<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
		>
<channel>
	<title>Reacties op: Le Roy, tijd en tegencultuur</title>
	<atom:link href="http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Thu, 09 Feb 2012 18:16:26 +0000</lastBuildDate>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
	<item>
		<title>Door: Huub Mous &#187; In het spoor van Bergson</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/comment-page-1/#comment-94859</link>
		<dc:creator>Huub Mous &#187; In het spoor van Bergson</dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Feb 2010 07:47:05 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/#comment-94859</guid>
		<description>[...] autonoom proces van biologisch vitale aard aan ten grondslag ligt, zoiets als het élan vital van Henri Bergson, dat niet alleen al het organische maar ook al het anorganische doordringt. Het is een wereldbeeld [...]</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>[...] autonoom proces van biologisch vitale aard aan ten grondslag ligt, zoiets als het élan vital van Henri Bergson, dat niet alleen al het organische maar ook al het anorganische doordringt. Het is een wereldbeeld [...]</p>
]]></content:encoded>
	</item>
	<item>
		<title>Door: kirsten</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/comment-page-1/#comment-26795</link>
		<dc:creator>kirsten</dc:creator>
		<pubDate>Sat, 12 Jan 2008 21:28:21 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/#comment-26795</guid>
		<description>zolang de oude structuren werkzaam blijven, zoals bijv. het geloof in een idee, zal de wisselwerking van cultuur en tegencultuur voort gaan.. de opkomst van een nieuwe cultuur, een tegencultuur, ontstaat vanuit een mutatie vergelijkbaar met darwin&#039;s theorie die stelt dat mutaties noodzakelijk zijn in het overlevingsproces.. de mutatie is een doorbraak uit een, ten dode opgeschreven, bestaande cultuur.. de mutatie ontstaat vanuit individuele inzichten die samen een tegenbeweging veroorzaken.. soms sterft de &#039;nieuwe&#039; cultuur vanwege te weinig levensvatbaarheid uit.. vaak sterft een tegenbeweging tegelijk met het overlijden van het individu waarin het plaats vond.. soms echter krijgt de tegencultuur meer en meer navolgers en/of aanhangers en dus meer en meer vorm met direct het gevaar van stagnering en dogmatisering zogauw het levende inzicht wordt bevroren in een &#039;idee&#039; of &#039;ideaal&#039;.. oftewel het ontstaan van een nieuwe cultuur draagt zijn eigen ondergang al in zich.

hoe daaraan te ontkomen ? 
bestaat er een immanente trancedente cultuur ?
of is dat een contradictie in terminis..
kunnen we spreken van een individuele cultuur ?</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>zolang de oude structuren werkzaam blijven, zoals bijv. het geloof in een idee, zal de wisselwerking van cultuur en tegencultuur voort gaan.. de opkomst van een nieuwe cultuur, een tegencultuur, ontstaat vanuit een mutatie vergelijkbaar met darwin&#8217;s theorie die stelt dat mutaties noodzakelijk zijn in het overlevingsproces.. de mutatie is een doorbraak uit een, ten dode opgeschreven, bestaande cultuur.. de mutatie ontstaat vanuit individuele inzichten die samen een tegenbeweging veroorzaken.. soms sterft de &#8216;nieuwe&#8217; cultuur vanwege te weinig levensvatbaarheid uit.. vaak sterft een tegenbeweging tegelijk met het overlijden van het individu waarin het plaats vond.. soms echter krijgt de tegencultuur meer en meer navolgers en/of aanhangers en dus meer en meer vorm met direct het gevaar van stagnering en dogmatisering zogauw het levende inzicht wordt bevroren in een &#8216;idee&#8217; of &#8216;ideaal&#8217;.. oftewel het ontstaan van een nieuwe cultuur draagt zijn eigen ondergang al in zich.</p>
