Dichter in tuinbroek

contract huubmous.nl0012.jpg

Gisteren zowat 50 kilometer gefietst. Van Leeuwarden naar Offringawier en terug. Aangekomen bij de tuinen aan de Griene Dyk belandde ik in een oase van gedresseerde natuur. BARTLE LAVERMAN en HANNIE KAMSTRA proberen hier sinds jaar en dag een kopie te creëren van Monet’s tuinen in Giverny. Dat lukt ze heel aardig. Zo kun je hier een vijver met waterlelies zien, maar ook duizenden bloemen, waarvan ik de naam niet ken en zelfs een kopie van de Japanse brug die door Monet zo vaak is vereeuwigd. Nu al voor de derde keer hadden kunstenaars en dichters hun sporen nagelaten in de tuin. De resultaten moest je gaan zoeken als verstopte paaseieren op pinkerzaterdag.

‘Tout le monde’ was er. Zo zag ik onder meer HARMEN ABMA (met roze zonnebril), PITER BOERSMA (in vrijetijdskleding) , PETER KARSTKAREL (zonder hoed) , GRYT VAN DUINEN (als altijd dezelfde) en IDS WILLEMSMA (die een petje droeg met sponsorreclame). Er waren ook heel wat docenten en studenten van Academie Minerva in Groningen, inclusief directeur/kunstenaar ALBERT VAN DER WEIDE. Bartle, die filosofie doceert aan Minerva, heeft daar een soort Friese kolonie gesticht. Heel wat Friezen, onder wie ik zelf, geven er geregeld gastcolleges.

Drank was overvloedig aanwezig en de hapjes overheerlijk als vanouds. Omdat ik nog terug moest fietsen, heb ik mij redelijk in kunnen houden. Ik heb zelfs nog een schilderij gekocht van Bartle. Het heette voorheen ”HET ONGELIJK VAN MOUS’, maar ‘MOUS’ is later doorgestreept en het heet nu ‘HET ONGELIJK VAN MERCUUR’. Tussen de schilderijen van Bartle stond ook een boekenkast. Ik kan het nooit laten om daarin te gaan snuffelen. Zeg me wat je leest en ik zal zeggen wie je bent. Zo vond ik het boek ‘Met open zinnen’ van Ton Lemaire, maar ook ‘Taal en verlangen’ van Anton Mooij en vrijwel het gehele werk van Wittgenstein in het Engels. Bartle zou ooit promoveren op Wittgenstein, zo hoorde ik later, maar kreeg ruzie met zijn professor. Nooit geweten dat die jongen zo slim is.

Bij het weggaan duwde hij me nog één van zijn eerste bundels in mijn fietstas: KLOENTSJETEE uit 1979. ‘De eerste postmoderne poëzie in Fryslân!’, zo verzekerde hij mij toen ik wegreed. Thuisgekomen trof ik bovenstaande foto aan. De dichter in een tuinbroek. Zoals Candide zei: ‘Il faut cultiver notre jardin’.

Laat een reactie achter

(verplicht)

(verplicht, wordt nooit weergegeven)