Levend begraven

Gisteren heb ik mij op het kerkhof Zorgvlied in Amsterdam even laten opsluiten in het graf van Peter Giele. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Giele).
Er waren een paar fotografen bij en ook een cameraploeg van Omroep Noord Holland. Het bezoek aan dit bijzondere – door Joep van Lieshout ontworpen – graf vormde het hoogtepunt van een excursie langs Amsterdamse begraafplaatsen, die werd georganiseerd door de Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR).
Onder deze paarse doodskop, die in feite een soort afsluitbare capsule is, ligt de kunstenaar in een kist onder de grond. Mijn opsluiting was wat je noemt een claustrofobische ervaring, temeer omdat het graf ook inderdaad op slot werd gedaan. De paarse doodskop van polyester is van binnen bekleed met een rode stof en er liggen wat kussentjes. Verder lag er een boek over het leven en werk van de kunstenaar. Door de twee vensters van matglas in de vorm van de ogen van de doodskop viel een vaal licht naar binnen. Ik hoorde het geluid van stemmen buiten en ik waande me even levend begraven. Gelukkig had ik nog wel de tegenwoordigheid van geest om ook binnen in de doodskop wat foto’s te maken. Zelfs van het moment dat de deksel weer openging.


s`Middags op de Nieuwe Oosterbegraafplaats keek ik mijn ogen uit. Ik was er in veertig jaar niet geweest. Op 12 mei 1966 werd mijn vader hier begraven, maar dat graf is lang geleden geruimd, zoals dat heet. Op de dodenakker, waar mijn vader lag, is nu een veld voor islamitische graven ingericht. Dit stuk grond ter grootte van een half voetbalveld ligt in de zuid-oosthoek van de begraafplaats tegen Betondorp aan. Het was destijds niet bepaald de duurste plek. In de zogeheten ‘algemene graven’, die hier te vinden waren, werden altijd drie kisten op elkaar gestapeld. Bovenop lagen dan ook drie platte stenen van identiek vierkant formaat. Zo lag het hele veld bezaaid met tegels, een soort gigantische stenen legpuzzel, waarin je goed de weg moest weten om iets terug te vinden.
Ik ben er nog wel eens geweest. Dat was een zo’n half jaar na de dood van mijn vader. Het was winter en er lag een dik pak sneeuw. De dodenakker was omgetoverd in een maagdelijk wit tapijt dat alle stenen had afgedekt. Zo stond ik voor het dilemma om alle graven één voor één van hun sneeuw te ontdoen of onverrichterzake terug te keren naar huis. ik bedacht me geen moment. Zonder aarzelen liep ik dwars over het witte tapijt, een recht spoor van voetafdrukken achter me latend. Op de plek waar ik wist dat het graf zou zijn veegde ik met mijn rechtervoet de sneeuw opzij. Ik las de gebeitelde naam met twee jaartallen: ‘Durk Manus Mous 1897-1966’. Zo was het wel genoeg. Ik ben er nooit meer teruggekomen.
In de stofzuigerkast bij mijn moeder thuis heeft nog jaren een soort blikken trechter met gaten gestaan. Zo’n ding dat je in een graf kunt steken om er bloemen in te doen. Het was altijd een wat macaber gezicht naast die stofzuiger. Op een dag heb ik mijn moeder gevraagd, waarom ze dat ding eigenlijk nooit naar het graf had gebracht. ‘Ach’, zei ze, ‘wij zijn niet zulke gravenbezoekers’. Inderdaad, de cultus van de begraafplaats werd bij ons thuis als een soort heidens ritueel beschouwd. Wie dood ging vertrok naar elders. De vogel was voor eeuwig gevlogen. Het lichaam was slechts een schamele behuizing, zoals het leven niet meer was dan een overnachting in een slechte herberg.
Die opvatting over het graf heb ik nooit helemaal los kunnen laten. Met verwondering keek ik gisteren dan ook naar de wildgroei van rouwexpressie die de Amsterdamse begraafplaatsen sinds enige tijd overwoekert. Niets lijkt voortaan onmogelijk. Op Zorgvlied is zelfs een speciale akker ingericht, waar de meest exotische graven opgebouwd kunnen worden. Zo ontstaat een santenkraam van kitsch en geknutsel waarin het wanstaltige graf van Herman Brood misschien wel het absolute hoogtepunt vormt. Voor vroeg gestorven kinderen worden hele kinderkamers nagebouwd. Ik zag zelfs een biljarttafel als grafsteen, maar ook een gigantische stenen gorilla, schappen waar volle bierblikjes op geplaatst kunnen worden. De dood wordt gevierd tegenwoordig. Sterker nog, het graf is spektakel geworden. De doden gaan niet meer dood. Ze worden levend begraven.
Henk van der Veer
20 oktober 2006 op 10:17
Su is’t en folgens mij ok nyt anders!!