Achter de spiegel

Sinds gistermiddag heb ik een nieuwe bril op mijn neus. Nee, ik laat hem nog niet zien. Ik moet er eerst zelf aan wennen. Een nieuwe bril is altijd een ingrijpend gebeuren, dat je zelfbeeld doet veranderen. Sterker nog, een nieuwe bril transformeert je identiteit. ‘Esse est percipi’. Zijn is gezien worden. Dat geldt bij uitstek voor een bril. Op zich is dat vreemd, omdat je die eigen bril zelf nauwelijks ziet, behalve als je in de spiegel kijkt natuurlijk. Nu kijk ik niet zo vaak in de spiegel, maar ik realiseer mij dat ik een spiegelbeeld van mezelf eigenlijk altijd met me meedraag. Ik weet ongeveer hoe ik eruit zie, ook als ik niet in de spiegel kijk. Ik heb altijd een soort imaginaire cameraman naast me lopen die een beeld van mezelf voortdurend op een mentale monitor laat verschijnen. Dat is mijn denkbeeldige spiegelbeeld. Misschien is het ‘ik” van mijn bewustzijn niets anders dan een denkbeeldig spiegelbeeld van een ‘ik’ dat op zichzelf helemaal niet bestaat.

Ik realiseerde mij dit, toen ik gisteren bij de opticien even in de spiegel keek. Opzij hing nog een andere spiegel, zodat ik mezelf ook van opzij kon zien, vanuit een hoek die ikzelf nooit te zien krijg, maar een ander wel. Dit effect is heel makkelijk na te bootsen door met een handspiegel voor je hoofd met je rug naar een grote spiegel te gaan staan, bijvoorbeeld die boven de wastafel. Dan zie jezelf als door een camera, dus niet recht in de ogen, maar vanuit een onverwachte hoek. Het resultaat kan ontluisterend zijn. Je ziet opeens bijvoorbeeld wat een rare neus je hebt. Ikzelf heb een nogal stompe neus. Of beter gezegd, een afgezaagde neustop. Dat heb ik van mijn moeder geërfd, die had dat ook.

Een paar jaar geleden moest ik een tentoonstelling openen in Galerie Bloemrijk Vertrouwen in Oudkerk. Het bijzondere van die galerie is dat één lange wand van de ruimte compleet met een spiegel is bekleed. Ik ging daar dus vóór staan in de wetenschap dat de meeste mensen een dubbel beeld van mijzelf zagen. Dat wil zeggen, een deel van mijn voorkant, maar ook een deel van mijn achterkant. Het werk op de tentoonstelling vond ik niet zo bijzonder, dus ik heb toen maar een verhaal gehouden over dit spiegeleffect. Dit ging als volgt.

‘Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik moet altijd even wennen, als ik deze ruimte binnenkom. Opeens zie ik iemand die sprekend lijkt op mijzelf en precies dezelfde kant op loopt als ik. Elke keer vergeet ik weer dat die wonderlijke dubbelganger mijn eigen spiegelbeeld is. De spiegel geeft aanleiding tot een vreemde gewaarwording. Je verwacht zoiets niet. Zoiets hoort ook meer thuis in een balletzaal dan in en galerie. Maar deze galerie is dan ook niet zomaar een ruimte die open gesteld is voor kunst. Alleen de naam al geeft aan dat het om iets bijzonders moet gaan. Het lijkt of twee uitdrukkingen in elkaar zijn geschoven. ‘Blind vertrouwen’ en ‘bloemrijke taal’. Hoe het ook zij, je kunt hier wat anders dan anders verwachten. Dat wil zeggen, iets anders dat toch weer hetzelfde lijkt, zoals je spiegelbeeld nooit een kopie is van je eigen gestalte. Het is altijd net even anders.

‘Spiegelbeeld’, dat had misschien ook een passender naam voor deze ruimte kunnen zijn. Een tikkeltje gewoner, een beetje minder bloemrijk misschien, maar wel degelijk op zijn plaats. En trouwens, zo gewoon is een spiegelbeeld nu ook weer net. Ik weet niet of u het ooit is opgevallen, maar er is iets vreemds aan de hand met uw eigen spiegelbeeld. Als u uw rechterhand opsteekt, steekt uw spiegelbeeld zijn linkerhand op. Daar is op zich niets mis mee. Alles wat bij u immers aan de linker kant zit, zit bij uw spiegelbeeld rechts en omgekeerd. Maar nu komt het. Als alles in de ‘links-rechts-as’ omgekeerd zit, waarom zit het hoofd van uw spiegelbeeld dan niet op de plaats waar bij u de schoenen zitten? En de schoenen van uw spiegelbeeld, waarom zitten die niet op de plaats van uw hoofd? Met andere woorden, waarom is uw spiegelbeeld alleen in horizontale richting een spiegelbeeld en net in verticale richting.

We gaan er vanuit dat de wereld logisch in elkaar zit, maar dit lijkt toch een foutje van de natuur te zijn. Ik zal u de oplossing van dit raadsel niet verklappen. Misschien kunt u straks nog eens goed in de spiegel kijken en vaststellen dat er inderdaad iets niet klopt. Het bloemrijke vertrouwen waarmee u binnenkwam, is opeens een beetje beschaamd. De wereld is misschien toch ingewikkelder dan je soms op het eerste gezicht denkt. Alles is anders en toch weer hetzelfde. Alles lijkt hetzelfde en is toch weer anders. Zo is het ook een beetje met deze tentoonstelling….’

Vervolgens heb ik uiteraard nog iets over het werk gezegd van de exposerende kunstenaar. Maar de aanwezigen leken na afloop van mijn verhaal daar nauwelijks nog oog voor te hebben. Mensen ging zichzelf uitgebreid voor de spiegel zitten bekijken. Ik zag sommigen zelfs en hand opsteken en met hun voet bewegen. Anderen bogen zich voorover en begonnen met hun kont te draaien. Het was een komische vertoning die me sterk aan een scène uit een film van de Marx Brothers deed denken.

Uiteindelijk vormden zich groepjes die uitgebreid begonnen te discussiëren over de vraag waarom hun handen en voeten in de spiegel links-rechts van plaats verwisselden, maar hoofd en voeten boven en onder op hun plaats bleven zitten. Ik heb de oplossing uiteraard niet verklapt, zoals ik dat nu ook niet zal doen. Ik had dit raadsel ook niet niet zelf bedacht, maar ooit gelezen in een boek van Daniel Dennet en Douglas Hofstadter ‘The Minds I, fantasies and reflections on self and soul’.

Toen ik vanmiddag de opticien uitliep en alle takjes in de bomen weer even scherp zag als voorheen, verbeeldde ik mij even, dat ik niet mezelf was, maar mijn eigen spiegelbeeld dat achter de spiegel vandaan was gekropen. Mijn linker hand was voortaan mijn rechter en mijn rechter mijn linker. Gelukkig zat mijn hoofd nog altijd boven en mijn voeten onder, maar opeens drong het met een schok tot mij door, dat iedereen om me heen op zijn kop liep. Sterker nog, ik liep zelf op mijn kop en zag de anderen ‘upside-down’. De spiegel had dus toch gelijk. Mijn spiegelbeeld staat op zijn kop, maar ik vergeet telkens weer dat ik een halve radslag voorover moet maken, om precies zo te zijn, zoals het achter de spiegel is.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)