Het brein is een black box

1-1-6-2-0-0-0-0-0-0-0.jpg

Gisteren las ik in Volkskrant een interview met de Amerikaanse psycholoog Dan Wegner. Hij beweert dat de bewuste gedachte en de handeling hun oorsprong vinden in onbewuste processen. “Normaal gesproken’, zo stelt hij, ‘is een gedachte die aan een handeling voorafgaat een goede indicatie dat wij die handeling willen doen. Maar dat blijft een indicatie, een plaatje gecreëerd door de geest. Wij geloven dat plaatje en zien het aan voor bewijs. Mijn punt is dat we het systeem niet kunnen vertrouwen”. Ook de neuroloog Daniel C. Dennet beweert in zijn boek ‘Het bewustzijn verklaard’ (1993) dat het bewustzijn van een handeling of een gedachte pas in het bewustzijn verschijnt na een onbewust, neuraal ‘gebeuren’, waar we geen weet van hebben.

Wij lopen dus voortdurend achter onszelf aan. Wij denken dat we zelfstandig denken en handelen, maar in feite zijn we overgeleverd aan allerlei verscholen elektrochemische processen in het brein. Dit soort ontdekkingen zijn zo strijdig met het ‘gezonde verstand’ dat ze moeilijk te vatten, laat staat aanvaardbaar zijn. Het traditionele beeld van de mens als een autonoom en moreel handelend wezen komt hierdoor op losse schroeven te staan. Hoewel er nogal wat relativerende kanttekeningen te maken zijn, schijnt het recente hersenonderzoek dit vreemde fenomeen steeds meer te bevestigen.

Ik vraag me af wat dit alles te beteken heeft voor het creatieve proces. Als het om creatieve uitingen gaat, denken we over begrippen als controle en spontaniteit anders dan gewoonlijk. Bij de creatieve output van het brein is de onbewuste oorsprong van een idee veel minder omstreden. Een kunstenaar of dichter weet vaak niet precies hoe en wanneer zijn gedachten of ideeën ontstaan. Vaak komt een idee zomaar uit de lucht vallen of ontstaat ‘als vanzelf’ tijdens het creatief proces. Zo is in de negentiende eeuw de westerse theorie van ‘de onbewuste expressie’ ontstaan. Dit woord expressie is niet alleen historisch, maar ook cultureel bepaald. Bij ons westerse begrip ‘expressie’ denken we nog altijd een beetje aan de mythe van de ‘zuivere wilde’, het ‘onbesmette kind’, kortom: het innerlijk als een tabula rasa van een onbesmette natuur.

In de traditionele Japanse cultuur echter is de tegenstelling tussen spontane expressie en gecontroleerde gekunsteldheid in veel mindere mate aanwezig. Sterker nog, die begrippen blijken elkaar nog altijd uitstekend te kunnen vinden in een land, waar de opvoeding van een kind door Arthur Koestler ooit is beschreven als een ‘karakter- landschap-kwekerij’. De Japanse taal kent van oudsher andere scheidslijnen tussen de woorden ‘natuurlijk’ en ‘onnatuurlijk’, misschien wel omdat de ongerepte natuur daar niet zo onschuldig is als hier en zelfs als bedreigend wordt ervaren, hoe dan ook als iets dat voordturend getemd moet worden, gestileerd, geformaliseerd, geminiaturiseerd of getransformeerd in strakke tuinen, bonsaibomen en bedeesde rituelen. Anderzijds kan spontaniteit in de Japanse cultuur soms bijna identiek zijn aan het summum van controle.

Kortom, ik denk dat de vreemde ontdekkingen van de hedendaagse neurologie door een Japanner heel anders worden ervaren dan door westerlingen. Niet alleen spontane expressie is een illusie, de bewuste controle is dat evenzeer. Beide begrippen zitten gevangen in een stramien van cultureel bepaalde vooroordelen. De wegen van het brein zijn duister en ondoorgrondelijk. Hoe meer we ervan te weten komen, des te onontkoombaar wordt de conclusie: het brein is een black box.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)