There is an island

Ik mag de oorlog dan niet hebben meegemaakt, de jaren zestig heb ik redelijk intensief beleefd. Sterker nog, die jaren zitten als dikke ringen in de boomstam van mijn leven. Eigenlijk is dat roerige decennium niet alleen het keerpunt geweest voor mijn generatie. Het is achteraf bezien ook een soort lakmoesproef om te testen of je wel deugt. ‘Wat deed jij in de oorlog, papa?’, vroegen wij babyboomers aan onze vaders? Wat deden wij in de jaren zestig, dat zouden wij onszelf moeten afvragen. Het decennium waarin alles op zijn kop kwam te staan. Het was, zoals Bob Dylan zei, alsof ergens een vliegende schotel was geland. Niet dat mijn bijdrage aan de revolutie van destijds zo opzienbarend is geweest, maar ik hoef in ieder geval niet te zeggen, dat ik mijn kop in het zand heb gestoken. Maar ach, wat stelt het allemaal voor. Jongens waren we, maar aardige jongens.
.
Eind jaren zestig raakte ik bij toeval betrokken bij een aantal historische gebeurtenissen. Zo heb ik de nadagen van de meirevolutie van 1968 in Parijs als ooggetuige kunnen meebeleven. In mei 1969 raakte ik me min of meer per ongeluk verzeild in de bezetting van het Maagdenhuis in Amsterdam, waarvan ik de eerste nacht heb meegemaakt. Maandagavond 16 mei 1969 hoorde ik dat het Maagdenhuis bestormd zou worden. Inzet van de strijd was het medebeslissingsrecht op alle niveaus in het bestuur van de universiteit (one men, one vote). Eenmaal ter plekke zag ik Ton Regtien aan de voorkant een raam forceren en naar binnen kruipen. Naast hem stond Paul Verheij, de zoon van de toenmalige CPN-wethouder van Amsterdam: Harry Verhey. Het generatieconflict in een notendop. De politie stond erbij en keek er naar. Professor Belinfante, de rector magnificus, probeerde de bezetters nog met een megafoon van gedachten te doen veranderen. Vergeefs.

Ik ben mee naar binnen gegaan. Dat deed iedereen trouwens die daar bij was. ‘s Nachts was het een dolle boel binnen. Er werd gezongen (‘we shall overcome’) en urenlang gediscussieerd. De volgende ochtend ben ik weer naar huis gegaan om wat te eten. Toen ik terugkwam kon je nog via een loopbrug aan de achterkant het Maagdenhuis binnenkomen. Het was een grote puinhoop inmiddels. Iedereen liep in en uit en je kon alles zomaar meenemen. Ik weet nog dat ik mijn voormalige leraar Latijn van het Ignatiuscollege – pater Bremer SJ tegenkwam die inmiddels aan de universiteit doceerde. Hij was diep geschokt, vooral ook omdat hij zag dat ik meedeed aan dit barbaars gebeuren. (‘Et tu Brutus?’, maar dat zei hij niet). Iedereen jatte van alles mee. Ik heb nog altijd een nummer van Scientific American, dat ik toen uit een leeszaal heb meegenomen. Het was de tijd van het proletarisch winkelen, dus daar deed je niet moeilijk over.

Ik ben niet lang meer gebleven en toen ik terugkwam was het pand hermetisch afgesloten door een cordon ME-ers. Op een van de opnamen van het Polygoonjournaal, die van de bezetting zijn gemaakt, ben ik nog te zien, staande achter dit cordon. Achteraf mag ik van geluk spreken, dat ik uiteindelijk niet in het belegerde Maagdenhuis ben beland. Mijn gedrag was in die tijd nogal onvoorspelbaar. Ik slikte veel medicijnen (o.a. Trilafon, een antipsychotisch middel) en ik weet niet hoe het was afgelopen, als ik de redelijk gewelddadige ontruiming had moeten meebeleven. Een enorme politiemacht maakte op 21 mei een einde aan de bezetting. Ik ben dus ook niet veroordeeld in het latere proces. Dat heb ik altijd wat jammer gevonden, want het was destijds een eer als je de Maagdenhuisbezetting op je strafblad had.

Minder onschuldig was mijn bemoeienis met de bezetting van mijn parochiekerk, de Martelaren van Gorkum in Amsterdam Watergraafsmeer. Die vond een maand eerder plaats in de Paasnacht op 6 april 1969. Samen met studiegenoot, de marxist Hans Kraan (die later wel veroordeeld zou worden voor de Maagdenhuisbezetting) was ik het brein van deze actie. We waren met zijn vijven dacht ik: Hans Kraan, Herman Klink, Jan Roos, Jet Tocila en ik. Na afloop van de Mis ben ik de preekstoel op geklommen. Ik heb toen alle kerkgangers uitgenodigd om naar de sacristie te komen, die door ons was bezet en waar gediscussieerd zou worden over de rol van de kerk in Zuid Amerika.

De koster draaide al snel het geluid weg. Ongeveer tien mensen kwamen naar de sacristie, waar we ongeveer een half uur gediscussieerd hebben. Toen vond de koster het welletjes en belde de politie. Die heeft ons – geweldloos – uit de kerk verwijderd. Ik weigerde om zo maar weg te gaan en eiste een proces verbaal. Zo kwam het, dat ik als enige nog eventjes heb vastgezeten op het politiebureau in de Linnaeusstraat. Het politierapport leidde er toe, dat onze actie de volgende dag de krant heeft gehaald. Ik werd als enige met initialen genoemd. Na afloop hebben we nog de hele nacht bij mij thuis verder gediscussieerd. Die discussie heb ik op band opgenomen, maar ik heb hem al jaren al niet meer gehoord, want mijn oude bandrecorder is stuk.

De volgende ochtend zijn we teruggegaan naar de kerk en hebben we grote pamfletten op de kerkdeuren geplakt. Deze hebben er niet lang gehangen. Een en ander heeft er wel toe geleid dat er enige weken later (ik dacht op 10 juni 1969) een discussieavond is gehouden in de kerk over de problematiek in Zuid Amerika. Deze discussie stond onder leiding van Ed van Westerloo en werd voorbereid door de actievoerders in nauwe samenwerking met de parochieraad. In 1979 heeft de jeugdsocieteit Omega, nog een reünie gehouden in de kelder onder het koor van de kerk.

trouwen0001.JPG

Die kelder van Omega werd in 1971 verbouwd. Omega week toen een tijdje uit naar de Christus Koning kerk. In dat jaar heb ik ook mijn latere vrouw Marijke ontmoet. Wij trouwden in 1974 in de Martelaren van Gorkum. Bij de huwelijksmis, geleid door pastoor De Reus was popmuziek te horen, wat in die tijd nog niet zo gebruikelijk was. We kozen voor Bob Dylan (I want you) en Renaissance (Island). Marijke en ik vertrokken in 1977 naar Leeuwarden, waar we nog altijd wonen. Hans Kraan woont inmiddels in Maastricht, hij belt nog wel eens. Herman Klink woont ook in Friesland, ik dacht in Oudemirdum, maar ik heb hem al jaren niet meer gezien. De overigen ben ik uit het oog verloren.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)