Het geluid van de wederopbouw
In 1962 werd op de hoek van de Radioweg en de Johannes van der Waalsstraat een bronzen beeld op een sokkel geplaatst. Het was een knielende naakte vrouw die een duif los liet. Het moest ‘Vrede’ verbeelden. Dat is in de buurt niet onopgemerkt gebleven. Vrede of niet, zoveel naaktheid in één keer was voor velen iets teveel van het goede. Twee keer per jaar kreeg het beeld dan ook een wit geschilderde beha aangemeten. Met luilak, dat op de zaterdag voor Pinksteren werd gevierd, en in de nacht van oud en nieuw.
Die acties kwamen voort uit een soort collectief ervaren preutsheid die een uitweg vond in een beschaafde vorm van anoniem vandalisme. Niemand stoorde zich eraan. Na een paar dagen werd de beha gewoon weer weggepoetst. Het was ook een beetje mal beeld. Mijn vader, die in 1962 met pensioen ging, maakte zo nu en dan wel eens een ommetje in de buurt. ‘Waar ben je nu weer geweest?’, zei mijn moeder dan, ‘zeker weer langs het beeld gelopen.’
‘Het beeld’, want zo heette het. Iedereen wist wel welk beeld werd bedoeld. Mijn vader placht dan wijselijk te zwijgen, zodat ik nooit geweten heb of hij inderdaad een buitenechtelijke verhouding met deze bronzen vrouw heeft gehad. Het beeld staat er nog steeds. Met het klimmen der jaren heeft het zijn aanstootgevend karakter geheel verloren. Inmiddels is het een verlaten symbool voor de tijd van de wederopbouw. Doodgewoon en bijna gelukkig. Begin jaren zestig is een periode in mijn leven die ik mij als zeer harmonisch herinner.
De wereld klopte toen nog. Amerika zat nog niet in Vietnam. Kennedy wilde een mens op de maan en gaf de Russen van katoen. Nederland werd steeds welvarender en de toekomst leek een eeuwig durend pespectief van vrede. ‘Een vogel vliegt uit en morgen ben ik de bruid’. ‘Spiegelbeeld vertel eens even…’ In die zin staat dit beeld op zijn plaats. Of beter gezegd, het maakt een pas op de plaats. Als het al iets uitdrukt, dan is het misschien wel een verlaat gevoel van bevrijding.
Onlangs vond een foto van het beeld terug in een boekje over kunst in de openbare ruimte, dat door het stadsdeel Watergraafsmeer is uitgebracht. Over de maker wordt niets vermeld, behalve zijn naam: Hans Reicher. Na wat ‘googelen’ heb ik ontdekt, dat hij nog wat beelden in Amsterdam heeft gemaakt, die allemaal iets met de oorlog van doen hebben. Hij blijkt in 1963 op 68-jarige leeftijd te zijn overleden. Een jaar dus na de plaatsing van dit beeld aan de Radioweg.
Die Radioweg loopt nog altijd helemaal door tot aan de Ringdijk aan de rand van Diemen. Eind jaren vijftig werd het weiland tussen de Johannes van der Waalsstraat en de Kruislaan volgebouwd met flatwoningen. Vijf jaar lang heb ik als jongen in één grote bouwplaats kunnen spelen, tussen achtergelaten betonmolens, kuipen met ongebluste kalk, opgestapelde kozijnen en bakstenen. En niet te vergeten, asbest, want daar werd toen niet zuinig mee omgesprongen. Het geluid van de heimachines dreunt nog altijd na in mijn kop: kaboem…kaboem…kaboem… het geluid van de wederopbouw.
Een stuk opgespoten land bleef nog een tijd lang onbebouwd. Daar voetbalden we altijd met jongens uit de buurt. Soms deed Joop de Kubber mee. Die speelde als prof bij FC. Amsterdam en later bij DWS. In 1952 had hij nog meegespeeld in de beroemde benefietwedstrijd in Parijs voor de slachtoffers van de watersnoodramp in Zeeland. Die prestatie gaf hem voor ons het aureool van een echte held. Hij stond op een ingekleurde elftalfoto (rechts naast keeper Frans de Munck) in een boek van Blue Band over sport in Nederland.

Later kwam ook nog Henk Groot van Ajax tegenover ons wonen, maar die voetbalde nooit mee in de buurt. Het zou me niet verbazen als zijn trainer Rinus Michels hem dat ook uitdrukkelijk verboden had. Kort nadat het beeld was onthuld verdween ook het opgespoten landje. Er werd een huishoudschool gebouwd, de Hadewychschool, en die staat er nog steeds.
