gevaar is nog steeds actueel. Fort Europa is op weg naar capsulaire beschaving van bevoorrechte, maar tegelijk ook opgesloten mensen die geen deel meer hebben aan de wereld en uiteindelijk ook niet meer aan het leven zelf, hun eigen leven, het menselijk leven op deze planeet.

Zie en luister

8 Reacties »

  1. Johannes

    17 januari 2008 op 11:53

    Ter ondersteuning van de verdere optimalisatie van de monocultures van turbogras en supermaïs zijn de inheemse grutto’s zo onbaatzuchtig geweest zich geheel vrijwillig uit ons land terug te trekken.
    Bravo voor deze solidariteit met de problematiek van onze arme boerenstand!
    Wat heeft zo’n kleine vogel toch een enorm inlevingsvermogen in hun produktie-problemen.

    Bij het Fryske Gea krabt men zich intussen achter de oren en zit men met de handen in het haar.
    Alle grutto’s weg, dat kan toch niet!
    Wat moet de burger daar wel van denken?
    Goede raad is duur.
    Tot de directeur weer eens een heel origineel beproefd oerfrysk recept bedacht.
    Wij gaan voor uitheemse Duitse grutto’s een vliegtocht organiseren: een Fryslan vaart.
    Wij zetten voor deze grutto’s een route uit langs elf Fryske natuurterreinen.
    Daarmee gaan wij in Duitlsand de markt op om reclame maken.
    Daarmee trekken wij vóór het broedseizoen eenmaal aanbreekt zeker 1111 overnachtingen van grutto’s aan in Fryslan, volgens het marktonderzoek dat wij nog zullen houden.
    Bij ieder natuurgebied dat zo’n grutto bezoekt krijgt hij een stempeltje. Ook ontvangt hij daar een voedselpakketje waarmee hij normaal gesproken de tocht naar het volgende stempelpunt kan overbruggen. Dat stempelen levert bovendien werk op voor tientallen van onze dankbare vrijwilligers.
    Als de grutto elf stempeltjes verzameld heeft, krijgt de grutto geheel op onze kosten een gratis retourreis naar zijn land van herkomst aangeboden. De rest mag hier wederom geheel gratis van onze bekende gastvrijheid blijven profiteren. Dat zal toch niet lang duren.

    Voorwaar een geniaal idee: Beter één ei van Columbus dan 11 grutto eieren in ons turbogras.

  2. Oeds

    17 januari 2008 op 12:50

    “De drie T’s: Technologie, Talent en Tolerantie zijn van vitaal belang.”
    Ja, nu snap ik tenminste waarom het in dit land zo heerlijk rustig blijft toegaan. Terwijl de wereld in een razende vaart aan ons voorbij trekt.
    Als hier een nieuw iemand, bijv. een niet-autochtoon, zijn kop boven het maaiveld uitsteekt dan wordt daar ogenblikkelijk tegenaan getrapt. Alleen voor de ons al bekende koppen is hier een plaats.
    De querulant kruipt na deze correctie vervolgens geheel uit zichzelf in zijn schulp en de oneffenheid wordt heel netjes geëgaliseerd.
    Zo blijft het overal kraakhelder, schoon en glad als ijs.
    Ook de tien Afrikaantjes in onze voortuin weten ook waar zij aan toe zijn. Zij blijven daardoor strak in hun gelid staan.
    Dat geeft ons tenminste zekerheid, anders wordt het maar een rotzooi. Aardewerk is paardenwerk.
    Waar haal je anders heden ten dage je zekerheid nog vandaan?
    De overal gelezen L.C. orkestreert als géén andere krant als een hoofdaannemer heel efficiënt dit egaliserende klimaat. Het is daarom mijn vluchthaven, mijn capsule. Ik kan er precies in lezen wat ik zelf vind van al die rotzooi die ik op de tv zie. Hulde aan de L.C..

  3. Floris V

    17 januari 2008 op 21:42

    Tot nu toe kende ik Fort Europa als hét gratuite begrip van gemakzuchtige, politiek correcten om ermee hun graatzuiverheid mee aan te tonen. Ik heb te lang en te vaak tussen deze ego’s verkeerd om te geloven dat zij meer doen dan praatjes verkopen. Van hen is geen financiële hulp noch vrij,willigerswerk noch andere vormen van hulp te verwachten, anders dan de plichtmatige giro van hooguit 15,- voor degenen met wie zij zo luidkeels begaan zijn.Waarom zou de niet-autochtoon maaivelder plus z’n grote talenten niet in zijn/haar land van herkomst inzetten, als daad van solidariteit? Solidariteit pur sang en als uitzondering een keer niet bevoogdend en een keer niet bevoogdend.
    Zelfs tolerant vanuit het perspectief van de maaivelder.

  4. Oeds

    17 januari 2008 op 23:49

    @ Floris V
    De meeste niet-autochtonen hier in Fryslan, dus de Hollanders, hebben gelukkig ook hun talent in in Holland ingezet of doen dat nog.
    Dat is jammer voor Fryslan lijkt mij, maar ja die Tolerantie of beter dat gebrek daaraan, dat is nou juist het punt hier.

  5. Huub Mous

    18 januari 2008 op 00:36

    En daarmee heeft Oeds een punt, lijkt mij. Op deze T (van tolerantie) van Florida scoort Friesland laag, waardoor weinig creatief talent  deze kant op komt.

  6. kirsten

    18 januari 2008 op 19:20

    Tja.. Tismewat

  7. Huub Mous » Creativiteit en management

    29 augustus 2008 op 09:57

    [...] goeroes hebben iets met elkaar, terwijl ze ook hemelsbreed van elkaar verschillen. Beiden hebben ideeën het over het inschakelen van menselijke creativiteit in een stedelijke context. Florida is de [...]

  8. Huub Mous » Zonder kunstenaars red je het niet

    24 september 2009 op 09:45

    [...] jaar schreef ik op dit blog een aantal artikelen over de theorie van Richard Florida.Het probleem zit mede in de heiligverklaring van zijn theorie. Van de creatieve industrie worden [...]

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)