Bezielde vorm

De ontdekking van de ‘bezielde vorm’ met een intrinsieke waarde – los van een directe verwijzing naar de wereld of een weerspiegeling van de werkelijkheid – was cruciaal voor het ontstaan van de moderne kunst. Het verstaan van deze ‘bezielde vorm’ zou en kwestie zijn van ‘Einfühlen’, een proces dat zich louter en alleen afspeelt op het vlak van de visuele waarneming en een daarbij horend mentaal register. Rond 1900 ging de esthetica op het terrein van de beeldende kunst zich steeds meer beperken tot het herkennen van een esthetische waarde in louter formele beeldorganisaties. Dit puur visuele spel van de geest kon tot een spirituele vorm van zelfgenot leiden of zelfs – in de hoogtijdagen van de abstractie – tot een vorm van op handen zijnde transcendente onthullingen.
De bron van deze ‘Einfühlungstheorie van de kunst’ ligt bij Conrad Fiedler (1841-1895). Het kunstwerk, zo stelde hij, is als uit zichzelf te creëren als iets dat in zijn eigen vorm zichtbaar los en niet naar een geestelijke inhoud buiten het kunstwerk zelf verwijst. Daarmee nam Fiedler (zie foto) definitief afscheid van de mimesis – de weerspiegeling van de wereld – als basis van de esthetica. De autonomie van het kunstwerk was definitief tot stand gekomen. Fiedlers ontdekking van de bezielde vorm geldt dan ook als sleutel voor het ontstaan van de moderne kunst. Met zijn idealistische kunsttheorie, die teruggaat op Kant, keerde hij zich tegen het positivisme, dat de wetenschap van negentiende eeuw beheerste.
De moderne kunst is ontstaan door een onoverbrugbare geworden kloof tussen natuurwetechap en geesteswetenschap, tussen positivisme en idealisme. Daardoor groeide het besef dat het kunstwerk geen illusionistisch venster op de wereld is, maar een wereld in zich zelf. ’Sehen is nicht sehen, sehen ist erkennen”, zo stelde Fiedler kort en bondig. Kunst moet niet de natuur nabootsen, maar de plaats van natuur innemen. Door kunst immers kan de mens de natuur begrijpen. Het zijn de begaafde eenlingen, de kunstenaars, die kunst iedere keer weer en in elke tijd opnieuw esthetisch creëren vanuit zichzelf.


Door deze intrinsieke en formele benadering van het kunstwerk werd de kunst dan ook historisch vergelijkbaar. Vanuit de optiek van Fiedler wordt het begrijpelijk dat een schilderij van Picasso op één lijn ligt met een Romaans Madonnabeeld of een Afrikaans masker. Ze hebben vergelijkbare formele organisaties, al stellen ze heel iets anders voor. De hoeren in het schilderij ‘Les demoiselles d’Avignon’ hebben inhoudelijk niets van doen met een vroeg middeleeuwse Maria met de Verlosser op haar schoot, maar in de formele weergave ligt een gelijkenis. Dat wil zeggen, in de bezielde vorm, die altijd opnieuw is in te voelen. In die zin vormt de moderne kunst geen breuk met het verleden, maar komen heden en verleden in het moderne kunstwerk juist op één lijn te liggen. Het moderne kunstwerk is universeel, doordat de bezielde vorm zelf de inhoud is geworden.
Vanuit Fiedlers visie kwam er ook belangstelling op voor stijlperioden, waarin de getrouwe weergave van de werkelijkheid ondergeschikt werd gemaakt aan de vorm, zoals de vroegchristelijke en byzantijnse kunst, de gotiek en het maniërisme. In die zin heeft de moderne kunst altijd al bestaan. Sterker nog, moderne kunst is zo oud als de kunst zelf. Ook Wilhelm Worringer (1818-1965) benadrukte in zijn boek ‘Abstraktion und Einfühlung’ (1907) het belang van het direct intuïtief ervaren van de vorm. De intuïtie kwam bij hem centraal te staan bij de ervaring van het kunstwerk. Kunst komt voort uit een oerdrift en zou met een verlangen naar een getrouwe weergave van natuur (de mimesis) niets te maken hebben.

Integendeel, kunst zou zijn voortgekomen uit angst, de oerervaring van de primitieve mens. Die oerervaring van angst heeft de moderne mens met de primitieve mens gemeen. De drang naar abstractie van de vorm komt dan ook voort uit pure angst. Het is een drang om te bezweren. Daardoor werd Picasso’s herwaardering van de primitieve kunst mogelijk. Angst is primitief en modern. De rauwe expressie van de vorm is een poging tot herstel van een elementaire crisis in de ervaring van de werkelijkheid.
Huub Mous » De krijtrotsen van Rügen
18 april 2013 op 16:31
[...] sehen. Sehen ist erkennen’, schreef Conrad Fiedler later in de negentiende eeuw (zie mijn blog De bezielde vorm). Met die woorden werd de basis gelegd voor de abstracte kunst en daarmee voor het modernisme. Om [...]