<p>hoe daaraan te ontkomen ?<br />
bestaat er een immanente trancedente cultuur ?<br />
of is dat een contradictie in terminis..<br />
kunnen we spreken van een individuele cultuur ?</p>
]]></content:encoded>
	</item>
	<item>
		<title>Door: Huub Mous</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/comment-page-1/#comment-26786</link>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
		<pubDate>Sat, 12 Jan 2008 16:07:32 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/#comment-26786</guid>
		<description>Kant maakt een elementair onderscheid tussen de eindigheid van de menselijke kennis de oneindigheid van een in wezen onkenbare wereld. Die zelfbegrenzing van de mens kwam voort uit een wijze van denken, waarbij de tijd en ruimte, als constituerende voorwaarden voor het bewustzijn in feite tussen haakjes werden geplaatst. Zo ontstond een kloof tussen het ik en de wereld, tussen noodzakelijkheid en vrijheid, en uiteindelijk ook tussen natuur en cultuur. Het was een kloof die sinds Kant alleen nog de door de kunst kon worden gedicht of door de filosofie van het leven. In zijn boek ‘Retourtje  Mondriaan (2003) verwijst Le Roy  naar Schelling  die met zijn ‘Ideeën zur Philosophie der Natur’(1797)  in feite als aartsvader van de levensfilosofie kan worden beschouwd (misschien nog wel meer dan Goethe). Schelling ordent de natuur op grond van haar potenties en  beschouwt haar als één organisme. ‘Materie en geest beschouwde hij als elkaar doordringende verschijningsvormen, als twee aspecten van één wereldproces.’ (Le Roy, 2003, p. 169).

Filosofen als Dilthey en Bergson hebben de levensfilosofie rond 1900 als een nieuw fundament willen nemen als reactie tegen  het overheersende materialisme en positivisme van de 19de eeuw. Er werd een brug geslagen tussen natuur en geschiedenis, tussen kennis en wording, tussen geest en materie, tussen het anorganische en het organische. Interessant daarbij is dat er  zo een nieuw begrip van ‘immanente transcendentie’ ontstond. Het leven zou van binnenuit ‘bezield’ zijn door een soort vage geestelijke kracht die doelgericht is. Dit teleologisch denken was een anti-darwinistisch. Darwin ontkent immers de immanente doelgerichtheid van de evolutie. Daarmee keert een begrip van Aristoteles terug, waar de toenmalige natuurwetenschap nog geen raad mee wist. Ernst Mach is een uitzondering, omdat hij zocht naar een brug tussen het organische en anorganische en ook naar grote ontwikkelingsmodellen die de entropie in de natuur konden verklaren. Mach dacht na over de richting van de tijd, die in zijn optiek ook omkeerbaar zou kunnen zijn. Er zouden op lange termijn golfbewegingen bestaan van entropie, waarbij de tijd van richting veranderde. Hoe dan ook, natuur en geschiedenis kregen door dit soort gedachten haast ongemerkt ook een &#039;telos&#039;, een doel dat in de samenhang der dingen gegeven is. Dit denken had ook iets holistisch. Dilthey spreekt in dit verband over ‘der immanent-teleologischen Charakter der geistigen Wirkungszusammenhänge’ (Zie ook:  Jos de Mul, De tragedie van de eindigheid, Ditheys hermeneutiek van het leven, 1993).