Op de panoramafilm van de Radioweg lijkt alles nog hetzelfde. Alleen de populieren van destijds zijn inmiddels gekapt. Het ‘beeld van de vrede’ staat er nu al 45 jaar. Uren, dagen, maanden, jaren vlieden als een schaduw heen. Het is stil. Het geluid van de wederopbouw hoor je niet meer.
Onbesmotst
10 januari 2007 op 09:52
Ik krijg vaak geen respons
van naakte vrouwen in brons
Ik ben nog altijd vrijgezel
Het geeft niet maar veroudert wel.
Huub Mous
10 januari 2007 op 10:54
Loop eens een blokje om
je ziet vast wel een beeld
dat opeens je adem steelt
als is het dan geen seksbom
Onbesmotst
10 januari 2007 op 11:42
U schept een beeld
Dat me enigzins verdeelt
Ook ik zal de bh hanteren
Kan geen vrouw onteren
Mijn libido zit in metaal gevangen
Bronstig doet het mij verlangen
Naar een vrouw van vlees en bloed
Want wie goed doet, goed ontmoet
Huub Mous
10 januari 2007 op 13:46
Het libido kent geen korset
noch van brons, noch van metaal
het is met lust een oud verhaal
slang, boom en uit de tuin gezet
Zo leeft de mens in zonde voort
met heimwee naar het paradijs
De kunst verleidt hem op de reis
van de verbeelding, van het woord
En voert hem voor heel even terug
tot aan de dempel van het Heden
de poort, waar alle lust naar zucht
de weg terug naar ‘t eeuwig Eden
Maar als het werkelijk mocht gebeuren
dat U daar ooit bent aangeland
stuur dan een kaart van eigen hand
en zwijg. Nooit zal ik dan nog zeuren
p van der eijk
3 april 2007 op 16:07
leuk dat u over mijn zwager joop de kubber schrijft. hij woonde indertijd aan de joh. van der waalsstraat. hij is overleden. ik zal mijn zus vertellen dat u zijn gedachtenis in leven houdt
vriendelijke groet
pietvandereijk
Huub Mous
3 april 2007 op 21:11
Hij woonde tegenover ons. Ik woonde op 33, in het oude gedeelte. Ik hoor er van op dat hij overleden is, maar het kan ook haast niet anders. De meesten (en misschien wel allen) op de elftalfoto van Parijs verkeren niet meer in het land der levenden, vrees ik.
Ik bewaar goeie herinneringen aan hem. Hij gaf ons echt voetballes. Dat is nu niet meer denkbaar met die dure profs, hoewel hij toch een van de allereerste voetballers in Nederland was die zich fullprof kon noemen.
herman salle
29 december 2007 op 16:36
De foto komt uit “nederlandse sportsuccessen” uitgegeven door leeuwenzegel
Jan Hovers
28 juni 2008 op 21:09
Wat een fijn stukje. Ik kom net terug van een fietsritje om ‘het beeld’ in de late avondzon te fotograferen (achterlicht; dus slechts de contouren zijn scherp zichtbaar). Googelen op beeld Radioweg brengt mij op deze heerlijke site.
Ik woonde van mijn derde tot mijn negende in de buurt in de jaren ’60. Toen vond ik het als klein jongetje ook een spannend beeld wanneer ik er dagelijks langs liep op weg naar school op het Linnaeushof. Nu vind ik het vooral een romantisch/poetisch beeld. Een tikje belegen, maar dat is mijn smaak blijkbaar ook.
De feitelijke reden waarom ik reageer is dat ik als rechtgeaarde Hollander wat te zeuren heb. De Kubber moet een profetische blik hebben gehad als hij in 1952 al aan een benefietwedstrijd meedeed voor een ramp die pas begin van het volgend jaar zou plaatsvinden.
Ik ga nu van de rest van de site genieten.
In dank,
Jan
Huub Mous
8 december 2009 op 10:40
Dat klopt. Foutje. Ik heb het jaartal veranderd.
Huub Mous » Voetballen na de ramp
25 maart 2010 op 00:35
[...] die tijd trouwens tegenover mij in de Johannes van der Waalssstraat. In dezelfde flat waar eerder Joop de Kubber had gewoond, die in 1953 nog had meegespeeld in die beroemde wedstrijd in het Parc des Princes. Maar [...]
Huub Mous » De ogen van mijn vader
26 juni 2011 op 22:05
[...] van de Ehrlichstraat verijzen. Het waren wat je noemt de jaren van de wederopbouw, met het doffe gedreun van een heiblok in de verte, de dreiging van de Koude Oorlog, maar ook van voetballen op straat, diefje met verlos, [...]