Door dit soort gedachten over een immanente transcendentie is de levensfilosofie in de loop van de 20 ste eeuw in een verkeerd daglicht komen te staan. Het begrip “Bestimmung’ sloop binnen bij Heidegger. Maar los daarvan, deze  opvatting van immanente transcendentie  is inmiddels  wetenschappelijk gezien volgens velen onhoudbaar geworden. De ontdekkingen van Crick en Watson over de materiële bouwstenen van  erfelijkheid en evolutie maakten de gedachte aan een immanente transcendentie als een vitale levenskracht  die de natuur draagt en voortstuwt overbodig. Toch is er al met al iets tussen wal en schip verdwenen. In het denken van Prigogine wordt de tijd opnieuw uit zijn ballingschap bevrijd. Hij ziet de richting van de tijd als onomkeerbaar. De haakjes aan weerszijden van de (t) – tijd was door Kant tussen haakjes geplaatst - worden weer weggehaald. De tijd wordt ontrukt zijn laatste schuilplaats in de metafysica en teruggegeven aan de zelforganiserende stroom van het leven in een open en altijd voortdurend proces van complexe dynamische systemen. Die systemen organiseren zichzelf volgens wetten die langzaam aan het licht komen. Ook in het debat over Intelligent Design keert deze problematiek terug. De schijnbare &#039;doeloorzaak&#039; van sommige zeer complexe ontstaansprocessen in de cel kunnen niet of nauwelijks van darwinistische theorieën verklaard worden. Er lijkt iets immanent teleologisch in de natuur aanwezig te zijn, maar dan als eigenschap van een samenhangend stelsel van zeer complexe dynamische systemen. Daardoor keert een oude problematiek vandaag de dag in een nieuwe gedaante terug.</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>Kant maakt een elementair onderscheid tussen de eindigheid van de menselijke kennis de oneindigheid van een in wezen onkenbare wereld. Die zelfbegrenzing van de mens kwam voort uit een wijze van denken, waarbij de tijd en ruimte, als constituerende voorwaarden voor het bewustzijn in feite tussen haakjes werden geplaatst. Zo ontstond een kloof tussen het ik en de wereld, tussen noodzakelijkheid en vrijheid, en uiteindelijk ook tussen natuur en cultuur. Het was een kloof die sinds Kant alleen nog de door de kunst kon worden gedicht of door de filosofie van het leven. In zijn boek ‘Retourtje  Mondriaan (2003) verwijst Le Roy  naar Schelling  die met zijn ‘Ideeën zur Philosophie der Natur’(1797)  in feite als aartsvader van de levensfilosofie kan worden beschouwd (misschien nog wel meer dan Goethe). Schelling ordent de natuur op grond van haar potenties en  beschouwt haar als één organisme. ‘Materie en geest beschouwde hij als elkaar doordringende verschijningsvormen, als twee aspecten van één wereldproces.’ (Le Roy, 2003, p. 169).</p>
<p>Filosofen als Dilthey en Bergson hebben de levensfilosofie rond 1900 als een nieuw fundament willen nemen als reactie tegen  het overheersende materialisme en positivisme van de 19de eeuw. Er werd een brug geslagen tussen natuur en geschiedenis, tussen kennis en wording, tussen geest en materie, tussen het anorganische en het organische. Interessant daarbij is dat er  zo een nieuw begrip van ‘immanente transcendentie’ ontstond. Het leven zou van binnenuit ‘bezield’ zijn door een soort vage geestelijke kracht die doelgericht is. Dit teleologisch denken was een anti-darwinistisch. Darwin ontkent immers de immanente doelgerichtheid van de evolutie. Daarmee keert een begrip van Aristoteles terug, waar de toenmalige natuurwetenschap nog geen raad mee wist. Ernst Mach is een uitzondering, omdat hij zocht naar een brug tussen het organische en anorganische en ook naar grote ontwikkelingsmodellen die de entropie in de natuur konden verklaren. Mach dacht na over de richting van de tijd, die in zijn optiek ook omkeerbaar zou kunnen zijn. Er zouden op lange termijn golfbewegingen bestaan van entropie, waarbij de tijd van richting veranderde. Hoe dan ook, natuur en geschiedenis kregen door dit soort gedachten haast ongemerkt ook een &#8216;telos&#8217;, een doel dat in de samenhang der dingen gegeven is. Dit denken had ook iets holistisch. Dilthey spreekt in dit verband over ‘der immanent-teleologischen Charakter der geistigen Wirkungszusammenhänge’ (Zie ook:  Jos de Mul, De tragedie van de eindigheid, Ditheys hermeneutiek van het leven, 1993).</p>
<p>Door dit soort gedachten over een immanente transcendentie is de levensfilosofie in de loop van de 20 ste eeuw in een verkeerd daglicht komen te staan. Het begrip “Bestimmung’ sloop binnen bij Heidegger. Maar los daarvan, deze  opvatting van immanente transcendentie  is inmiddels  wetenschappelijk gezien volgens velen onhoudbaar geworden. De ontdekkingen van Crick en Watson over de materiële bouwstenen van  erfelijkheid en evolutie maakten de gedachte aan een immanente transcendentie als een vitale levenskracht  die de natuur draagt en voortstuwt overbodig. Toch is er al met al iets tussen wal en schip verdwenen. In het denken van Prigogine wordt de tijd opnieuw uit zijn ballingschap bevrijd. Hij ziet de richting van de tijd als onomkeerbaar. De haakjes aan weerszijden van de (t) – tijd was door Kant tussen haakjes geplaatst &#8211; worden weer weggehaald. De tijd wordt ontrukt zijn laatste schuilplaats in de metafysica en teruggegeven aan de zelforganiserende stroom van het leven in een open en altijd voortdurend proces van complexe dynamische systemen. Die systemen organiseren zichzelf volgens wetten die langzaam aan het licht komen. Ook in het debat over Intelligent Design keert deze problematiek terug. De schijnbare &#8216;doeloorzaak&#8217; van sommige zeer complexe ontstaansprocessen in de cel kunnen niet of nauwelijks van darwinistische theorieën verklaard worden. Er lijkt iets immanent teleologisch in de natuur aanwezig te zijn, maar dan als eigenschap van een samenhangend stelsel van zeer complexe dynamische systemen. Daardoor keert een oude problematiek vandaag de dag in een nieuwe gedaante terug.</p>
]]></content:encoded>
	</item>
	<item>
		<title>Door: philippus breuker</title>
		<link>http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/comment-page-1/#comment-26777</link>
		<dc:creator>philippus breuker</dc:creator>
		<pubDate>Sat, 12 Jan 2008 13:04:19 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/2008/01/12/ler-roy-tijd-en-tegencultuur/#comment-26777</guid>
		<description>”Es kann die Spur von meinen Erdentagen/ Nicht in Aeonen untergehn”. Als kenner van de poëzie van Goethe zal het hem niet zijn ontgaan dat hier uit de Faust geciteerd wordt.  Het is voor Postma’s poëzie een uitermate kenmerkende gedachte. 
Verwante ideeën zou hij vastleggen in aantekeningen uit Georg Simmel’s Lebensphilosophie (ed. 1922), wanneer precies is moeilijk te zeggen, maar niet voor 1922 dus.  Bij hem vond hij het idee dat het leven in zijn transcendente vorm bestond uit een symbiotische eenheid van continue levensstroom en begrensde individualiteit.  Dat moet hem zeer hebben aangesproken. Zijn eigen poëzie was van die gedachte vervuld en zou dat juist vanaf 1922 nog meer worden doordat het idee historische verdieping kreeg. 
Ik haal enkele typerende aantekeningen van Postma uit Simmel aan: Het bewustzijn gaat buiten het concrete onmiddellijke leven en bekijkt het van buiten; (citaat van Simmel) ”Mit dieser Bewegung in die Transzendenz seiner selbst erst zeigt sich der Geist als das schlechthin Lebendige”; realiteit haftet aan het tegenwoordige, is dus niets tijdelijks … er zit veel individueels in; dus Leven = existenzart, ”die ihre Realität nicht auf den Gegenwartsmoment beschränkt” (met de toevoeging van Postma, die niet in Simmel voorkomt: mech[anica] ook niet door tegenw. coord. bepaald, maar ook f(t) noodig); het grondwezen van het leven is weer deze functie van transzendieren en die [d.i. dat transcenderen] als één leven actualiseert wat door gevoelen, begriplijkheid in dualisme van continue levensstrooming en individueel gesloten vorm gesplitst wordt. - Curieus is tenslotte wat er gebeurde met deze belangrijke, later nog eens aangestreepte notitie: “dit werkelijke is niet meer ongedaan te maken, ”bleibt ein überzeitlich unwiderrufliches Wertplus des Daseinsganzes.” Postma zou ze in 1953 namelijk overnemen in wat zijn credo over het verleden mag heten en kon zijn eigen schrift niet lezen. Zo werd Wertplus (Simmel had het alleen over de onsterfelijke prestaties van genieën gehad) Wertplan, iets wat ook beter bij hem paste: ”Het verleden blijft een boventijdelijk altijd onherroepelijk iets in het Wertplan des Daseinganses. Het geheel is de gehele geschiedenis van het bestaande. Er komt dus steeds iets bij, maar het latere is niet belangrijker dan het eerdere. Belangrijk is wat het meeste gevolgen heeft.” 
 (uit mijn &quot;Obe Postma, dichter van de sublieme ervaring&quot;; te verschijnen)</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>”Es kann die Spur von meinen Erdentagen/ Nicht in Aeonen untergehn”. Als kenner van de poëzie van Goethe zal het hem niet zijn ontgaan dat hier uit de Faust geciteerd wordt.  Het is voor Postma’s poëzie een uitermate kenmerkende gedachte.<br />
Verwante ideeën zou hij vastleggen in aantekeningen uit Georg Simmel’s Lebensphilosophie (ed. 1922), wanneer precies is moeilijk te zeggen, maar niet voor 1922 dus.  Bij hem vond hij het idee dat het leven in zijn transcendente vorm bestond uit een symbiotische eenheid van continue levensstroom en begrensde individualiteit.  Dat moet hem zeer hebben aangesproken. Zijn eigen poëzie was van die gedachte vervuld en zou dat juist vanaf 1922 nog meer worden doordat het idee historische verdieping kreeg.<br />
Ik haal enkele typerende aantekeningen van Postma uit Simmel aan: Het bewustzijn gaat buiten het concrete onmiddellijke leven en bekijkt het van buiten; (citaat van Simmel) ”Mit dieser Bewegung in die Transzendenz seiner selbst erst zeigt sich der Geist als das schlechthin Lebendige”; realiteit haftet aan het tegenwoordige, is dus niets tijdelijks … er zit veel individueels in; dus Leven = existenzart, ”die ihre Realität nicht auf den Gegenwartsmoment beschränkt” (met de toevoeging van Postma, die niet in Simmel voorkomt: mech[anica] ook niet door tegenw. coord. bepaald, maar ook f(t) noodig); het grondwezen van het leven is weer deze functie van transzendieren en die [d.i. dat transcenderen] als één leven actualiseert wat door gevoelen, begriplijkheid in dualisme van continue levensstrooming en individueel gesloten vorm gesplitst wordt. &#8211; Curieus is tenslotte wat er gebeurde met deze belangrijke, later nog eens aangestreepte notitie: “dit werkelijke is niet meer ongedaan te maken, ”bleibt ein überzeitlich unwiderrufliches Wertplus des Daseinsganzes.” Postma zou ze in 1953 namelijk overnemen in wat zijn credo over het verleden mag heten en kon zijn eigen schrift niet lezen. Zo werd Wertplus (Simmel had het alleen over de onsterfelijke prestaties van genieën gehad) Wertplan, iets wat ook beter bij hem paste: ”Het verleden blijft een boventijdelijk altijd onherroepelijk iets in het Wertplan des Daseinganses. Het geheel is de gehele geschiedenis van het bestaande. Er komt dus steeds iets bij, maar het latere is niet belangrijker dan het eerdere. Belangrijk is wat het meeste gevolgen heeft.”<br />
 (uit mijn &#8220;Obe Postma, dichter van de sublieme ervaring&#8221;; te verschijnen)</p>
]]></content:encoded>
	</item>
</channel>
</rss>

